steun vpro

Het Spoor Terug

Italiaanse immigranten in Nederland 1900-1988 1: De immigratie voor 1940

Het Spoor Terug

Italiaanse immigranten in Nederland 1900-1988 1: De immigratie voor 1940

Deel één van een tweeluik over Italiaanse immigranten in Nederland in de periode van 1900-1988. In dit deel de immigratie tot 1940.
IJscomannen, schoorsteenvegers, terrazzowerkers, mijnwerkers. Dat waren de traditionele beroepen die uitgeoefend werden door Italianen die voor de Tweede Wereldoorlog naar Nederland kwamen. In 1922 kwam in Italië het fascisme aan de macht. In hoeverre waren deze politieke ontwikkelingen van invloed op de emigratie.
Interviews met o.a.:
- Filippo Rusconi, gepensioneerd schoorsteenveger;
- echtgenote van beeldhouwer Fred Carasso;
- Dedalo Carasso, zoon van Fred Carasso, die onderzoek doet naar het verleden van zijn vader, beeldhouwer Fred Carasso, een communist en antifascist;
- ijsverkoper Gamba.

Inleidende teksten:
Tekst 1 Filippo Rusconi, gepensioneerd schoorsteenveger te Lelystad leest uit 'Het land van de schoorsteenvegers', een nooit gepubliceerd boek van amateur-historicus P.W. Vitali, in de beginjaren van deze eeuw alom bekend schoorsteenveger te Amsterdam.
Tekst 2 Ze kwamen allemaal uit de bergvalleien rond de Italiaans-Zwitserse grens en wat ze nou precies tot de specialisten op schoorsteenvegersgebied maakte, is nooit duidelijk geworden. Armoede en vaak pure honger dwong hen al eeuwen geleden om te emigreren. Kleine jongetjes werden in de streek geronseld om in Milaan door de schoorstenen gejaagd te worden, een ellende die op onnavolgbare wijze is beschreven in het kinderboek 'Levende bezems'. Filippo Clemente Rusconi - die overigens geen woord Italiaans spreekt- vertelt over zijn grootvader die eind vorige eeuw in de emigratie ging.
Tekst 3 In 1925 kwam de laatste Italiaanse schoorsteenveger naar Nederland, althans volgens de lijst van Vitali. Inmiddels hadden in Italië grote politieke veranderingen plaatsgevonden. In 1922 waren de zwarthemden van Mussolini aan de macht gekomen. Duizenden Italiaanse antifascisten vluchtten naar het buitenland. De meesten woonden in Frankrijk, een enkeling kwam na allerlei omzwervingen in Nederland terecht, zoals de kleurrijke Giuseppe Pianezza. Door de Duitse politie voor de keus gesteld of hij naar Nederland dan wel naar Denemarken wilde worden uitgewezen, koos hij voor Nederland omdat hij van die Nederlandse socialisten zoals Domela en Troelstra tenminste de naam nog wel eens had horen vallen. Via de Rode Hulp in Amsterdam komt hij in contact met dhr. Bokma, ambtenaar aldaar. Bokma reist naar Italië om de zwaar zieke vrouw van Pianezza het land uit te loodsen. Hij doet meer illegaal werk in Italië en van een van zijn reizen komt hij terug met Luciana, een nicht van Pianezza. In de jaren voor de opkomst van het fascisme woonde ze in Turijn, opstandig centrum van arbeidersverzet waar de fabrieken bezet worden en de radenrepubliek uitgeroepen.
Tekst 4 Luciana verhuist naar Amsterdam en werkt daar voor de Internationale Rode Hulp, evenals haar man. Samen verzorgen ze valse paspoorten voor Italiaanse antifascisten.
Tekst 5 Palmiro Togliatti, later de legendarische leider van de Italiaanse communistische partij, toen weliswaar ook al partijleider, maar die PCI was nog piepklein en praktisch het hele kader had uit Italië moeten vluchten. Ambrogio Donini, contactman van de Italiaanse partij met België en Nederland, medeoprichter van de Belgische communistische partij, samen met nog een Italiaan, Vincenzo Carasso, die later naar Nederland vluchtte. 1988. Een huiskamer in Amsterdam. We praten met mevrouw Carasso en zoon Dedalo. In het voormalig atelier bekijken we de beelden van beeldhouwer Fred Carasso, zoals hij zich in Nederland noemde. Dedalo deed onderzoek naar het verleden van zijn vader die daar zelf erg zwijgzaam over was. Carasso kwam uit Turijn, net als Luciana Bokma en net als zij was hij actief in de communistische partij. Hij tekende voor het revolutionaire blad Ordine Nuovo, opgericht door de zeer geliefde filosoof Antonio Gramsci, die in 1937 in een fascistische gevangenis stierf.
Tekst 6 Vincenzo Carasso was een uiterst begaafd man die met zijn handen praktisch alles kon. Niet alleen tekenen en schilderen maar hij was bijvoorbeeld bijzonder goed in het maken van etalagepoppen, een uiterst specialistisch vak. Die kennis maakte dat hij in Amsterdam een baantje kon krijgen bij de firma Michels. Maar de Nederlandse politie was op de hoogte van zijn politiek verleden en liet zijn gangen nagaan.
Tekst 7 Dat lag inderdaad heel anders. Carasso, politiek vluchteling, nam deel aan het Nederlands verzet. Evenals Luciana Bokma. Maar 99% van de Italiaanse immigranten gedroeg zich zoals het gros van de Nederlandse bevolking zich gedroeg tijdens de oorlog. De ijscomannen, de schoorsteenvegers, de kleine neringdoenden - ze waren niet actief fascist en ook niet actief antifascist. Het Italiaanse (fascistische) consulaat in Amsterdam organiseerde de Casa d'Italia, een club waar iedereen iedereen trof en iedereen uit zichzelf begreep dat je ook maar beter zo af en toe je gezicht kon laten zien. Iedereen, op wat uitzonderingen na, als Carasso en de Bokma's.
Tekst 8 We gaan op bezoek bij de naam op Italiaans ijsgebied, dhr. Gamba, eigenaar van de gelijknamige ijssalon in de Reguliersbreestraat in Amsterdam. Dedalo Carasso weet zich met absolute zekerheid te herinneren dat zijn vader vlak na de oorlog in die ijssalon een tentoonstelling organiseerde over het verzet van de Italiaanse partizanen. Verzetsman Carasso wilde het ernstig aangetaste imago van Italië weer een klein beetje in ere herstellen. Hij gaf ook de 'Voce Italiana' uit, waarin hij zijn landgenoten in Nederland het andere gezicht van Italië wilde laten. Helaas, helaas, meneer Gamba kan zich van dit alles niets herinneren. We schuiven de politiek terzijde en praten over zijn eigen leven.
Tekst 9 Vader Gamba gaat terug naar Italië, zet een ijssalon op in Triest en probeert het na de eerste wereldoorlog opnieuw in Duitsland. Zoons, broers en verdere familieleden trekken mee. Een zwerfverhaal zoals bijna alle Italiaanse ijscomannen het kunnen vertellen. Bijna allemaal zijn ze afkomstig uit een en dezelfde streek, in de Italiaanse Dolomieten. Het vruchtenijs dat ze maken, is beroemd en geliefd.
Tekst 10 De heer Gamba was in 1934 van Duitsland naar Den Haag gegaan en had daar een zaak gevestigd. In 1938 vestigt hij zich in Amsterdam. Hij laat zich graag voorstaan op zijn zelfstandig ondernemerschap.