Babysterfte #2

Tupperwareparty's

Babysterfte #2

Tupperwareparty's

Waarom hebben moeders met een Niet-westerse migratieachtergrond meer kans dat hun baby overlijdt dan andere moeders in ons land? Dat zoekt Meike uit. Ze komt erachter wat tupperwareparty’s en rollenspellen hiermee te maken hebben. En ze stelt een paar kritische vragen aan de minister.

Met: Fadua el Bouazzaoui (stichting Voorlichters Gezondheid), Ingrid Peters (promovenda ongelijkheid geboortezorg), Bart Looman (Pharos) en Hugo de Jonge (minister Volksgezondheid).

Uit Meikes onderzoek blijkt dat er twee risicogroepen zijn in Nederland als het gaat om babysterfte: autochtone vrouwen in achterstandswijken en vrouwen met een Niet-westerse migratieachtergrond. Meike gaat nu dieper in op die tweede groep. Want hoe komt het dat zij 44,5% meer kans hebben dat hun baby overlijdt vlak voor of na de geboorte? 

Om meer te weten te komen over deze groep spreekt Meike met onder andere Ingrid Peters. Zij promoveert binnenkort op ongelijkheden in de geboortezorg en deed eerder ook onderzoek naar prenatale screenings, speciale tests tijdens de zwangerschap om te kijken of de baby ernstige afwijkingen heeft. Uit dit onderzoek bleek dat aanstaande moeders met een Niet-westerse migratieachtergrond minder goed voorgelicht werden en ook minder vaak meededen aan deze screenings.

Verder gaat Meike langs bij Fadua el Bouazzaoui die een speciale stichting heeft waarmee ze voorlichting geeft aan moeders en zorgverleners. 

Ook spreekt ze nog met minister Hugo de Jonge, van Volksgezondheid. Hij lanceerde namelijk zijn nieuwe programma 'Kansrijke Start'. Daarmee wil hij de zorg voor baby's en jonge kinderen, voor de geboorte en de eerste 1000 dagen na de geboorte, verbeteren. Maar Meike vraagt hem of hij ook genoeg oog heeft voor de risicogroep van vrouwen met een Niet-westerse migratieachtergrond.

Transcriptie

MUZIEK 

TEASER 1 (FADUA EL BOUAZZAOUI): Je houdt het gezellig. Niet met een powerpoint. Dat ik even alle cijfers op ga lopen noemen. Dit dat dat. Nee, werkt niet.                                                                                               

TEASER 2 (MEIKE, fluisterend): Ok, ik zit hier nu in de zaal. En het is nu wachten op de minister.                      

TEASER 3 (INGRID PETERS): En dat kan het verschil tussen leven en overlijden zijn.                                          

MUZIEK 

VOICE-OVER MEIKE: Daar ben ik weer. Ik beloofde je tupperwareparty’s en rollenspellen. Ik ga je nu vertellen wat die met babysterfte te maken hebben. Ik kwam erachter dat er twee risicogroepen zijn in ons land: autochtone vrouwen in achterstandswijken en vrouwen met een Niet-westerse migratieachtergrond. Die laatste groep moeders heeft 44,5 procent meer kans dat haar baby sterft vlak voor of na de geboorte.Over die autochtone vrouwen heb ik je de vorige keer al meer verteld. Nu wil ik me richten op die andere groep vrouwen, oftewel moeders met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond. Waar ik graag achter wil komen: waarom lopen zij eigenlijk meer risico? 

MUZIEK / GELUID (DRUKKE STRAAT)

MEIKE: Hé, met Meike. Sorry, ik stond bij 41a en ik zag net dat het 141a moet zijn toch? Ik kom eraan. Tot zo.  

VOICE-OVER MEIKE: Ik ben in de Rotterdamse wijk Feijenoord. Eén van de wijken die het slecht deed als het gaat om babysterfte. Ik loop langs een drukke weg met rijtjeswoningen, belwinkels en een buurtcafé. Ik ga langs bij Fadua el Bouazzaoui. Zij heeft een aantal jaren geleden de stichting Voorlichters Gezondheid opgericht. 

