Stug of soepel; er zijn verschillende manieren om je identiteit te behouden, zo betoogt Chris Kijne.

Ik kan er ook niets aan doen, maar het meest groteske voorbeeld van identiteitspolitiek van de laatste tijd, kwam toch weer van rechts. En van de meest groteske politicus die ik in mijn leven heb meegemaakt. Donald J. Trump hield een toespraak voor de Values Voter Summit, een jaarlijkse conferentie in Washington van sociaal-conservatieve activisten en gekozen functionarissen.

Laten we zeggen de voorhoede op dat Amerikaanse slagveld van de identiteitsoorlog: de Culture Wars.

Het is een doelgroep die voor de toenemend geïsoleerde Trump steeds belangrijker wordt, maar omdat het een stukje identiteit is dat hij bij zichzelf pas kortgeleden heeft ontdekt – en omdat details sowieso niet zijn forte zijn – is de Amerikaanse president nog niet helemaal rolvast en ingewerkt in de finesses.

Dan krijg je dit: een grofgebekte New Yorker met losse handjes, die behalve in het vastgoed zijn carrière heeft gemaakt in de halfblote-vrouwenbranche en nu met een vroom gezicht de terugkeer naar onze joods-christelijke waarden staat te preken. Om er meteen een zin aan vast te knopen waarbij ze op zijn minst in de sjoel de wenkbrauwen zullen hebben getrokken: Kerstmis als hoogtij van die waarden die de christenen delen met het jodendom.

Uitglijder

Een ironische uitglijder. Want als ze ergens verstand hebben van identiteit, dan is het in het heilige Joodse land: Israël. Daar heb ik ooit, op één dag in Galilea, identiteitspolitiek in de praktijk werkzaam gezien zoals je dat bij geen genderdebat, Black Lives Matter-demonstratie, regenboogbijeenkomst, Amerikaanse gun show of KKK-bijeenkomst zult ervaren.

We liepen de Jesus Trail, een vierdaagse wandelroute van Nazareth naar Kfar Nahum, het Bijbelse Capernaum. Het was de derde dag van onze looptocht, die begon met een buffet in de orthodoxe Kibboets Lavi. Daar leerden we de eerste belangrijke identiteitsles van die dag in de vorm van tot pap gekookte bloemkoolstronkjes.

Er waren vier soorten op vier verschillende tafels gepresenteerd, de ene schaal geprepareerd onder rabbinaal toezicht van Rabbijn Huppeldepup, de ander onder toezicht van Rabbijn Zusenmezo. Ik heb ze allemaal geprobeerd en in de kookkunsten van de diverse herders geen verschil kunnen ontdekken: allemaal doodgekookt. Dat kan aan mijn gebrek aan spiritualiteit hebben gelegen; ik houd het er op dat ook het smaakverschil een kwestie van geloof is.

Maar wat het me wel duidelijk maakte: hoe dieper je gaat graven in de identiteit, des te meer verschillen tussen jezelf en anderen kun je vinden. Dat houdt nooit op, aan het eind rest slechts absolute eenzaamheid. En vieze bloemkool.

Amalgaam

Het eerste deel van die loopdag ging naar het heiligdom van Nabi Shu’ayb. Omdat het ook nog Israëls Onafhankelijkheidsdag was, hadden zich daar duizenden Druzen verzameld rond het heiligdom van de man die wij kennen als Jethro, de schoonvader van Mozes, een centrale profeet in het Druzische geloof.

We werden er allerhartelijkst ontvangen. En de aard van die profeet, immers ook een Bijbelse figuur, geeft iets weer van de souplesse waarmee de Druzen met hun identiteit omgaan.

De pofbroeken en de martiale snorren lieten geen twijfel bestaan over de levende traditie, maar het merkwaardige amalgaam van islamitisch, christelijk en oud-Grieks gedachtengoed dat hun religie vormt, wordt weerspiegeld in het gemak waarmee Druzen zich altijd aanpassen aan de heersende omstandigheden.

Kalendertoeval

In Israël bijvoorbeeld dienen ze gewoon in het leger en noemen zich geen Arabier, hun Libanese geloofsgenoten doen dat wel en vochten onder Walid Jumblatt eerst tegen de christelijke Falange om zich later juist weer samen met hen te verzetten tegen de Syrische overheersing.

Les twee: als je soepel omgaat met je identiteit, heb je toch een goede kans dat de traditie overeind blijft. En het was een vrolijke boel bij de Druzen, met tongstrelende koffie en overheerlijke hapjes.

De derde stop was een kilometer verderop, waar we in een veld opeens de restanten van een moskee zagen. Daar omheen hadden zich de nazaten verzameld van de oorspronkelijke bewoners van het in 1948 door het Israëlische leger platgebuldozerde Palestijnse dorp Hattin. Ieder jaar komen ze daar samen om, een dag na de feestelijke viering van de Israëlische onafhankelijkheid, hun ramp te gedenken: de Nakba.

Door een ongelukkig kalendertoeval viel het Israëlische feest deze keer op de sabbat, zodat het een dag was opgeschoven. Waardoor hun ramp nu, net als zeventig jaar geleden, samenviel met het feest van de aartsvijand.

Ook tussen de ruïnes werd gebarbecued, maar de verhalen waren fel en somber. Daar leerde ik: hoe groter de ramp, hoe fanatieker de identiteit beleden wordt.

De dag eindigde in de seculiere moshav Arbel, waar we aan het zwembad van Israel Shavit naar het onafhankelijkheidsvuurwerk keken en zijn versie van feestbarbecue tot ons namen. Zonder rabbinaal toezicht bereid, maar wel zo smakelijk.

Les vier: ook één religieuze en culturele identiteit kan hele verschillende vormen aannemen.

Als ik uit die vier lessen een voorzichtige conclusie mag trekken, is het deze: identiteit, je kan er mee doen wat je wilt. De diepte van religieus besef, historische omstandigheden en de grootte van geleden verdriet, maken het moeilijker om er soepel mee om te gaan. Maar uiteindelijk is dat voor jezelf, voor het echte overleven van je tradities en voor de rest van de wereld wel het beste.

En het eten wordt er ook beter van.