In Fort McMurray, Alberta, ligt een van de grootste teerzanden ter wereld. Hier wordt ruwe olie gewonnen waar de Canadezen flink rijk van worden. Maar wie betaalt de prijs?

Teerzanden zijn oliehoudende aardlagen die door geologische processen aan het oppervlak belanden. In dit geval door de opbouw van de Rocky Mountains. De olie zit vastgeplakt aan zand en gesteente in een zestig meter dikke laag, vlak onder het aardoppervlak.

De oliereserves in Alberta behoren tot de grootste ter wereld. Ze beslaan een gebied ter grootte van vier keer Nederland. In deze Canadese teerzanden zit volgens schattingen genoeg olie voor ongeveer 1000 miljard vaten. Dat is ongeveer een derde deel van de totale hoeveelheid olie in de wereld, waar we van weten.

Voor veel Westerse landen zijn deze Canadese oliereserves een droomscenario om onafhankelijk te kunnen worden van het Midden-Oosten, op het gebied van olie. Ze hopen hiermee de jarenlange moeizame onderhandelingen met het Midden-Oosten ooit achter zich te kunnen laten.

olie verkrijgen uit teerzand

Teerzanden bestaan uit zand, klei, water en teer. Dit mengsel kan via een ingewikkeld productieproces worden gescheiden, waarna er bitumen overblijft. Bitumen lijkt op ruwe olie, maar is dikker en stroperiger. Dit kan vervolgens door chemische bewerking worden omgezet in lichte, synthetische olie. Deze stappen moeten worden doorlopen om olie uit teerzand te winnen:

1. Het zand moet worden afgegraven en met een crusher bewerkt worden. Zo worden klei en andere materialen gescheiden van de zandolie.
2. Vervolgens moet de zandolie worden vermengd met water en zeep, om zo de olie en het zand van elkaar los te weken.
3. Dit mengsel wordt in een scheidingsinstallatie gecentrifugeerd, waardoor het zand naar de bodem zakt en het bitumen naar boven komt en gescheiden wordt van het zand.
4. Het bitumen wordt in een speciale installatie verwarmd of met waterstof vermengd, waarna het eindproduct: een lichte, synthetische olie achterblijft. Dit kan tot olieproducten als benzine, diesel en kerosine verwerkt worden.

broeikasgassen

De oliewinning uit teerzand is omstreden, omdat het een gevaar vormt voor de omliggende natuur en landbouw en veel energie en chemicaliën kost. In het productieproces wordt ontzettend veel aardgas gebruikt, onder andere ter verwarming van het water om bitumen van zand te scheiden.

Voor iedere honderd vaten gewonnen teerzandolie zijn vijftien vaten aardgas nodig. Ook is het afgraven van land een enorme aanslag op de ecosystemen van de omliggende natuur. Volgens milieuorganisaties is deze manier van olie winnen een van de meest vervuilende ter wereld. 

De hoeveelheid CO2 (broeikasgassen) die bij oliewinning uit teerzand wordt uitgestoten is meer dan twee keer zo hoog als bij conventionele olie. Volgens onderzoek dreigt de teerzandindustrie in Canada 16 procent van de totale broeikasgassen die we wereldwijd mogen uitstoten op te maken, als we de opwarming van de aarde willen beperken tot 1,5 graad (het Klimaatakkoord van Parijs). Op dit ambitieuze streefcijfer voor opwarming van de aarde heeft Canada zelf aangedrongen op de klimaattop in Parijs in 2015.

Canada warmt twee keer zo snel op als de rest van de wereld

En Canada deed meer, want al in 2007 voerde de provincie Alberta een CO2-belasting in voor de grote industriële uitstoters, die 463 miljoen Canadese dollar heeft opgehaald voor energieonderzoek. Op 1 april 2019 is een nationale CO2-belasting van kracht geworden.

Ze moeten ook wel, want volgens een vrij recent (2019) regeringsrapport warmt Canada twee keer zo snel op als de rest van de wereld. Dat rapport waarschuwde dat drastische maatregelen de enige manier zijn om catastrofale gevolgen te voorkomen. Premier Trudeau tweette datzelfde jaar: 'We moeten nu handelen zodat onze kinderen een gezonde planeet en goede banen kunnen hebben'.

ernstige vervuiling

In Alberta is sinds de jaren zestig meer dan 4.500 vierkante kilometer natuurgebied voor de teerzandindustrie omgeploegd. Syncrude, een van de grootste oliemaatschappijen in Canada, heeft de belofte aan de overheid en de bevolking gedaan dat ze het land zullen herstellen zoals het was. Maar of dit ooit weer echt mooie, schone natuur wordt?