FADUA EL BOUAZZAOUI (VOORLICHTER): Dus we zien eigenlijk van alles. We zien Marokkaanse vrouwen, Turkse vrouwen, Nederlandse vrouwen, noem maar op. Antilliaanse vrouwen zien we veel. Tegenwoordig ook Afrikaanse vrouwen. Poolse vrouwen. Je ziet eigenlijk van alles.                                                                                 

VOICE-OVER MEIKE: De stichting van Fadua begon vanuit het Rotterdamse project Klaar voor een Kind, waarin voorlichting werd gegeven aan vrouwen uit de risicogroepen. Opgericht na het onderzoek van gynaecoloog Eric Steegers uit mijn vorige reportage. Fadua, die eigenlijk uit de zakelijke communicatiewereld komt, vond hier haar passie.

FADUA EL BOUAZZAOUI (VOORLICHTER): Want ineens had je te maken met baby'tjes. Dat is één van de mooiste dingen die er is. En ook met zwangerschap. Maar bij sommigen ging het gewoon gigantisch mis. En als ik dan een voorlichting gaf - of het nou ging over preconceptiezorg of gezonde zwangerschap - was het af en toe wel shocking. Als je dan ineens vier vrouwen had die al vijf kinderen of twee of drie kinderen hadden maar nog nooit in hun leven van foliumzuur hadden gehoord en het ook nooit hadden geslikt.                                                              

VOICE-OVER MEIKE: Foliumzuur. Ik wist het eerlijk gezegd ook niet, maar dat is het eerste wat je verteld wordt als je zwanger bent: je moet foliumzuur slikken voor een gezonde groei van je baby. 

FADUA EL BOUAZZAOUI (VOORLICHTER): Dan ga je je wel afvragen: hebben ze het nou wel gehoord? Of hebben ze het niet begrepen?                                                                                           

MUZIEK 

VOICE-OVER MEIKE: Voor Fadua me meer vertelt over haar hulp aan deze groepen, ga ik naar een wetenschapper.

INGRID PETERS (PROMOVENDA): Ik ben Ingrid Peters en vandaag word ik geïnterviewd door Meike.               

VOICE-OVER MEIKE: Ingrid dus. Zij promoveert binnenkort op ongelijkheden in de geboortezorg en schreef samen met Fadua een handboek met de titel: Geboortezorg bij verschillende culturen. Klinkt als iemand die antwoord kan geven op mijn vragen. Ik begin met mijn meest brandende vraag: waarom lopen deze vrouwen met een Niet-westerse migratieachtergrond nou meer risico dat hun baby sterft?

INGRID PETERS (PROMOVENDA): Zij lopen meer risico ten gevolge enerzijds gebrek aan Nederlandse taalvaardigheid. Het feit dat ze lagere gezondheidsvaardigheden hebben. In de zin: ze kennen de Nederlandse gezondheidszorg minder goed. Hebben veelal toch ook wel een minder goede lifestyle, qua bewegen, voeding, gebrek aan foliumzuurgebruik voorafgaand aan de zwangerschap. En ze maken vanwege ook lage gezondheidsvaardigheden ook vaker inadequaat gebruik van de Nederlandse geboortezorg.                                

VOICE-OVER MEIKE: Er is een taalbarrière dus, ze snappen het zorgsysteem niet helemaal en weten minder goed hoe ze gezond zwanger kunnen zijn. Ik vraag Ingrid wat ze bedoelt met dat ‘inadequaat gebruik van de Nederlandse geboortezorg’.

INGRID PETERS (PROMOVENDA): 20 % van deze vrouwen komt later dan de elfde week van de zwangerschap in zorg bij de verloskundige of de gynaecoloog.

MEIKE: En wat betekent dat, dat ze later bij de verloskundige terecht komen? 

INGRID PETERS (PROMOVENDA): Dat zij niet al vroeg in de zwangerschap de zorg kunnen krijgen die ze nodig hebben. Bijvoorbeeld lifestyle-advisering. Welke medicijnen gebruik je? We weten dat onder Turkse vrouwen bijvoorbeeld veel antidepressiva wordt gebruikt.                                                                                     

VOICE-OVER MEIKE: Risico’s in het begin van de zwangerschap kunnen dus over het hoofd gezien worden als je niet op tijd bij de verloskundige bent. Ingrid deed ook onderzoek naar prenatale screenings. Dat zijn onderzoeken tijdens de zwangerschap om te kijken of het kindje een ernstige afwijking heeft, zoals bij de 20-weken-echo.

