Joris van Casteren 'Het been in de IJssel'

Bob den Uyl Prijs 2014 fotoalbum

In de zomer van 2005 vindt een visser een menselijk onderbeen in de IJssel. Het is onduidelijk wie de eigenaar is van het been, dat volgens forensisch onderzoek met grote kracht is ‘afgerukt’. Joris van Casteren brengt het verhaal van het been en zijn eigenaar in kaart. Hij reist af naar Duitsland, bezoekt de begraafplaats van het been en probeert in contact te komen met vrienden en familie.

Joris selecteerde voor vpro.nl/boeken een aantal foto's die hij maakte tijdens zijn lange voettocht en voorzag ze van commentaar.

De uiterwaard ter hoogte van de vindplaats.

De plek waar visser Joop Mekers uit Wijhe in 2005 het been aantrof. 'Ik dacht dat het een dode vis was.’

De voetreis van Wijhe naar Düsseldorf, een hommage aan Stephan Hensel, eigenaar van het been, volbracht ik in negen dagen. Het was heet, mijn schoenen knelden, de rugzak schuurde, ik werd voor Jezus uitgemaakt.

Ik volgde de IJssel, Nederrijn, Pannerdensch Kanaal, Boven-Rijn en gewone Rijn. Hier de plaats waar het Pannerdensch Kanaal zich afscheidt van de Boven-Rijn.

De grens.

Rijn gezien vanaf de brug bij Emmerich. Ook hier moet het been op enigerlei wijze voorbij zijn gereisd.

In de buurt van Wesel, meer dood dan levend.

Roer-gebied ten noorden van Duisburg. Eerste en enige dag met verkwikkende regen.

Kademuur ter hoogte van Duisburg.

Over de eindeloze Rotterdammerstraße loop ik Düsseldorf binnen. Langs de moderne gebouwen van de Messe. Hier stond Hensel achter zijn kraam, waar hij zo verdienstelijk sprak over het reddingsvest uit de 275 N Klasse. Hier dreef kort of lang daarna zijn lichaam of zijn been voorbij. 

De N337 bij het Overijsselse Wijhe. Rechts de IJssel. Ter hoogte van hectometerpaaltje 16,2 werd aan de oever van de rivier in juni 2005 een linkeronderbeen gevonden, gehuld in een chocoladebruine Nike-sok. Voor het boek liep ik twee jaar geleden vanaf hier terug naar de plaats waar het been in januari 2005 voor het laatst in leven werd gezien: driehonderd kilometer stroomopwaarts, in Düsseldorf.

Het paaltje in rij Z dat het anonieme graf markeert op de openbare begraafplaats van Den Nul (in Wijhe was geen plaats), waar het been in een kinderkistje ligt begraven.

Oude kraan bij de grindfabriek van Spijk, de laatste plaats voor de grens.

Duitse lammetjes.

Kalkar, Kernwasser Wunderland.

De vriendelijke Duitser die mij in de buurt van Wesel overzette. Vanaf dat moment ben ik gedeelten op mijn sokken gaan lopen.

Rijn bij Duisburg.

Dag 9, zondag 30 juli, de Düsseldorf in zicht.

Het zit erop, het is volbracht. Niet langer rent het been zelfstandig rond, zoals in het verhaal van Faulkner. Het is versmolten met de oorspronkelijke eenheid waar het niet meer dan een onderdeel van was.