24 uur met... Appa (Rachid El Ghazoui)

Wilfried de Jong ontvangt Rapper Appa (Rachid El Ghazoui), een Nederlandse rapper van Marokkaanse afkomst, die zichzelf liever straatfilosoof noemt. Met nummers als "Ik heb schijt aan de overheid" neemt hij het op voor de zogenoemde 'kutmarokkanen'.
Kort geleden was hij zelf iemand van de straat. Hij haalde het nieuws met de opmerking dat hij het niet erg zou vinden als iemand Wilders een kogel door de kop zou schieten. Verder weten we weinig van Appa.

Ik zat in mijn hotel in Dubai en dacht terug aan een moment twee jaar geleden in Amsterdam, toen ik dingen deed die illegaal waren. Ik dacht: kijk... nu zit ik hier. Dat is een machtig gevoel.

Rapper Appa over de ommekeer in zijn leven

Op het t-shirt van Appa staat in Arabische letters 'straatfilosoof' geschreven, zo ziet Wilfried ineens. Appa legt uit dat die term afkomstig is van de Nederlandse schrijver Piet van Aken. In 1921 schreef hij een boek, waaruit Appa twee quotes heeft gehaald die hij ook op zijn nieuwe album heeft gezet. Een van de quotes gaat over het winnen van het vertrouwen in 'het nieuwe milieu'. Iets waar Appa zich in herkent. Ook hij wil vertrouwen wekken, maar merkt dat dat lastig is. Vooroordelen als 'die komt alleen maar om rellen te trappen', terwijl mensen het verhaal erachter helemaal niet begrijpen.

'Als je naar de clip van "Ik heb schijt" kijkt, zie ik anders jongens met bijlen en messen lopen en die slaan ruiten in,' constateert Wilfried de Jong. Daarmee wil Appa het stereotype beeld dat veel mensen hebben eerst bevestigen om er daarna mee te gaan spelen. De Jong snapt dat dat de bedoeling is, maar vraagt zich af of een Marokkaans jochie van 11 jaar niet gewoon denkt: ik wil ook Appa zijn, ik ga ook even een bijl halen. Appa: 'Dan hoop ik dat zo'n jongen ook naar mijn andere nummers luistert en er achter komt dat het een hele andere vibe is.'

moslim-Marokkaan

Wat gaat er om in het hoofd van een jonge Marokkaan die op straat leeft, wil Wilfried weten. 'Dat is verschillend,' begint Appa genuanceerd. 'Een van de eerste dingen is: heeft de maatschappij een hekel aan mij? Dan fack hun allemaal! Ik zorg wel dat ik m'n eigen brood verdien. Als je me geen baan geeft, dan ga ik stelen. Dat is misschien kortzichtig, maar ja.. het is de realiteit.'

Wordt het niet beter, vraagt De Jong met enige hoop. 'Nee, het wordt alleen maar erger,' zegt Appa. 'De aanslagen van 11 september 2001, de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh: hoe denk jij dat de nuchtere Nederlander is gaan kijken tegen de moslim-Marokkaan?' Ze concluderen samen dat het beeld er niet gunstiger op is geworden.

Hoe kijkt hij dan aan tegen de woedeuitbarstingen in de banlieu's van Parijs, vraagt Wilfried door. 'Goed!' zegt Appa stellig. 'Dat van Parijs vind ik goed, niet van Slotervaart.' Hij legt uit dat in Nederland ruimte is om dingen op een andere manier op te lossen. 'Als al die jongeren in Slotervaart de straat opgaan, hoeven ze eigenlijk alleen maar te staan, verder hoeven ze niks te doen. De pers is er bij en het zal aandacht krijgen. Als je dan helemaal niks zegt, is dat ook een sterk statement.'

trots en eer

Appa heeft een beetje last van een jetlag. Gisteren is hij uit Dubai naar huis komen vliegen. In Dubai organiseert hij feesten, grote evenementen voor de jetset. Met een zelfbedacht concept heeft hij verschillende clubs daar benaderd en met de meest exclusieve club in Dubai sloot hij een contract. 'Ik zat daar in mijn hotel en dacht terug aan een moment twee jaar geleden in Amsterdam, toen ik dingen deed die illegaal waren. Ik dacht: kijk... nu zit ik hier. Dat is een machtig gevoel.'

Tijdens zo'n feest overziet hij de zaal en maakt in gedachten een foto. Aan wie zou je die willen laten zien, wil Wilfried weten. 'Aan m'n vader. Ik wil hem graag laten zien dat het nu goed met me gaat.'

Hij beseft dat hij zijn vader lange tijd alleen maar teleurstelde. 'Het gaat bij ons om trots en eer. Als jij dan de verkeerde kant op gaat, vragen ze waarom? we hebben je toch goed opgevoed?'