INGRID PETERS (PROMOVENDA): Daar kwam uit dat er in de aanbiedingsprocedure, dus eigenlijk in de informatie over de prenatale screening die gegeven wordt aan zwangere vrouwen, dat daar ongelijkheden in zijn. Met name vrouwen met een Niet-westerse migratieachtergrond en een lage Nederlandse taalvaardigheid kregen minder aan informatieaanbod over de prenatale screening. Dus werd niet gevraagd, of minder gevraagd: wilt u informatie over die screening op Down, Edwards en Patau? En wilt u informatie over de 20-weken-echo? Er werd ook minder aan folders verstrekt aan deze vrouwen. En uiteindelijk leidde dat vooral bij de niet-Nederlands-taalvaardige groep dat ze ook minder deelnamen aan de 20-weken-echo bijvoorbeeld. En dat kan het verschil tussen leven en overlijden zijn.

MEIKE: Wat ik opvallend vind: als taal en het snappen van het zorgsysteem en makkelijk toegang daartoe hebben zo belangrijk zijn. Waarom lopen de Niet-westerse migranten dan meer risico dan bijvoorbeeld een Westerse migrant? Zoals iemand uit Polen waar waarschijnlijk het zorgsysteem ook heel anders is. En waar ze ook geen Nederlands praten. 

INGRID PETERS (PROMOVENDA): Toch is er een minder groot verschil tussen de zorgsystemen in de landen waar Westerse migrantenvrouwen vandaan komen. Maar dan nog zijn bijvoorbeeld Polen het Duits heel goed machtig en kunnen ze op die manier makkelijker communiceren.                                                                

MUZIEK 

VOICE-OVER MEIKE: Er is dus echt minder kennis over ons zorgsysteem en ook de taalbarrière zorgt ervoor dat deze groep vrouwen een veel hoger risico loopt. En nu? Wat kan er gedaan worden om die risico’s voor deze groep te verkleinen. Daar zet Fadua zich met haar stichting voor in. Nu komen de tupperwareparty’s om de hoek kijken. Want zo noemt Fadua haar voorlichtingsavonden. 

FADUA EL BOUAZZAOUI (VOORLICHTER): Dat we bij elkaar komen of dat we met z'n allen gaan koken met vrouwen, ook vrouwen die zwanger zijn en vrouwen die niet zwanger zijn. En dan tijdens dat we met elkaar aan het koken zijn gaan we een voorlichting geven over gezonde zwangerschap. En ook high tea’s werden er op een gegeven moment georganiseerd. Zo moet je het eigenlijk voorstellen. Dat we met elkaar gezellig bezig zijn, maar tegelijkertijd ben je ook bezig met het geven van een voorlichting en ben je bezig met kennisoverdracht en voer je dus een strijd tegen die onwetendheid. Je houdt het gezellig. Niet met een powerpoint. Dat ik even alle cijfers op ga lopen noemen. Dit dat dat. Nee, werkt niet. Want wij vinden dat powerpoint je één geen power geeft. En twee: het lukt je niet om een point te maken. We zijn heel vaak vergeleken met Najib Amhali. Moest ik altijd om lachen. Omdat we dingen brengen met humor. Maar tegelijkertijd wel heel erg herkenbaar. 

MEIKE: Kun jij je herinneren in jouw periode - want je doet dit al een tijdje - dat je wel eens ook hebt meegemaakt dat een vrouw ook echt haar kindje verloor? 

FADUA EL BOUAZZAOUI (VOORLICHTER): We hebben meerdere gevallen meegemaakt. Maar een geval die bij mij altijd bij zal blijven was… Kijk, toen hadden wij inderdaad een deelnemer die ook aangaf dat zij op een vrijdag de verloskundige omdat zij op dat moment haar baby niet veel voelde. In haar geval zaten er twee zaken. Zij had ook een beetje de nadruk bij haar telefoongesprek bij de verloskundige van: ik voel dat er gewoon iets niet klopt. En dat had ze dus er niet bij gezegd. En op zondag is zij bevallen van een baby die uiteindelijk is gestorven want die was verstrengeld geraakt in de navelstreng.                                                                            

MUZIEK 

VOICE-OVER MEIKE: Waar het volgens Fadua vaak misgaat is dat vrouwen met een migratieachtergrond niet uitgesproken genoeg zijn. Ze eisen minder van zorgverleners. En dat zijn Nederlandse verloskundigen niet echt gewend. Communicatie en kennis, dat is waar het volgens Fadua om gaat. Ze komt van alles tegen in de praktijk. Zo zijn heel veel vrouwen bang voor het zogenoemde boze oog.

