LHBTIQA+

dit land versterkt de queer-positie ondanks de opmars van extreem-rechts

Tekst Eva Idenburg Beeld Victoria Durinck 

14 december 2023

Ooit was Nederland het allereerste land dat het homohuwelijk legaliseerde, maar van die progressieve instelling lijkt weinig over: Nederland zakte op de Europese index voor LHBTIQA+-gelijkheid de afgelopen jaren af naar plek veertien. Hoe komen we weer aan de top? Daarvoor steken we ons licht op in Spanje. Een land waar activistische organisaties de politiek ertoe bewogen LHBTI+-rechten serieus te nemen, waardoor het land in diezelfde index in één jaar van plek tien naar vier opklom.

Zie hier: De gelijkheid voor LHBTIQA+’ers in West-Europa op de kaart gezet. Het is een ingezoomd stukje van de Rainbow Europe Map en Index, een jaarlijkse vergelijking van LHBTIQA+-rechten en wetten in 49 Europese landen. Wat opvalt: in 10 jaar tijd hebben de meeste landen grote stappen gezet. België, Denemarken, maar ook Europees kampioen Malta hebben de afgelopen jaren hun stinkende best gedaan voor de LHBTIQA+-gemeenschap door nieuwe wetten aan te nemen en curricula op scholen ‘queer friendly’ te maken. 

Wat ook opvalt: Nederland heeft die stappen niet gezet. Waar we bij de pridevierende toerist, en bij onszelf eigenlijk ook, nog altijd te boek staan als voorloper op het gebied van LHBTIQA+-rechten, zijn we dat in werkelijkheid al lang niet meer. Ons niet-zo-tolerante land is de laatste decennia weggezakt, en neemt vandaag de dag een twijfelachtige veertiende plaats in. 

waarom blijft Nederland achter?

Mehmet Akin, projectleider van de ILGA-Europe (European Region of the International Lesbian, Gay, Bisexual, Trans and Intersex Association) Rainbow Map, kan wel uitleggen waarom Nederland steeds verder wegzakt. ‘Nederland was vroeger een pionier op het gebied van LHBTI+-rechten. Nu zijn er te weinig wetten en rechten die LHBTIQA+’ers beschermen, al helemaal voor de trans- en intersex gemeenschap.’ Een paar voorbeelden van die verzanding: er zijn geen wetten die LHBTIQA+’ers beschermen tegen hate crimes, terwijl in 2021 alleen al 2,471 gevallen  werden gerapporteerd. Daarbij zijn verwijdering van geslachtsdelen bij (daar niet toe instemmende) intersex baby’s en ‘homogenezing’ in Nederland toegestaan. En wie officieel van geslacht wil veranderen, moet eerst een heel traject door bij een dokter en psycholoog. 

Naast een achterstand in wetgeving, valt Mehmet iets anders op: ‘Hoewel Nederland nog goed scoorde op openheid richting LHBTIQA+’ers, is er voor het eerst in jaren een stagnatie in plaats van een toename in het aantal Nederlanders met een positieve mening over LHBTIQA+-personen. Daarnaast blijkt dat één op de zes mensen denkt dat er ‘iets mis’ is met mensen die zich niet identificeren als man of vrouw en vindt één op de drie mensen het aanstootgevend om twee mannen te zien zoenen.’

casus Spanje

Dan Spanje: Uitgerekend dit land, ooit bekend als hyperconservatief en de broedplaats van ‘machismo’, geeft Nederland het nakijken met hun progressieve houding. Op de Rainbow Map nemen zij ondertussen een bewonderenswaardige vierde plek in. Spanje legaliseerde in 2005, als derde ter wereld, het homohuwelijk, maar liet het daar niet bij. Zo werd in 2008 het ‘ministerie van gelijkheid’ opgericht om de rechten van onder anderen vrouwen, LHBTIQA+’ers en etnische minderheden (Roma) te verbeteren. Een buitengewoon noemenswaardige stap is de wet (4/2023) die in februari van dit jaar werd ingevoerd, en waarmee Spanje in één klap zes plaatsen omhoog schoot op de Rainbow map van ILGA. ‘In die veelomvattende wet worden intersex genitaliënverwijdering zonder toestemming en homogenezing verboden. Daarnaast mogen alle Spanjaarden boven de twaalf zelf het geslacht op hun paspoort kiezen en is discriminatie op seksuele voorkeur, genderidentiteit en geslachtskenmerken wettelijk verboden,’ vertelt Mehmet Akin. 

