Kim van der Meulen wil naar Brazilië

VPRO Bagagedrager nominatie 2014

Brazilië

‘Jongens, ik heb een manier gevonden om Kim en Ingrid uit elkaar te houden’, grinnikt mijn wiskundeleraar. Mijn tweelingzus en ik kijken elkaar zuchtend aan. ‘Korte naam = lang haar.’ Een ezelsbruggetje waarvan de logica me, zoals bij de meeste wiskundige formules, volledig ontgaat. Niet onze verschillende karakters, vaardigheden of interesses, maar onze coupes vormen schijnbaar de basis van onze persoonlijkheid. Niets is zo irritant als opgroeien als twee-eenheid, dat weten we als geen ander. Niet alleen word je regelmatig aangesproken op goed geluk (‘Pass de bal, Kim of Ingrid!’) en voel je je door voortdurende vergelijkingen een permanente bezienswaardigheid; je identiteit wordt bovendien gevormd aan de hand van de ander. Of je nu wilt of niet.

Het Braziliaanse dorpje Cândido Godói klinkt als een walhalla voor tweelingen met dit probleem. Niet de gebruikelijke één op tachtig, maar één op vijf zwangerschappen resulteert hier in een tweelinggeboorte. Klassen met zo’n twaalf tweelingen, bijna allemaal blond en blauwogig bovendien, zijn hier eerder regel dan uitzondering. Historici en samenzweringsfanaten zijn al decennialang in de ban van het mysterie rond dit ‘terra dos gémeos’ (‘land van tweelingen’), zoals het dorp zichzelf trots noemt op een welkomstbord. Sommigen beweren dat er ‘iets’ in het drinkwater zit, anderen gooien het op een genetische afwijking en een grote groep beweert dat Josef Mengele er achter zit – een beruchte SS-arts die in Auschwitz wrede medische experimenten op tweelingen uitvoerde en na de Tweede Wereldoorlog een Arisch tweelingendorp gesticht zou hebbben in Brazilië.

Terwijl ik lees welke conclusies wetenschappers, journalisten en sensatiezoekers de afgelopen jaren hebben getrokken over het hoe en waarom van het tweelingendorp, komt bij mij een heel andere vraag op: hoe voelt het om als tweeling eens niet de uitzondering, maar de regel te zijn? Nooit het verschil tussen je spiegelbeeld en je tweelingzus hoeven uitleggen. Nooit bij een overheidsinstantie hoeven aankloppen omdat het zogenaamde dubbele dossier verwijderd is (en jij daarmee officieus niet meer bestaat). Nooit de kaakchirurg verdoofd proberen te waarschuwen dat hij niet jouw röntgenfoto’s voor zich heeft. Oftewel: nooit jezelf definiëren aan de hand van iemand anders. Simpelweg omdat zo’n beetje iedereen wel een tweelingbroer- of zus heeft.

Samen met mijn tweelingzus ga ik naar Cândido Godói. Niet om het mysterie van het dorp te ontrafelen, maar om te ervaren hoe het is om op te gaan in de massa. Een massa van tweelingen, die uniek zijn omdat ze niet uniek zijn. Samen over straat gaan zonder nagestaard te worden, de vraag ‘Eén- of twe-eeiiig?’ te beantwoorden of onze overeenkomsten en verschillen desgevraagd op te sommen. Eindelijk niet meer ‘anders’ zijn. Heerlijk. Of... gaan we dat gevoel toch missen?

Wie is Kim?


Kim van der Meulen (1984) is freelance journalist en eindredacteur. Ze studeerde Theater-, Film- en Televisiewetenschap aan de Universiteit Utrecht en schrijft voornamelijk over kunst, cultuur en media – bij voorkeur in de vorm van interviews en reportages. Ze werkt(e) onder meer voor de Uitkrant Amsterdam, Het Parool, CJP, TrosKompas, CosmoGIRL!, Frame Magazine, Boekman en het International Film Festival Rotterdam. Ze leerde columns schrijven aan de Hogeschool van Utrecht en volgde in 2012 een cursus Long-Form Journalism aan de New York University. Typt net zo snel als ze praat.

Ingrid (l) en Kim van der Meulen (r) (1984)

Ingrid (l) en Kim (r)