FADUA EL BOUAZZAOUI (VOORLICHTER): Bij migrantenvrouwen zagen wij dus dat zij hun zwangerschap het liefst geheim houden de eerste drie maanden omdat ze dus bang zijn dat: zodra ik uitspreek dat ik zwanger ben kan ik getroffen worden door iets en dan verlies ik mijn baby. Dus dan moeten een combinatie daarin gaan maken. En de combinatie die wij maken is: je bent zwanger, je wil het geheim houden, geen enkel probleem. Maar hou het niet geheim voor je verloskundige.                                                                        

VOICE-OVER MEIKE: Een ander probleem wat Fadua vaak ziet in de praktijk is dat aanstaande moeders verkeerde adviezen uit hun omgeving krijgen. 

FADUA EL BOUAZZAOUI (VOORLICHTER): Als jij uit de Marokkaanse cultuur komt en je moeder leert jou: jij moet alles eten waar jij trek in hebt want anders wordt jouw baby geboren met een aangeboren afwijking. En als jij dan trek hebt in lever als je zwanger bent en jij hebt die kennis niet dat lever een risico met zich meebrengt ga je toch sneller luisteren naar de adviezen van je moeder.                                                                                       

VOICE-OVER MEIKE: Fadua zou zich zulke discussies in haar Marokkaanse familie ook wel voor kunnen stellen.

FADUA EL BOUAZZAOUI (VOORLICHTER): Als ik tegen mijn moeder bijvoorbeeld zou zeggen, die honing gaf aan baby's, wat niet mag het eerste jaar… En als ik tegen mijn moeder zou zeggen: mama, honing is niet goed voor de baby. Ja, dan krijg je gelijk te horen: hoe bedoel je? Jullie leven toch allemaal nog? Dat is één. Zou ik zeggen: ja, ma, honing is gevaarlijk voor de baby. Dan zou ze zeggen: honing, gevaarlijk, die van Nederland. Niet die van ons, want die komt uit de bergen. Maar als ik zeg: mama, er is een risico aan dat de baby dood kan gaan. Ik heb direct mijn moeders aandacht. En mijn moeder gaat aan iedereen vertellen: niet geven honing aan baby, baby dood.                       

MUZIEK 

FADUA EL BOUAZZAOUI (VOORLICHTER): Ga ik even een collega van mij erbij halen.

VOICE-OVER MEIKE: Ik begin steeds meer te begrijpen dat cultuur belangrijk is. Maar een groot probleem is ook taal. Fadua geeft speciale cursussen aan kraamverzorgenden en verloskundigen om met deze twee belangrijke problemen om te kunnen gaan. Dat doet ze vaak met een rollenspel. Dat gaan wij ook doen. Haar vrouwelijke collega Hosnia schuift aan. We draaien de rollen om. Ik moet een migrant spelen die zwanger is in Marokko.

FADUA EL BOUAZZAOUI (VOORLICHTER): Je wordt ter plekke door mij uitgehuwelijkt aan een Marokkaanse man. Hosnia is nu jouw man. 

MEIKE: Ok, mooie man dit. 

GELACH

FADUA EL BOUAZZAOUI (VOORLICHTER): Het is jouw man. Jij bent zwanger van hem. En je voelt je niet zo lekker. Dus hij besluit, omdat ie zoveel van je houdt om je mee te nemen naar een zorgverlener in Marokko. Dus wie heeft er nu een taalbarrière? 

MEIKE: Ik. 

FADUA EL BOUAZZAOUI (VOORLICHTER): Ik wens je heel veel succes. 

GEPRAAT IN BERBERS                                                                                                  

VOICE-OVER MEIKE: Dit gaat nog even zo door. En mijn Berbers is helaas niet zo best… Dus ik wacht geduldig tot ze klaar zijn.

FADUA EL BOUAZZAOUI (VOORLICHTER): Het gaat eigenlijk om jou, maar hoe voel je je op dit moment? 

MEIKE: Nou, ik heb geen idee waar jullie het over hadden. Ik zag een paar gebaren waar ik iets uit probeerde te halen. Mijn ‘man’ hier naast mij greep een keer naar haar hoofd. 

FADUA EL BOUAZZAOUI (VOORLICHTER): Want jij bent de zwangere, het gaat eigenlijk om jou. Maar als je in één woord zou kunnen beschrijven hoe je je op dit moment voelt omdat je het niet verstond, voor welk woord zou je dan gaan? 

