Marathoninterview Meindert Fennema

Meindert Fennema

Hij schreef in 2011 een boek: ‘Geert Wilders, Tovenaarsleerling’ over een politiek fenomeen dat nogal wat stof doet opwaaien. Fennema vind dat ieder vogeltje moet zingen zoals het gezind is en deed dat tweede kerstdag zelf drie uur lang op Radio1 met Anton de Goede.

Politicoloog

Hij is iemand die kiest voor de dwarsligger, iemand die zelf graag tegendraads is en iemand die een moeilijk gesprek niet uit de weg gaat. Hij kroop in de huid en de gedachtewereld van Geert Wilders en schreef een biografie over deze Tovenaarsleerling, zonder hem ooit ontmoet te hebben en hij mengt zich graag in het publieke debat.
Meindert Fennema werd geboren in Leeuwarden in 1946. Daarna belandde het Friese gezin in Zeist waar hij verder opgroeide.
Deze zoon van een keurmeester in het slachthuis studeerde sociologie in Utrecht en politicologie in Amsterdam. Hij was lid van de Communistische Partij maar ook van het Studentencorps. Misschien veelzeggend voor het laveren tussen verschillende milieus en opvattingen, waarin hij altijd sterk moet zijn geweest.

Sinds 1975 is Fennema verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. In 1981 promoveerde hij met het proefschrift International Networks of Banks and Industry.
Hij is inmiddels al heel wat jaren hoogleraar aan de afdeling politicologie en het Instituut voor Migratie en Etnische Studies en hij bekleedt de leerstoel politieke theorie van etnische verhoudingen.
Fennema heeft vele wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan op zijn vakgebied. Tevens mengt hij zich veel in het publieke debat met bijdragen op de opiniepagina's van dag- en weekbladen. Behalve het net genoemde Geert Wilders, Tovenaarsleerling, dat vorig jaar verscheen, schreef hij De Moderne Democratie. Geschiedenis van een Politieke Theorie’ in 2001. In 2007 verscheen de biografie van Dr. Hans Max Hirschfeld, dat hij samen met John Rhijnsburger schreef. Hirschfeld was een Nederlandse econoom die tijdens en na de oorlog een belangrijke rol heeft gespeeld onder meer bij de dekolonisatie van Indonesië.
Was Fennema van oorsprong onderdeel van het linkse establishment, marxist en lid van de CPN, later toonde hij een grote fascinatie en begrip voor rechtse politieke denkers en politici. Hij verdedigde de democratische rechten van Pim Fortuyn en Hans Janmaat, voor hij zich inleefde in Wilders.
Fennema gaat tot het uiterste om het recht te verdedigen van zijn politieke tegenstanders om zich te uiten.

Meindert Fennema leeft met vrouw en dochter in Aerdenhout. Uit een eerder huwelijk heeft hij nog een dochter.

Samenvatting eerste uur

Fennema is net terug uit de Dominicaanse republiek, waar hij vaak komt, en daar werkte hij aan zijn nieuwe roman, zoals hij zegt – maar je hebt toch nooit een roman geschreven, merkt de Goede op, dus dit wordt eventueel je eerste roman?
Ja dat komt zo, hij kreeg kritiek op het literaire verzonnen gedeelte van zijn boek over Wilders. Het wordt du stijd om écht aan een roman te gaan werken. Over een jongen die liever in een abattoir zit dan op school. Het is het autobiografische verhaal van het Friese jongetje dat in Zeist opgroeit. Het jongetje dat spastisch was en werd gepest door de andere kinderen, en in dat slachthuis was het een beschermde wereld. Hij was de zoon van de keurmeester, en er werkten van allerlei mensen met een zwakke maatschappelijke positie, die aardig voor hem waren.
Opgroeien te midden van slagers, darmenwassers – dat levert de vraag op: roept de Partij voor de dieren zijn sympathie op?
Nou niet echt, want die actie tegen het ritueel slachten kan hem niet bekoren. Want goed ritueel slachten met een mes is volgens deze kenner niet pijnlijker dan een andere slachtdood.

Ook kwam nog even langs dat zijn licht slepende trek als gevolg van het licht spastisch zijn op latere leeftijd aantrekkelijk bleek te zijn voor vrouwen – die houden immers van een klein gebrek.

