steun vpro

Top hat

Mark Sandrich,1935,RKO Radio Pictures

Top hat

Mark Sandrich,1935,RKO Radio Pictures

Een muzikale komedie der verwisselingen: tap-danser Astaire oefent in de kamer van zijn vriend en het meisje dat beneden woont, kan de slaap niet vatten; als ze komt klagen wordt ze verliefd op Astaire en als ze om Fred komt, verwisselt ze hem met zijn getrouwde vriend en dan zijn de poppen aan het dansen, tot het Lido van Venetië toe. Een dijk van een musical. Astaire en Rogers schitteren in 'Cheek to Cheek', 'Isn't This A Lovely Day To Be Caught In The Rain', 'Top Hat, White Tie and Tails' en andere Irving Berlin-liedjes. De 'nieuwe' dans, de Piccolino werd in deze film gelanceerd en Freds definitieve handelsmerk werd gevestigd: de hoge hoed, het vlinderdasje en het rokkostuum. Schitterende Art Déco-decors van Van Nest Polglase. Bron: Cinema.nl Het fragment begint bij de tweede helft van de beroemde dansscène van Ginger Rogers en Fred Astaire: het duet ‘Dancing Cheek To Cheek’.
(Mark Sandrich 1935, RKO Radio Pictures)

Dit fragment is onderdeel van

Viktor & Rolf

Viktor Horsting (Geldrop, 1969) en Rolf Snoeren (Dongen, 1969) ontmoetten elkaar op de kunstacademie in Arnhem, waar hun samenwerking begon. Na hun afstuderen in 1992 vertrokken ze samen naar Parijs, het epicentrum van de mode. Faam en naam kreeg het duo een jaar later, toen ze tijdens de Salon Européen des Jeunes Stylistes maar liefst drie eerste prijzen in de wacht sleepten. Inmiddels staan ze al jaren aan de top van de internationale modewereld. Viktor & Rolf ontwerpen zowel haute couture als prêt-à-porter kleding. Ze kleedden niet alleen prinsessen – de bruidsjurk van Mabel van Oranje was van hun hand - , maar ook minder gefortuneerde jonge vrouwen. Hun H&M collectie (2006) was wereldwijd binnen korte tijd uitverkocht. Hun spectaculaire shows zijn thematisch en vormen vaak een beeldend commentaar op de wereld van de mode en hun positie daarin. Zo kleedden de ontwerpers voor hun Russian Doll collectie (winter 1999-2000) persoonlijk on stage een model aan met tien opeenvolgende lagen kleding, als een babuschka in tegengestelde volgorde. Deze tegendraadsheid is kenmerkend voor hun werk; zoals het onheilspellende silhouet van een atoomwolk in de bolle kragen van de Atomic Bomb collectie (winter 1998-1999), of The Fashion Show (winter 2007-2008), waar ieder model haar eigen licht- en geluidsinstallatie meedroeg. Buiten de catwalks van de modewereld maakt het duo ook al geruime tijd furore in de kunstwereld. Zo was hun werk te zien in het Museum of Contemporary Art in Tokyo (1999), het Musée de la Mode et du Textile in Parijs (2003), The Museum of Contemporary Art (MOCA) in Los Angeles (2007) en in 2008 in de Barbican Gallery in Londen en het Centraal Museum in Utrecht. Recent werden Viktor & Rolf uitgenodigd de kostuums te ontwerpen voor Der Freischütz, een opera geregisseerd door de Amerikaanse theatermaker Robert Wilson. Hun Zomergastenavond zal onder andere gaan over hun jeugd, hun wens te excelleren, de vroegere en tegenwoordige modewereld en de wijze waarop de Nederlandse reclame volhardt homoseksuelen nog altijd in clichébeelden te laten zien. Met fragmenten uit o.a. Neues vom Kleidermarkt met de onvergetelijke presentatrice Antonia Hilke van de Duitse zender NDR; De vierde man (Paul Verhoeven, 1983); Romy Schneider in de speelfilm Ludwig (Luchino Visconti, 1972); Nicole Kidman en Julianne Moore in The Hours (Stephen Daldry, 2002); een jonge Yves Saint Laurent in de documentaire In and Out of Fashion van William Klein en een fragment uit MTV Made. De keuzefilm van Viktor & Rolf is Maurice (James Ivory, 1987) een kostuumdrama met een twist, naar het gelijknamige boek van E.M. Forster. Een nog zeer jonge Hugh Grant speelt in deze film zijn eerste hoofdrol. De film beschrijft de moeilijke liefde tussen twee jonge mannen in het Engeland van de vroege twintigste eeuw. Maurice ging in wereldpremière tijdens het Filmfestival van Venetië in 1987 en won meteen verschillende prijzen: Beste Acteur voor zowel James Wilby als Hugh Grant, de Zilveren Leeuw (beste regie) voor James Ivory en de Gouden Osella (beste muziek) voor Richard Robbins.