MEIKE: Ik denk verloren.

FADUA EL BOUAZZAOUI (VOORLICHTER): Verloren. Vind ik ook een hele mooie. 

MEIKE: Wat zeiden jullie nou? 

FADUA EL BOUAZZAOUI (VOORLICHTER): Dat hij zich niet zo.. je voelde zich niet zo lekker. Dat ie medicijnen wil. Zei ik: nee, medicijnen tijdens zwangerschap kunnen gevaarlijk zijn. En ik weet niet welke medicijnen ze wel mag of niet. Dus ga naar de apotheek. Dat is eigenlijk wat we een beetje zeiden.                                               

VOICE-OVER MEIKE: Het stokpaardje van Fadua: Nederlands leren. Om de taalbarrière weg te nemen, zelfstandiger te worden en op die manier ook meer kennis te krijgen.

FADUA EL BOUAZZAOUI (VOORLICHTER): Alles in Nederland begint met de Nederlandse taal. Of het nou integratie is of participeren. Maar wat voor mij de belangrijkste is: ook je gezondheid in Nederland begint met de Nederlandse taal. Ik praat ook wel eens met mijn moeder in het Marokkaans. Maar ik wil wel dat mijn moeder, wanneer zij bij de huisarts is, dat zij het zelf kan doen. Want het gaat om haar lichaam. Taal en gezondheid gaan heel nauw samen.

MUZIEK 

VOICE-OVER MEIKE: Mijn aanleiding voor dit onderzoek was een artikel in de New York Times over de hogere babysterfterisico’s van zwarte vrouwen in Amerika. En de rol van racisme daarbij. Ik vraag aan promovenda Ingrid Peters of zij het idee heeft dat dat in Nederland ook een rol speelt.

INGRID PETERS (PROMOVENDA): Nou, er is een recent onderzoek door mij en collega's van mij uitgevoerd. En het blijkt inderdaad dat zwangeren met een Niet-westerse migratieachtergrond minder tevreden zijn over de Nederlandse geboortezorg. En dat had inderdaad deels te maken met verminderde waardigheid en respect die zij ervaarden uit de zorg. Je kan niet direct zeggen dat ze dat als racisme ervoeren, maar meer dat ze niet volledig zichzelf konden zijn met hun eigen culturele gewoonten en vooral inzicht met betrekking tot zwangerschap en geboorte.

VOICE-OVER MEIKE: Ik ben ook benieuwd hoe Fadua hiernaar kijkt. In haar handboek voor zorgverleners gaat het er ook over dat je niet te bang moet zijn om moeders te beledigen.

FADUA EL BOUAZZAOUI (VOORLICHTER): Dan geven wij ook de tip: durf dingen naar elkaar te benoemen. We zijn gestopt met dingen naar elkaar te benoemen. Wanneer jij op dat moment denkt: risico. Benoem. Kraamverzorgende ook. Blijf ten alle tijden jezelf als zorgverlener in Nederland, zodat we er met zijn allen gaan kunnen voor zorgen dat men die hier in Nederland komt wonen gaat wennen aan de zorgverlening zoals wij die hier aanbieden.    

VOICE-OVER MEIKE: Maar Fadua zegt ook: heb respect voor gewoontes en ideeën uit andere culturen. Denk mee, zonder dat je ze andere en misschien slechtere zorg aanbiedt. Zoals bij het boze oog: maak vrouwen duidelijk dat ze een zwangerschap best geheim mogen houden, maar niet voor de verloskundige. Promovenda Ingrid Peters is het daarmee eens en wil dat meer zorgverleners een betere balans vinden. 

INGRID PETERS (PROMOVENDA): Ik beveel in ieder geval aan dat de zorgopleidingen veel cultureel competenter moeten worden. Dat dat structureel moet worden ingebed. Dat dat element van cultureel sensitief werken ook in na- en bijscholing opgenomen zou moeten worden.                                       

VOICE-OVER MEIKE: Cultuursensitieve zorg dus. Dat is blijkbaar het toverwoord. Dat zou de verschillen in babysterfte moeten verkleinen.

MUZIEK

VOICE-OVER MEIKE: Fadua is niet de enige die een programma heeft om moeders en zorgverleners te helpen. Ik kom er veel meer tegen, maar die zijn allemaal wel willekeurig verdeeld over het land. Het hangt er dus maar van af waar je woont of je deze extra zorg überhaupt krijgt. Maar daar wil de minister verandering in brengen.