Er waren periodes dat hij amper nog thuis was. Als hij vrij kwam, werd hij kort erna weer voor iets opgepakt of kwam een paar nachten niet thuis. Z'n ouders werden er gek van. 'Daar denk je niet bij na op dat moment. Pas als je uit die wereld klimt, ga je je schamen en dingt tot je door wat je al die tijd hebt gedaan.'

Ik ben trots op Amsterdam, omdat het een mengelmoes van alles is. Zo zou de wereld moeten zijn.

Rapper Appa voelt zich thuis in de hoofdstad

homo's en bitches

Wilfried begint over homoseksualiteit en tast af hoe Appa zou reageren als hij door homo's met avances zou worden benaderd. 'Ze moeten me niet aanraken, want dan trap ik ze van me af. Ik ben daar niet van gediend, ik hou van vrouwen. Dus doe je ding, maar laat mij met rust.'

Een uitspraak van Pim Fortuyn over de smaak van Marokkaans sperma die Wilfried citeert, vind hij niet kunnen. 'Het gaat me er niet om dat hij homo is, maar dat hij sommige dingen als politicus niet hoort te zeggen; dit is smakeloos'.

Zijn rapteksten over meisjes dan niet net zo smakeloos vaak? 'Daar ben ik ook niet voor. Als jij vrouwen en meisjes steevast bitch noemt denk ik: je hebt ook een moeder, vriend, die is ook een vrouw.' Hij vindt zichzelf geen homohater of racist, die kortzichtigheid heeft hij achter zich gelaten, zo zegt hij. Hij staat er boven nu.

bindingsangst

En hoe zit het dan met de meisjes in zijn persoonlijke leven? Hij zal vast de nodige meisjes hebben gehad in zijn turbulente jeugdjaren, vermoedt Wilfried. Maar Appa schudt nee en legt uit dat hij er slecht in is. Hij is wel eens verliefd geweest, maar hij heeft een soort van bindingsangst. Als het te dichtbij kwam, werd hij wantrouwend en nam hij afstand.

Hij beaamt dat hij graag de regie over zijn eigen leven houdt en weinig concessies wil doen, zeker nu zijn toekomst er veel beter uit ziet. 'Dan maar geen meisje. De toekomst is mijn meisje en mijn verleden een bitch!'

negativiteit

Denkt Appa nooit eens in een depressieve bui: was iedereen ooit maar gewoon in zijn eigen land gebleven, probeert Wilfried. Appa reageert resoluut van niet. Hij is blij dat hij in Amsterdam woont. 'Ik ben trots op Amsterdam, omdat het een mengelmoes van alles is. Zo zou de wereld moeten zijn.'

Bij een halal broodje shoarma blikken ze samen terug op zijn jeugd. Volgens Appa is hij nooit een 'grote' crimineel geweest, maar gewoon een van de vele jongens die het probeerde. Hopend op een of andere manier ineens veel geld te vergaren, zodat je in een keer uit alle shit bent. Hij beschrijft hoe je het ene moment een mooie auto kunt rijden en cash op zak kunt hebben, dan houdt iedereen even van je. Even later zit je in een cel, ben je alles weer kwijt en ben je de grote loser. 'De straat is veel negativiteit. ik ben blij dat ik daarvan verlost ben.'

strijd

Ze blikken terug op ingrijpende gebeurtenissen als de moord op Theo van Gogh door Mohammed B. Wat deed dat met hem en met de Marokkaanse gemeenschap?

'We moesten ons verdedigen,' zegt Appa, 'wij werden ook gezien als een Mohammed B.'  Kon hij begrip opbrengen voor die reacties? Appa, opgewonden: 'Ben je gek vriend?', als jij mij een klap geeft, krijg je er een terug. Ik heb je niks gedaan. Ga mij niet aanvallen.' 

Hij beschrijft aanvallen van racisten op moslimvrouwen en voegt er aan toe: 'Als ik dat zou hebben gezien, zou ik niet zeggen: rustig joh, ik begrijp dat je boos bent. Nee... als ik zoiets zie, dan ram ik er op los!'.

Het grootste probleem van de Marokkaanse gemeenschap in Nederland vind hij de grote ondelinge verdeeldheid en hoe dat heeft effect op het beeld dat er van Marokkanen bestaat. 'Als we meer een eenheid zouden zijn en er gebeurt dan zoiets, dan begrijpt iedereen: dat is een uitzondering, dat zijn er maar een paar.'

Hij ziet geen overeenkomsten tussen hem en de strijd die Mohammed B. voert. 'Ik heb een hele andere strijd. Ik wil van Nederland een beter land maken, hoe raar dat misschien ook klinkt. Ik denk aan de volgende generatie en zie momenteel steeds meer onbegrip. Als dat zo doorgaat is het wachten op een bom die gaat barsten. Dat wil ik helpen tegengaan.'