Het is echter niet zo dat de hele Spaanse overheid op een goede ochtend ‘woke’ wakker werd. Het progressieve beleid van Spanje is grotendeels te danken aan het onvermoeibare activisme van LHBTIQA+-organisaties. Zo ook FELGTBI+, de grootste organisatie voor de LHBTIQA+-gemeenschap in Spanje. ‘Het homohuwelijk in 2005, maar ook de wet van dit jaar zijn zaken waar wij heel hard voor hebben gestreden,’ vertelt Ignacio Paredero, secretaris van de organisatie. En met duidelijk succes. Van dat activisme kan Nederland wat leren. En wel op basis van een heus driestappenplan, geïnspireerd door casus Spanje:

stap 1: verenigt uzelf

‘Intersectionaliteit’ is volgens Ignacio Paredero de sleutel om politieke deuren naar LHBTIQA+-wetgeving te openen. ‘Met andere woorden: dat wij binnen onze organisatie de belangen vertegenwoordigen van iedereen binnen de LHBTIQA+-gemeenschap, het is belangrijk dat we als organisatie iedereen een stem geven. Maar net zo belangrijk is dat we andere minderheden aanhaken, om zo sterker te staan tegenover de politiek.’ 

Door bijvoorbeeld samen te werken met feministische organisaties en groepen die strijden voor migrantenrecht, werkte FELGBTI+ een wetsvoorstel uit dat haatdragende taal verbiedt, richting wie dan ook. Met het principe ‘als één minderheid meer rechten krijgt, is dat goed voor alle minderheden’, bestormt FELGTBI+ vervolgens bevolking en politiek. Die zien ze niet als losse doelen om voor zich te winnen, maar als groepen die elkaar beïnvloeden. Als de bevolking achter de LHBTI+-gemeenschap staat, verhoogt dat de druk op de politiek om meer wetgeving voor elkaar te krijgen. De politiek is op haar beurt een medium dat de wettigheid van LHBTIQA+’ers kan uitdragen naar de bevolking, die de queer-gemeenschap dan meer zullen accepteren.

stap 2: overtuig de politiek (en daarmee de bevolking)

Het doel: wetgeving doorvoeren die de rechten van LHBTIQA+-mensen beschermt en rechten bevorderd. ‘Als de politiek de legitimiteit van LHBTIQA+’ers afbakent, geeft dat een signaal naar de hele bevolking dat LHBTIQA+’ers serieus moeten worden genomen.’ Mehmet voegt daaraan toe dat politici en beleidsmakers stappen moeten blijven zetten richting volledige gelijkwaardigheid van minderheidsgroepen zoals LHBTIQA+’ers: ‘Politici moeten hun huiswerk doen om te begrijpen waar wij tegenaan lopen. Dat zou een constante taak moeten zijn.’ 

Hoe je gelijkheid van LHBTIQA+’ers een constante prioriteit maakt in de politiek? Een gelijkheidsministerie zou Nederland niet misstaan. Met een gelijkheidsministerie zijn fundamentele rechten van minderheden minder overgeleverd aan de grillen van de politieke cyclus. Nieuwe wetten kunnen sneller worden doorgevoerd. En het straalt uit dat iedereen serieus genomen wordt en welkom is. In Spanje kwam het ministerie er dankzij de inspanning van onder andere FELGTBI+ die met steun van de bevolking de regering tot deze verandering bewoog.

stap 3: eerste hulp bij politieke tegenwind

Zo’n gelijkheidsministerie heeft in het huidige (extreem)rechtse politieke klimaat geen schijn van kans. ‘Gelijkheidsgeneuzel,’ noemde Wilders het al. Maar ook in Spanje maakt extreemrechts, in de vorm van anti-LHBTIQA en anti-feministische partij Vox, zijn opmars. Tegelijk blijft het land klimmen in de Rainbow Map. En dat terwijl er deze zomer nog verkiezingen waren waarbij de peilingen een volledig rechts kabinet voorspelden. ‘Dat hebben wij, als activistisch collectief, tegengehouden,’ vertelt Ignacio Paredero.

Vox won namelijk niet, en verloor zelfs 19 zetels. Spanje kwam uit op een centraal-rechtse overheid, zonder de anti-minderheidsopvattingen van Vox. Volgens Ignacio is dat te danken aan burgerinitiatieven, protesten en campagnes die voor queer-belangen strijden. ‘Er zijn altijd stemmen geweest in de politiek die LHBTIQA+’ers van de rest van de bevolking willen vervreemden, die angst zaaien over de agenda van queers. Het is belangrijk dat mensen een sterk tegengeluid blijven geven. Dat we blijven herhalen: als deze partij wint, gaan sommige groepen er echt op achteruit. En zoals we hebben gezien bij deze verkiezingen heeft dat groot effect.’

 

Spanje steeg binnen een jaar zes plekken op de Rainbow Map. En dat door maar één wet door te voeren. Dat kunnen wij in Nederland ook, als we, bevolking én politiek, accepteren dat gelijkheid een work in progress is en blijft - en dus geen strijd  die met een legaal huwelijk is gestreden.