MEIKE: Ik loop nu op de parkeerplaats van het ziekenhuis van Tilburg. Hier wordt zo meteen het plan gelanceerd van minister De Jonge, van Volksgezondheid. Over een gezonde start voor ieder kind. En ik ben heel erg benieuwd of ie zich daarin richt ook op het terugdringen van risico's bij babysterfte bij bepaalde groepen.                                  

MEIKE: [fluisterend] Ok, ik zit hier nu in de zaal. En het is nu wachten op de minister.                                      

SPREKER BIJEENKOMST: Ik heb net gevraagd: is de minister er al? En toen zeiden ze: ja. Dan komt er zo meteen een enorme delegatie het podium op. Oh, daar is ie al. Niet allemaal weglopen mensen. 

VOICE-OVER MEIKE: Dan komt de minister eindelijk binnen met zijn hele delegatie, om zijn plan officieel te lanceren. Hij stapt het podium op en begint zijn speech.

MINISTER HUGO DE JONGE: Die eerste 1000 dagen zijn van ongelofelijk groot belang voor de 32.000 die erop volgen. Ik heb dat uitgerekend hoor. 

GELACH

MINISTER HUGO DE JONGE: Deze had ik voorbereid. Ik heb dat uitgerekend.                                                  

VOICE-OVER MEIKE: Het nieuwe programma heet: Kansrijke Start. Gericht op de verbetering van de zorg de eerste 1000 dagen van het leven van een kind. En dan telt ie trouwens al vanaf de verwekking. Dus het gaat ook over zwangerschap en bevalling. 

MINISTER HUGO DE JONGE: Wij gaan het anders en beter doen. Want die kans op een goede start daar is er maar één van. En die kans moeten wij - dat is onze opdracht - zo groot mogelijk maken. Dank jullie wel.        

APPLAUS                      

VOICE-OVER MEIKE: Ik wil de minister één op één nog wat vragen stellen. Maar hij moet eerst natuurlijk met iedereen op de foto. Dus ik spreek ondertussen met Bart Looman. Hij is van Pharos, het expertisecentrum gezondheidsverschillen. 

MEIKE: We staan nu in een klein hokje naast de zaal waar de minister net zijn nieuwe actieprogramma Kansrijke Start heeft gepresenteerd. Nou heb ik vooral geluisterd met mijn blik, met mijn onderzoeksblik, gericht op die babysterfte en met name op die risicogroepen. Heb jij het idee dat de minister… hij heeft het steeds over kwetsbare ouders en kwetsbare gezinnen. Heb jij het idee dat ie genoeg gericht is op specifieke risicogroepen? 

BART LOOMAN (PHAROS): Nou, is mij ook opgevallen he. In het hele rapport en de presentatie wordt de hele tijd gesproken over risicogroepen. En wij weten dat mensen met een migratieachtergrond of mensen met een vluchtelingenachtergrond een verhoogd risico hebben. Dat die vaak niet de zorg krijgen die ze verdienen. Het zou aandacht moeten hebben dat dat in de uitwerking van al deze plannen, dat die aandacht voor de echte persoonsgerichte zorg en daarmee dus ook aandacht voor cultuursensitieve zorg, dat dat wel voldoende meegenomen wordt.                                                                            

WOORDVOERDER MINISTER DE JONGE: Jij wilde nog even een paar vragen stellen? 

MEIKE: Ja, als dat zou kunnen graag.

VOICE-OVER MEIKE: Dan heeft de minister eindelijk tijd voor me. 

MEIKE: U heeft net het programma Kansrijke Start gelanceerd. Dat is wat ik lees en hoor nog een vrij algemeen verhaal waar het ook gaat over kwetsbare moeders en kwetsbare gezinnen. Welke specifieke risicogroepen bedoelt u daar dan mee? 

MINISTER HUGO DE JONGE: Het is eigenlijk een heel specifiek verhaal. Waarbij we zeggen: als je kijkt naar de geboorteuitkomsten in NL. Dan zien we dat het met de meeste kinderen goed gaat. Dat is één. We zien ook dat iets waarin Nederland altijd heel erg achterliep - namelijk: babysterfte - dat dat eigenlijk heel veel beter is gegaan in de afgelopen periode. Dus dat gaat eigenlijk de goede kant op zou je kunnen zeggen. En tegelijkertijd zien we ook dat een flink aantal kinderen met een valse start ter wereld komen. 