Ecoloog Kevin Timoney legt in Paradijs Canada uit: ‘In alle mij bekende gevallen waar goede data van beschikbaar is heeft landschapsherstel een ongezond natuurgebied opgeleverd. De vegetatie in het Bison Look-out gebied bestaat bijna geheel uit onkruid. Het ziet er op het oog groen uit, maar is geen gezonde vegetatie.’

Leven van het land heeft catastrofale gevolgen in deze omgeving

Niet alleen het land, maar ook de wateren worden aangetast. Langs de rivier die naar Fort Chipewyan loopt staat een pompstation dat water naar de teerzandinstallaties pompt. Dat water is nodig om het bitumen uit het zand te halen. Het afvalwater blijft in bassins achter. Dat bevat het resterende gips, water, zand, klei en residuen van koolwaterstoffen. Uit onderzoek blijkt dat de bassins lekken. Hierdoor zakt het afvalwater omlaag, het grondwater in. Uiteindelijk vloeit het in de rivier de Athabasca en zorgt het voor vervuiling van het water en de grond.

In dit water zwemmen vissen waar de lokale bevolking van leeft. Van dit water en deze grond leven ook elanden, caribou's, bisons, vogels en ander wild waar nog steeds op gejaagd wordt door de inheemse gemeenschappen. Zij hebben een sterke, culturele voorkeur voor eten van het land. Sommigen hebben zelfs nog nooit vlees uit een winkel gegeten. Toch heeft leven van het land catastrofale gevolgen in deze omgeving.

Bekijk hieronder een fragment waarin Emy praat met Big Ray Ladoucer, die al zijn hele leven in deze omgeving woont. Hij heeft 57 jaar commercieel gevist, maar doordat de wateren en de vis zo vervuild zijn is dat niet meer mogelijk.


Ondanks deze ernstige vervuiling, het globale klimaatprobleem en de lage olieprijs gaat de oliewinning uit teerzanden gewoon door. Hoe kan je zo’n industrie overeind houden in een tijd van klimaatverandering?

gekleurde bril

Nou, bijvoorbeeld omdat deze industrie voor veel welvaart en werkgelegenheid zorgt. In 2013 verdiende de provincie Alberta ongeveer 4,4 miljard Canadese dollar aan de oliewinning. En volgens het Canadian Energy Research Institute danken ruim 400.000 mensen hun baan aan deze industrie.

De inwoners van Alberta weten dat de teerzandindustrie alles behalve schoon is. Ze weten van de enorme CO2-uitstoot en het vervuilen van de Athabascarivier. Maar wie is er niet gevoelig voor de grote werkgelegenheid en flinke lonen die bedrijven als Syncrude, Suncor en Shell bieden. Deze bedrijven houden stadjes al Fort McMurray levend en investeren in gigantische sport- en entertainmentfaciliteiten in de regio.

Dit zorgt ervoor dat de Albertanen heel anders naar de teerzandindustrie kijken dan de rest van de Canadezen. Want wie ergens van profiteert, zal hier ook met een gekleurde bril naar kijken.

Van alle Canadezen erkennen de inwoners van Alberta het minst dat mensen bijdragen aan klimaatverandering: zo’n 41 procent, tegenover bijna 70 procent van de inwoners van de oostelijke provincies van Canada. Uit een enquête over percepties van klimaatverandering in Canada (link) blijkt ook dat de Albertanen het minst geloven in overstappen op duurzame energie: 52 procent gelooft hierin, tegenover 81 procent van de inwoners van Quebec.

hoge kankercijfers

Doordat het proces om olie uit teerzand te winnen zo bewerkelijk en ingewikkeld is, worden er flink wat chemicaliën gebruikt. Deze chemicaliën belanden vervolgens weer in het landschap en de lucht en zijn gelinkt aan hogere kankercijfers bij de bewoners rondom in de gebieden en reservaten rondom Fort Chipewyan.

