steun vpro

Boeken

Irene van der Linde & Nicole Segers

Schrijfster Irene van der Linde en documentair fotografe Nicole Segers trokken een jaar lang met een veerpont tussen de Europese en Aziatische kust van Istanbul en schreven daarover voor 'Het veer van Istanbul'

Schrijfster Irene van der Linde en documentair fotografe Nicole Segers trokken voor 'Het veer van Istanbul' een jaar lang met een veerpont tussen de Europese en Aziatische kust van Istanbul. Met in het achterhoofd de vraag: vaart het land richting Europa, of gaat het de andere kant uit?

Ooit stonden de Turken te springen om onderdeel uit te maken van de Europese Unie. Meer dan 70% van de inwoners droomde ervan zich ooit aan te kunnen sluiten bij iets dat nog het meest op een modern Utopia leek. De EU was synoniem voor beter, welvaart, gelijkwaardigheid. Anno 2010 is het animo rap geslonken naar 40%. De Turken lijken simpelweg niet meer zo nodig te hoeven, maar de twijfel blijft.

Van der Linde en Segers brachten het twijfelende Istanbul in kaart. Van der Linde: "De Turken hebben van de EU door de jaren heen eigenlijk een constant 'nee' moeten horen. Als je daar alle negatieve geluiden vanuit het Westen bij optelt, over hoofddoekjes en de angst voor Islamisering, blijft er weinig animo over."

Segers: "De Bosporus is een geografische grens, maar ook een metafoor. Er is in de loop der jaren constant heen en weer gegaan tussen Azië aan de ene kant, en Europa aan de andere kant."

Ze woonden er een jaar. Om zich daadwerkelijk onderdeel te voelen van de stad, zich mee te laten nemen in het dagelijks leven van de bewoners. Segers: "Ik mis het. Ik heb heimwee naar de geluiden, en vooral naar de dynamiek van de stad. In Nederland verbinden de straten je gewoon met de plek waar je naartoe moet. In Istanbul kom je nooit aan op de plek van je bestemming; je komt altijd ergens anders uit. De straat is op zichzelf al heel veel. Het is een soort huiskamer."

In dat jaar zagen ze bij de bewoners een veelheid aan nuances en grijstinten in hun relatie met het islamitische geloof die totaal haaks staan op het vaak eenzijdige beeld van Islamieten dat in de huidige Europese politieke discussies naar voren komt. Van der Linde: "Op dat punt is alles in Istanbul compleet anders dan je zou verwachten. Die conservatieve Islamieten waar we hier met z'n allen zo bang voor zijn, die willen juist niets liever dan zich aansluiten bij de EU. Ze willen meer geloofsvrijheid, en zijn voor meer democratiseringswetten."

Segers: "En dat terwijl de moderne Turken, die geheel leven naar voorbeeld van het Westen, zich juist totaal niet bij Europa willen aansluiten. Progressieve intellectuelen wenden zich van Europa af, ook al spreken ze meerdere talen. Ece, een sopraanzangeres in Istanbul en een van de hoofdpersonen in het boek, zei eens: 'l'Europe? Pourquoi? Als je in Wenen loopt, zie je meer hoofddoekjes dan hier! Die tegenstrijdigheid komt in Nederland nooit naar voren als het over dit onderwerp gaat. Dat terwijl het zo fascinerend is.'

Want ook wat betreft het veelbesproken fenomeen 'hoofddoekjes' blijkt de werkelijkheid anders. De hoofddoek lijkt in Istanbul allesbehalve het toonbeeld van vrouwenonderdrukking dat menig Westerling erin placht te zien, maar juist een symbool van onafhankelijkheid en emancipatie. Segers: "Het aandeel vrouwen met een hoofddoek neemt af, maar degenen die hem dragen zien het dragen ervan juist als iets emancipatoirs. Kubra, ook een personage in het boek, is een ambitieuze puber met grote dromen. Ze wil journalist worden en daar alles voor doen. En ze draagt een hoofddoek. Voor haar is het iets heel moderns om met die hoofddoek naar de universiteit te kunnen: het staat voor haar strijd en onafhankelijkheid. Het is dan moeilijk om te zien hoe rechtlijnig en negatief er in Nederland over gedacht wordt. Dat was een extra drijfveer kom het boek te maken."