Radio à la Carte

Eva Maria Staal : Tony van Verre

Radio à la Carte

Eva Maria Staal : Tony van Verre

Eva Maria Staal is schrijfster en voormalig wapenhandelaar. Ze kan zich uit haar kindertijd niet herinneren dat de radio ooit uit stond. En nu nog steeds niet eigenlijk. Zowel thuis als on the road, ze luistert altijd. Ook schreef ze laatst haar eerste hoorspel.

Tony van Verre ontmoet - door Eva Maria Staal

Op zondagochtend was er “Tony van Verre ontmoet…”, een Vara programma waarin radiomaker Tony van Verre BN’ers interviewde. Een BN’er was in 1976 iets anders dan nu. Hij of zij moest per sé iets kunnen. Schrijven, acteren, regisseren.
Onze radio stond altijd te hard om bij uit te slapen. Als ik de huiskamer binnen stommelde zaten mijn ouders al in hun verschoten peignoirs aan de ontbijttafel te luisteren. Ze staken hun hand niet ter begroeting op, maar omdat ik stil moest zijn. “Annie M.G. Schmidt”, fluisterde mijn vader dan. Of: “Simon Carmiggelt”. Of “Ko van Dijk”.

Ons hele gezin loofde en prees Tony van Verre. Noem het onze kerkdienst, onze samenkomst.
Tony van Verre interviewde uitsluitend kunst-en-cultuur-Royalty. Grote namen. Over hun leven. Over wat er mis ging aan de achterkant van hun theaterwerk, boeken en schilderijen, terwijl het publiek zich bewonderend had staan vergapen aan de voorkant.

Toen was dat huiveringwekkend bijzonder. Seventies BN’ers wilden gekend worden om hun talent en creaties, niet om hun drinkgewoontes, echtscheidingen of seksuele voorkeur. Tony van Verre vond dat een beetje jammer. In een Libelle interview uit 1978 zei hij:
“Als ik iets meer over iemands privéleven weet, begrijp ik zijn of haar werk beter. Mijn belangstelling is oprecht. Ik bedoel: uiteindelijk gaat mijn programma vooral om iemands kunst. Ik ben nooit uit op modder.”

Juist omdat Van Verre zijn gasten nooit in het nauw dreef, werd alles bespreekbaar. De gesprekken vonden meestal plaats bij Van Verre thuis, in het Zeeuwse Veere. Het geluid van de vogels in zijn eigen tuin monteerde hij er later onder. Zo werd het altijd zomer. Je ziet hen voor je: Van Verre en zijn gast. Op gestreepte kussens in tuinstoelen, een kan ijskoude limonade binnen handbereik.
Tijdens de eindmontage knipte Van Verre zijn vragen uit de opnames. Daar zei hij over: “Ik kan zelf niet bijster goed formuleren. Als ik mijzelf uit het gesprek knip hoeft de luisteraar niet onder me te lijden.”
Het leverde stiltes op. Merels. Rust. Plus de overweldigende suggestie dat jijzelf degene was aan wie je idool exclusief zijn persoonlijke verhaal vertelde.
Het weglaten van de vragen maakte ook dat je als luisteraar niet nadacht over je mogelijke, eigen antwoorden, maar dat je slechts luisterde naar de monoloog van de geinterviewde.

Er was goed nagedacht over die benadering. Van Verre dacht trouwens wel vaker goed na voor hij aan iets begon: “Ik wilde acteur Kees Brusse interviewen”, vertelde van Verre. “Maar die vertrouwt niemand. En hij wil niet reizen. Toen belde ik zijn beste vriend. Die zei: “Kees is claustrofobisch. Maar dat weet niemand.” Toen heb ik een heel klein Fiatje gehuurd en daar ben ik mee naar Kees’ boerderij gereden, helemaal opgevouwen, hij moest me praktisch uit dat karretje wrikken. Ik riep meteen: “Ik ben toch altijd zó opgelucht als ik er na een lange rit weer uit mag!” Dat is daarna een van mijn beste interviews geworden.”

- Omdat het interview met Kees Brusse niet is gevonden in het Instituut voor Beeld en Geluid heeft Eva Maria Staal gekozen voor een interview met cabaretier Fons Jansen uit 1988. –