het hoofd van d'albertis

wiesje kuijpers

Wiesje Kuijpers, researcher bij O’Hanlons helden, reisde met Redmond O’Hanlon naar Papoea-Nieuw-Guinea, op zoek naar de herkomst van het mensenhoofd dat ontdekkings-reiziger Luigi d’Albertis in 1877 naar Italië meebracht.

Een man verloor zijn hoofd – zo’n 140 jaar geleden, in de binnenlanden van Nieuw-Guinea, rondom de rivier Fly. Hij had zwarte tanden, twee stokjes door de neus, een slordig ringbaardje en lang gevlochten haar. Zijn hoofd belandde in een pot met sterk water, maakte een reis naar Europa en verdween toen lange tijd. Tot het dit jaar plots weer opdook.

Waar precies op de Fly de reis van het hoofd begon is onduidelijk. Wel wanneer: op 19 juli 1877, de dag dat Luigi Maria d’Albertis (1841-1901), Italiaans ontdekkingsreiziger, met zijn kleine stoomschip voorbij voer. Bob, een van de bemanningsleden, raakte in conflict met een lokale krijger, schoot hem neer en sneed het hoofd eraf. D’Albertis zag het, dacht iets in de trant van ‘zonde om te laten liggen’ en nam het mee – net als honderden reptielen, planten, insecten en vogels.

D’Albertis verzamelde een gigantische collectie. Die bestond niet alleen uit tot dan toe onbekende planten- en dierensoorten, maar ook uit spullen die hij ruilde of (veel vaker) stal van de lokale bevolking: wapens, sieraden en zelfs schedels. Zijn collectie ligt verspreid over vier Italiaanse musea.

Wanga Wanga

Staat in één van die musea dan ook dat hoofd op sterk water? Navraag levert niets op. Nergens een hoofd op sterk water. Wel ligt in het Genuese Castello d’Albertis de originele foto die d’Albertis ervan nam. Het is de enige aanwijzing. Antropologen, schrijvers, historici – iedereen die ook maar iets over d’Albertis weet – zeggen geen idee te hebben waar het hoofd is. Het zou verdwenen zijn in een van de twee wereldoorlogen of in een gat in de grond zijn gestopt. De zoektocht stagneert.

Op dus maar naar Papoea-Nieuw-Guinea, naar het dorpje Wanga Wanga, in de voetsporen van de held van deze aflevering van O’Hanlons helden.

Er is veel veranderd sinds d’Albertis’ expedities. Gewoonten als kannibalisme en koppensnellen zijn langzaam verdwenen. En de Fly waarover de Italiaanse ontdekkingsreiziger drie reizen maakte, is aangetast door een grote koper- en goudmijn bij de bron van de rivier.

Maar veel bleef ook hetzelfde. Wanga Wanga is nog altijd slecht bereikbaar, al heeft het sinds een jaar wel een telefoonpaal. Het dorpje ligt aan de Fly rivier, vele dagen kanoën van de bewoonde wereld. Op een generator en een paar zonnepanelen na lijkt het alsof de tijd er heeft stilgestaan. Wanga Wanga bestaat uit rieten hutjes op palen. De jagers gaan op pad met pijl en boog. Mannen ruilen hun zusters in voor huwelijkspartners.

Vrouwen ruilen

De inwoners van Wanga Wanga bekijken O'Hanlons Helden.

Het hele dorp is verzameld in het longhouse. Op een klein televisietje, aangedreven door de generator, kijken de dorpelingen een dvd over Redmond O’Hanlons avonturen. De chiefs van het dorp moeten beslissen of hij ook hier zo’n documentaire mag maken. Dat mag.