MEIKE: Mijn onderzoek richt zich specifiek op die babysterfte en die ongezonde zwangerschappen, wat voor uitkomsten dat heeft. Er blijken twee risicogroepen te zijn: de autochtone vrouwen in de achterstandswijken en de moeders met een Niet-westerse migratieachtergrond. Die eerste zie ik wel terug in uw programma. Maar die tweede groep, die Niet-westerse migratieachtergrond: wat gaat u specifiek doen om de risico's voor die groep te verkleinen? 

MINISTER HUGO DE JONGE: Kijk, als je op CBS-statistieken de wereld indeelt dan kom je inderdaad bij groepen zoals u die benoemt. Maar als je gewoon kijkt naar professionals, bij een Centrum voor Jeugd en Gezin bijvoorbeeld, daar loopt niet een statistiek binnen. Daar loopt gewoon een moeder binnen. En eigenlijk: per moeder wordt gekeken, per ouderpaar wordt gekeken: welke ondersteuning is hier op zijn plek. Dus eigenlijk, alle ondersteuning zoals die wordt genoemd in het programma is ook voor de statistische doelgroep zoals u die benoemt beschikbaar. We moeten de wereld denk ik niet in willen delen… Ik kom zelf uit Rotterdam-Zuid. Nou, de wereld indelen in allochtoon en autochtoon helpt op geen enkele manier om tot een oplossing te komen. Ieder ouderpaar is gewoon een uniek ouderpaar met unieke wensen. 

MEIKE: Dus er komt niet een speciaal programma voor die speciale groep? 

MINISTER HUGO DE JONGE: Nee. Dat gaan we niet doen. Omdat nou juist ieder ouderpaar zijn eigen ondersteuningsnoodzaak ook heeft. En dus moet je altijd gewoon in een individuele situatie kijken: wat helpt het best op dit moment?

MEIKE: Heb ik nog een concrete vraag: als het gaat om die groep Niet-westerse migranten. Wat we vooral zien, wat zij missen is: communicatie. Er blijkt een taalbarrière te zijn. Dat blijkt uit meerdere wetenschappelijke onderzoeken. Dat zijn dingen die ik niet terugzie in uw programma. Terwijl één van de concrete dingen bijvoorbeeld een tolkentelefoon. In 2012 is die vergoeding afgeschaft. Zou het niet een goed idee om ook daarop in te zetten? Om dat soort maatregelen te nemen? 

MINISTER HUGO DE JONGE: Hmm, ja. Ach, kijk, weet je. Overigens de tolkentelefoon wordt gewoon ook gebruikt hoor. Die bestaat gewoon nog. 

MEIKE: Ja wordt alleen niet meer vergoed. 

MINISTER HUGO DE JONGE: Nee, maar hij wordt natuurlijk nog wel gebruikt. En ook wel betaald. Wel heel veel minder dan eerst. Ik geloof niet dat dat nou de weg is naar succes hoor. Dus er is vaak wel een andere manier mogelijk om te communiceren. En als het echt nodig is wordt gewoon die tolkentelefoon wel ingezet. Dat heb ik gewoon ook gezien in mijn ervaring toen ik nog wethouder was natuurlijk. Ik geloof niet dat daar echt de doorslaggevende factor zit. De kern van de zaak is dat we eerder de problematiek in beeld krijgen, de ondersteuningsnoodzaak in beeld krijgen, en daarop eerder acteren. Ik geloof echt dat daar de weg naar succes zit.

MUZIEK 

VOICE-OVER MEIKE: De minister ziet de taalbarrière dus niet als een probleem en gaat daar in ieder geval niks aan doen. Iedereen wordt uniek behandeld: eens kijken wat er van dit plan in de praktijk terecht komt. 2021 wordt het geëvalueerd. Dat staat in mijn agenda. Waar ik dan ook journalist ben, ik ga sowieso dan even checken wat hier nou echt van terecht is gekomen en of het de kloof kleiner heeft gemaakt.

MUZIEK – FADE OUT

Download de app

Trees is een journalistieke zoektocht, waarbij journalisten Meike, Volkan en Tessa met jou uitzoeken wat jij wilt weten. Reageer op de vragen en verhalen van de makers en draag actief bij aan lopende onderzoeken via de app. Trees luistert naar je.



Get it on Google Play
advertentie