Wat is ruilverkaveling?

Landbouwgrond ruilen om efficiënter te produceren

Wat is ruilverkaveling?

Landbouwgrond ruilen om efficiënter te produceren

Lange tijd bestaat ons land uit kleine akkertjes. Iedereen verbouwt het voedsel dat hij zelf nodig heeft. Op reliëfkaarten zie je hier nog eeuwenoude sporen van. Op deze zogenaamde raatakkers worden vanaf de bronstijd primitieve graansoorten verbouwd. De naam raatakker komt door de raatachtige structuur van het land. Je vindt ze vooral op zandgronden.

Maar door de bevolkingsgroei is er meer behoefte aan voedsel en de methoden om intensiever en efficiënter met de grond om te gaan worden belangrijker. Zo wordt in Amerika aan het begin van de vorige eeuw iets bedacht dat ze in 1916 op Ameland in de praktijk gaan brengen. Je kunt efficiënter produceren als je de indeling van het land verandert. Door stukken land met elkaar te ruilen maak je grotere velden die makkelijker te bewerken zijn.
De Ballumer mieden is het gebied waar met het experiment wordt begonnen. Begin 20e eeuw zijn er verspreid over het eiland, 3620 percelen in het bezit van 119 boeren. De percelen worden met elkaar uitgeruild om zo grote velden te creëren. Na een eerste ruilverkaveling zijn er nog 219 velden over. En nu zijn er nog maar 3 boeren actief op Ameland. Door het reliëf in het landschap kun je ook nu nog zien waar de vroegere landjes hebben gelegen. Boer Gerrit en boer Bennie zijn twee van de drie boeren die zijn overgebleven.

Na de succesvolle ruilverkaveling op Ameland wordt deze ook in de rest van het land doorgezet. Als mensen niet vrijwillig mee willen doen, dan worden ze er door de overheid toe gedwongen via de Wet op de ruilverkaveling die in 1924 wordt aangenomen. De afgelopen eeuw zijn er op ruim 600 plaatsen velden opnieuw ingedeeld. Met minder boeren en een grotere productie als resultaat.