Het bezoek van d’Albertis staat gegrift in Wanga Wanga’s collectieve geheugen. Het verhaal is van generatie op generatie doorgegeven. Daniel Ipunik, een van de oudste mannen, vertelt: ‘Er kwam een man met een schip. Toen mijn voorvaderen erachter kwamen dat het geen geest was, benaderden ze hem.’ Hij legt uit dat ze naar lokaal gebruik vrouwen met de vreemde man wilden ruilen, als een soort vredesritueel. Maar dat liep mis. ‘Die man had zijn vrouwen niet meegenomen en hij wilde de onze niet. Dus toen duwden mijn voorvaderen zijn boot weg en begon hij te schieten. Een van onze krijgers stierf.’

D’Albertis had geen koloniale of religieuze ambities, maar ging puur vanuit een liefde voor de natuur op expeditie. Voor sommigen is hij daarom een held. Maar zijn reputatie is toch vooral twijfelachtig. Gretig slingerde hij dynamiet in het rond, om de inboorlingen angst aan te jagen en maakte onnodig veel slachtoffers. Een antropoloog die lange tijd veldwerk deed in Papoea-Nieuw-Guinea, wil dan ook niets met de film te maken hebben. ‘Een serie over “helden” met d’Albertis erin? Dat staat mij totaal niet aan. “Held” is bepaald niet het woord dat ik zou gebruiken om hem te beschrijven.”

De mensen in het Fly-gebied zelf denken daar opvallend genoeg anders over. ‘Als hij geen dynamiet had gebruikt, was hij binnen de kortste keren dood geweest,’ zegt vogelgids Samuel Kepuknai. Ook Michael, O’Hanlons gids in Wanga Wanga, haalt er zijn schouders over op. ‘Natuurlijk schoot hij. Het was dom als hij dat niet had gedaan.’ Hij lacht: ‘Wij wilden wel eens weten hoe blank vlees smaakte.’

Hoofdcurator

Gevonden! Maar de hoofdcurator houdt het liever verborgen.

D’Albertis schreef nogal minachtend over de ‘primitieve koppensnellers’. Achter-achter-kleinnicht Anna d’Albertis is dan ook niet trots op haar bekende voorvader. Maar wel is ze, net als O’Hanlon, in hem geïnteresseerd. Voor de documentaire zoekt ze oude familiedocumenten op. Het zijn op carbonpapier getypte herinneringen van haar opa en zijn familieleden aan d’Albertis. Daarin leest ze onverwachts dat ene Alfonso schrijft: ‘Het hoofd stond bij de ingang van Luigi’s huis in Genua. Wij kinderen waren er bang van.’ Volgens haar documenten is het hoofd na d’Albertis’ dood naar Florence gebracht. Zou het daar dus toch nog zijn?

Er wordt een bericht naar Florence gestuurd. Deze keer vergezeld met de foto van het hoofd. En zowaar. ‘We hebben een hoofd dat er erg op lijkt,’ antwoordt Monica Zavattaro (met de ongelukkige functietitel hoofdcurator). ‘We hebben er alleen geen documentatie van en we weten dus niet waar het vandaan komt. Het staat al jaren op een zolder waar niemand komt.’

Op die kleine zolder van het universiteitsmuseum staat inderdaad een grote pot met een hoofd erin: met een ringbaardje, zwarte tanden en twee stokjes door de neus. Het kan niet anders dan dat dit het hoofd is dat Bob afhakte en d’Albertis vervolgens meenam.

Maar op die zolder zal het nu blijven, laat Zavattaro weten. Om ethische en politieke reden wil haar museum liever niet te veel aandacht voor de lugubere trofee van d’Albertis. Toch is ook zij blij dat nu duidelijk is hoe het hoofd bij haar museum op zolder terechtkwam, zonder papieren, zonder dat iemand wist waar het vandaan kwam. Nu dus wel. Er rest eigenlijk nog slechts één vraag: wie was de man van het hoofd precies? Zou dat uit te vinden zijn in Papoea-Nieuw-Guinea?

Een close-up laat zien dat dit inderdaad het hoofd van de foto moet zijn.

O'Hanlons Helden - De koppensneller van Genua
Zondag 12 en 19 januari, Nederland 2, 20.20-21.10 uur