hoe werkt het geheimzinnige lobbyspel in Brussel?

Als je echt wil weten wie de macht in Brussel heeft, kan je het beste een lobbyist spreken. ’Je krijgt meer gedaan met een stagiaire en veel vrijheid dan honderdduizend euro bij een multinational.’

Luister de podcast op je favoriete podcast app:
Apple Podcasts   ►Spotify   ►Stitcher   ►RSS-feed

In juni van dit jaar zijn er Europese verkiezingen en kunnen we onze stem weer laten horen. Maar hoe kunnen we stemmen op iets dat we niet begrijpen? Weinig mensen snappen hoe de Europese Unie echt werkt.

Vaak leer je over politiek op school: er is een kabinet met ministers, een parlement, en zij maken wetten en bedrijven politiek. Meestal staat er niet in je maatschappijleerboek dat er mannen en vrouwen in dure pakken zijn die ook nog invloed hebben op het hele proces: de lobbyisten. Wie zijn deze mensen, wat doen ze, en hoe kunnen ze ons burgers helpen met zaken die goed zijn voor de burger?

Als je echt wil weten wie de macht in Brussel heeft, kan je het beste een lobbyist spreken. Zij weten wie, en vooral wanneer je iemand moet spreken om iets voor elkaar te krijgen. In de Tegenlicht Podcast van deze maand doen we precies dat. We spreken met lobbyist Milos Labovic, lobbyist in Brussel en schrijver van de boeken 'EU Superlobby: winnen in Brussel' en 'Lobbyist van Zeeland'. Is Brussel volgens hem nou echt zo anti-democratisch als we allemaal denken?

opkomen voor je belangen

Een lobbyist, zegt Labovic, is iemand die je kunt inhuren om voor je belangen op te komen. Iedereen kan immers geraakt worden door overheidsbeleid, op gemeentelijk niveau of hoger. Denk aan het invoeren van betaald parkeren in je wijk. Dan kun je zelf een brief schrijven, je kunt protesteren of bellen met de gemeente. Maar je kunt ook iemand inhuren die dat acht uur per dag voor je doet. Iemand die gespecialiseerd is in onderhandelen en het opvoeren van druk op overheden om beslissingen te beïnvloeden. Dat zijn dan de lobbyisten.

‘Het recht om de overheid aan te schrijven is een grondrecht, en wij helpen mensen daarbij,’ zegt Labovic. Daarbij ziet hij een groot verschil tussen lobbyen in Nederland en in Brussel. In Nederland gaat het volgens hem vooral om het organiseren en kanaliseren van maatschappelijke druk op politici. In Brussel wordt er veel meer technisch onderhandeld over ideeën en wetgeving. 

treinen

Om de Brusselse lobby een beetje te doorgronden nemen we een voorbeeld. Stel we willen als burgers lobbyen voor een goed Europees treinnetwerk. Hoe zou Labovic als ervaren lobbyist dat dan aanpakken?

Er is eigenlijk al heel veel goodwill om Europese treinen hoog op de politieke agenda te krijgen, zegt Labovic, zowel bij burgers als politieke partijen. Wat ook helpt: er is niet een grote anti-trein lobby in Brussel. Toch zijn er drie dingen die treinen tegen zich hebben:

  • Er ontbreekt politieke daadkracht: iedereen vindt het belangrijk, maar niemand vindt het belangrijk genoeg;
  • Europa kan geen beslissingen maken over een treinspoor dat door verschillende landen moet gaan lopen. Daarvoor moet je onderhandelen met de 27 landen onderling;
  • Er is veel te weinig geld beschikbaar voor een Europees spoor;

Beetje een downer dus. Maar we zijn niet voor één gat te vangen. Hoe krijgen we dat Europese spoor toch voor elkaar? Labovic: ‘Je voelt wel dat de politieke druk die nodig is om dit gedaan te krijgen, groeit. En de timing is ook goed, want de Europese verkiezingen komen eraan, het nieuwe beleid van de Europese Commissie wordt momenteel gemaakt, en de onderhandelingen over het budget van de komende jaren vinden binnenkort plaats.’

Zo wil je bijvoorbeeld in het komende regeerakkoord van Europa - de political guidelines geheten - iets over treinen erin hebben staan. En om in die political guidelines te komen, moet je weer zorgen dat je weer in een ander document (‘Europa hangt aan elkaar van documenten’) komt te staan, namelijk de ‘strategische agenda van de Europese raad’, samengesteld door de 27 regeringsleiders. Die visie is een soort onderlegger voor de political guidelines. De Europese Commissie kijkt heel serieus naar dat document voor het opstellen van haar beleid.

Wil je dus een lans breken voor treinen, dan moet je de regeringsleiders ertoe te bewegen om te pleiten voor treinen, maar het helpt ook om bij de Europese Commissie zelf te gaan pleiten. Dat zijn een beetje de ministers van Europa, al mag je dat eigenlijk niet zo zeggen.

stagiaire of honderdduizend euro?

Wat tot slot ook nog helpt om de politieke druk op te voeren: een miljoen handtekeningen ophalen via een burgerinitiatief zodat de Europese Commissie er wel naar moet kijken. Wellicht een mooie taak voor reizersvereniging Rover.

Klinkt als veel werk voor de brave burger met een drukke baan? Misschien valt dat wel mee. Volgens Labovic is het in elk geval zeker niet zo dat de corporates in Brussel het veel gemakkelijker hebben door gewoon hun portemennee te trekken. 

Big corporates hebben geen aaibaarheidsfactor. Deuren in Brussel gaan veel sneller open als je voor een sympathieke publieke zaak werkt, stelt Labovic. ‘Soms is één mailtje al genoeg om met iemand te kunnen spreken.’

Waar bovendien ook nooit over gesproken wordt: grote commerciële bedrijven zijn stroperig. ‘Voor elke tweet moet je door vijf hoepels springen. NGO's schieten er elke minuut wel een tweet uit, zij hebben veel meer wendbaarheid. Als je mij vraagt: wil je geld om veel mensen in te huren of wil je heel veel wendbaarheid, kies ik altijd dat laatste. Liever een junior en een stagiaire dan honderdduizend euro voor een lobby.’

Luister hier de hele podcast