steun vpro

Boeken

Umberto Eco

In 'De begraafplaats van Praag', de nieuwe roman van de Italiaanse schrijver Umberto Eco, leidt de notoir onbetrouwbare verteller Simone Simonini ons rond door de negentiende eeuw waar duistere complotten gesmeed worden en waarin de vervalsing van de Protocollen van de Wijzen van Zion, het invloedrijkste antisemitische geschrift aller tijden, een centrale plaats innemen.

In De begraafplaats van Praag, de nieuwe roman van de Italiaanse schrijver Umberto Eco, leidt de notoir onbetrouwbare verteller Simone Simonini ons rond door de negentiende eeuw waar tal van duistere complotten gesmeed worden en waarin de vervalsing van de Protocollen van de Wijzen van Zion, het invloedrijkste antisemitische geschrift aller tijden, een centrale plaats innemen. Eco: "Ik ben geïnteresseerd in vervalsingen, omdat ik geïnteresseerd ben in de waarheid."

De Protocollen van de Wijzen van Zion doken (in het westen) voor het eerst op na de Eerste Wereldoorlog. Het is misschien wel de beruchtste vervalsing aller tijden. Het zou het verslag bevatten van het eerste Zionistische Congres in 1897 te Bazel. Het document bestond uit 80 pagina’s met aanbevelingen om de christelijke maatschappij omver te werpen en de tijd rijp te maken voor een Joodse suprematie.

De tekst van de Protocollen zou gebaseerd zijn op de roman Biarritz (1868) van de Duitse schrijver Hermann Goedsche (1815-1878), die onder het pseudoniem Sir John Retcliffe verscheen. Een van de hoofdstukken bevatte een beschrijving van een nachtelijke bijeenkomst van dertien joden op de joodse begraafplaats van Praag, waarbij de aanwezigen het vorderen van de joodse samenzwering bespraken. Biaritz zou overigens bronmateriaal bevatten van het boek De dialoog in hel tussen Machiavelli en Montesquieu van de Franse revolutionaire satiricus Maurice Joly (1829-1878). Dit boek, dat tegen Napoleon III gericht was, was weer geïnspireerd op het feuilleton De wandelende jood van Eugène Sue (1804-1857), dat niet tegen joden is gericht, maar tegen de jezuïeten.

De roman De begraafplaats van Praag van Umberto Eco begint met het geheugenverlies van Simone Simonini. Hij weet niet meer wie hij is. Door in een dagboek te schrijven hoopt hij dat zijn herinneringen terugkeren. Simonini's reconstructie maakt duidelijk met wie we hier te maken hebben. Eigenlijk haat hij iedereen: jezuïeten, vrijmetselaars, revoluties en vrouwen, maar bovenal heeft hij een hekel aan joden. Zijn antisemitische opvattingen heeft hij van zijn grootvader met de paplepel binnengekregen.

Als notaris verdient Simonini zijn geld met het vervalsen van documenten. Als hij de chaos van het Italiaanse Risorgimento verruilt voor Parijs blijkt hij als kundig vervalser makkelijk zijn geld te kunnen verdienen. Doordrenkt van haat plagieert hij de bronnen van o.a. Maurice Joly en Hermann Goedsche die hij samensmelt tot het document Protocollen van de Wijzen van Zion, dat hij aan diverse regeringen verkoopt. Het verhaal over deze duistere samenzwering krijgt een behoorlijke staart: in Mein Kampf refereert Hilter aan de Protocollen.