Hij wilde landbouwkundig ingenieur worden, maar bij nader inzien was hij meer geïnteresseerd in mensen dan in bomen, en hij ging sociologie studeren. En hij werd lid van het corps in 1965,
Een jaar nadat er een kwestie had gespeeld met een corpslid dat tijdens de ontgroening in een roetkap gestikt was. Links wilde de ontgroening verbieden waarop Fennema een artikel schreef waarin hij stelde: nee, juist niet verbieden, want die rechtsen sterven vanzelf wel uit met deze methoden. Toen werd hij bedreigd door corpsleden die deze vorm van ironie niet konden waarderen.
Roeien, paardrijden, bij de weerbaarheid, dat kon allemaal niet vanwege zijn spasticiteit, hij moest toch op een andere manier opvallen.
In 1967 besloot hij met een groep, collectief het Corps-lidmaatschap op te geven. Hij vertrok naar Amsterdam, Utrecht werd te klein.

We sprongen naar het boek ‘Wilders, Tovenaarsleerling’, dat vorig jaar verscheen. Het is een reconstructie van Wilders door de jaren heen, met tussendoor verzonnen gedachtes. Het boek werd door journalisten neergesabeld, onder andere door dat verzonnen gedeelte.
Is het een studentikoze grap? Vraagt Anton de Goede, dat je van die gedachtes erin hebt gestopt?
Nou het was meer: ik ben nu oud genoeg om te doen waar ik zin in heb, en daar had ik nou zin in. “Maar bagatelliseer je Wilders niet als werkelijk gevaar, als slecht mens?” Vroeg Anton, Meindert: “Dat is al een verkeerd uitgangspunt, om hem een slecht mens te noemen en dus jezelf blijkbaar goed te noemen.”

Samenvatting tweede uur

Het begon met een citaat dat Fennema gebruikt in zijn boek over Wilders.
Een citaat van Harry Mulisch uit ‘Bericht aan de rattenkoning’ waarin hij zegt dat het politieke probleem van de wereld doodsimpel is, en dat wie beweert van niet, dat niet diens bewering onderzocht moet worden, maar zijn motief om dat te beweren.
Dat is de kern van het communisme – zegt Fennema, terwijl we in die jaren allemaal Mulisch nog wel bewonderden. Zijn afkeer over communistische sympathieën betreft ook hemzelf – want Fennema werd lid van de CPN en hij noemt dit achteraf bekeken een onvergefelijke daad.
Lid worden van een beweging van massamoordenaars. De CPN die toen de banden opzei met de Sovjet Unie want die was niet stalinistisch genoeg.
Castro’s Cuba en Noord-Korea werden verheerlijkt.

In die jaren 60 dacht de marxist Fennema in klassentegenstellingen en in opstand. Zo was er zijn strijd tegen de hoogleraar Daudt, waarover Fennema geen spijt voelt. Maar hij heeft wel spijt dat hij het leven zuur heeft gemaakt van de redelijke en onafhankelijk denkende hoogleraar Peter Bahr. Bahr is overleden, Fennema heeft nu bedacht om het geld dat hij met zijn Wilders boek verdient, een paar duizend euro per jaar, aan het Universitair Asielfonds te doneren. Het asielfonds waarvoor ook Bahr zich ingezet had.
De schaamte die hij voelt is dat “wij van de CPN moreel eigenaar van het oorlogsleed waren– van de Februaristaking, van het antifascisme”. En zo iemand als Bahr die het echte oorlogsleed had ondergaan, heeft hij aangevallen. Omdat Bahr, die bij de oprichting van D66 betrokken was, de vleesgeworden redelijkheid was. Ik zag hem als iemand die de macht wilde behouden met redelijkheid.
Wil je dan niks verdienen met dat boek? Was de vraag, ja dat wel, maar Fennema ziet het als een mooie afsluiting van zijn carrière – hij is inmiddels al met pensioen en nu nog waarnemend hoogleraar politicologie aan de UvA.

Is er niets voor te zeggen om gewoon dóór te gaan met de klassenstrijd? Is de vraag aan de man die nu in het aangename Aerdenhout woont.

Is dat niet ook gewoon het succes van Wilders?
Nee,nee, zegt hij, dat gaat om veiligheid – de wereld is onveilig geworden.