Een studie van de Universiteit van Manitoba bracht 23 gevallen van kanker bij 94 mensen in Fort Chip in verband met hoge niveaus van verontreinigingen in de vis en dieren die door de bewoners werden geconsumeerd.

Volgens John O’Connor, werkzaam als arts in Fort Chip, komt er veel kanker voor bij de gemeenschap in Fort Chip. Na veel aandringen deed de provincie onderzoek hiernaar. Hier kwam uit naar voren dat er in Fort Chip dertig procent meer kanker voorkwam, waaronder zeldzame gevallen. 

Bekijk hieronder een fragment waarin Emy met dokter O'Connor in gesprek gaat.

de toekomst

De identiteit van Fort McMurray is gebouwd op olie, waardoor stoppen moeilijk denkbaar is. Alles in de stad is olie-gerelateerd. Zelfs het ijshockeyteam wordt gesponsord door de olie-industrie. Voor veel inwoners is de olie-industrie hun laatste strohalm om rond te komen.

Premier Justin Trudeau zoekt nog naar de gulden middenweg. Hij keurt met zijn linkerhand pijpleidingen goed en met zijn rechterhand CO2-belastingen. De premier loopt mee in klimaatmarsen, maar hij zei ook dat Canada wel gek zou zijn om een olievoorraad van 173 miljard vaten in de grond te laten zitten.

Naar alle waarschijnlijkheid blijven teerzanden nog wel een tijd een belangrijk onderdeel van de wereldolieproductie. Canada verwacht in 2025 een productie van zo’n 3,3 miljoen vaten per dag te hebben. Althans, dat was voor de recente ontwikkelingen.

Door de coronacrisis is de vraag naar olie (en de wereldwijde handel) enorm afgenomen, waardoor de olieprijs gekelderd is. Tevens wordt de overgang naar schonere energie versneld door de coronacrisis, volgens persbureau Bloomberg. Hierdoor worden fossiele brandstoffen, zoals de olieproducten, nog goedkoper de komende decennia. Het uitstoten van CO2 en andere broeikasgassen wordt echter steeds duurder en meer omstreden. Voor veel oliemaatschappijen is het daardoor niet de moeite waard nieuwe investeringen te doen om bepaalde olievoorraden aan te boren of projecten te ontwikkelen.

De klimaatdoelstelling voor 2030 zal niet behaald worden, waarschuwen experts.

‘Als de wereldbevolking besluit dat ze geen gas en olie meer wil en er gezondere energiebronnen zijn, zoals wind- en zonne-energie, dan zeggen mensen: we willen dit niet meer’, zegt ecoloog Kevin Timoney. ‘De vraag wordt al minder. Als je kijkt naar de afweging die consumenten maken tussen fossiele brandstof of schonere energie, dan wint wind- en zonne-energie aan populariteit. We kunnen niet op dezelfde voet doorgaan.’

Toch is het niet waarschijnlijk dat Canada zijn streefcijfer voor de vermindering van de CO2-uitstoot voor 2020 zal halen. Ook de klimaatdoelstelling voor 2030 zal niet behaald worden, waarschuwen experts. De uitstoot van de olie- en gassector neemt flink toe. Tegen die tijd zal het naar verwachting 100 miljoen ton per jaar bedragen. 

een nieuw leven

Wellicht kunnen de teerzanden in de toekomst gebruikt worden voor schonere doeleinden, bijvoorbeeld het recent ontdekte winnen van waterstof uit teerzand. Onderzoekers van de universiteit van Calgary (Alberta) ontdekten dat je zuurstof kan injecteren in de teerzanden. Hierdoor stijgt de bodemtemperatuur en komt waterstofgas uit de olie vrij. Speciale membraanfilters scheiden dit waterstofgas in de productiebron van ongewenste gassen als koolstofdioxide en methaan, die in de grond achterblijven. 

De ontdekte methode werkt ook in afgedankte olievelden, waar nog wat olie in de grond zit. Zelfs bij olievelden die nog in gebruik zijn kan de techniek worden ingezet. Dan wordt er dus waterstof in plaats van olie gewonnen. Op die manier krijgt een vervuilende bron een nieuw leven en kan ze de energiedrager van de toekomst worden, aldus de ingenieurs.

meer over dit onderwerp