Tomtesterom

Schansspringen

Tomtesterom

Schansspringen

Van de schans afspringen in Garmisch-Partenkirchen leek Tom het einde. Hij leest een handleiding over schansspringen en komt in contact met Marc Nölke, ex-bondscoach van het Oostenrijkse schansspringteam. Deze coach heeft zo zijn bezwaren tegen de plannen van Tom, maar hij wil hem wel les geven in het schansspringen. Hij stelt een voorwaarde: je springt alleen als ik zeg dat het mag. Marc wil dat Tom niet alleen gaat voor het springen van de schans in Garmisch-Partenkirchen, maar wil ook dat hij de schoonheid van het schansspringen ervaart en het perfecte samenspel van kracht, techniek en timing... Alleen dan voel je wat schansspringen echt is: even echt zweven. Even het gevoel hebben dat je vliegt. Uiteindelijk is het toch lastiger dan Marc had gedacht. Tom kan niet skiën moet echt vanaf nul beginnen. Pas als hij dat enigszins onder knie heeft, mag hij springen. Hij moet beginnen op een schans van 15 meter en dan opbouwen. Ondertussen moet hij ook nog indoor aan zijn techniek werken en zijn explosieve kracht opbouwen. Tom is de eerste Belg die officieel aan schansspringen doet. Dat wil zeggen dat hij ook als eerste een Belgisch record kan vestigen. Hij besluit zich in te schrijven in een plaatselijke schansspringwedstrijd. Zijn tegenstanders zijn 100 lokale Oostenrijkse kinderen. De afstand die hij springt, maakt niet uit. Als hij één keer kan springen zonder te vallen, heeft hij een Belgisch record. Maar zelfs dat is niet zo simpel.