Je suis Français: Bang voor de verdwijnende Fransman

Saskia Houttuin ,

Al jaren zijn de Fransen verwikkeld in een debat over het verval van de Franse identiteit, en nu hebben de aanslagen van januari olie op het vuur gegooid. Socioloog en journalist Sylvain Bourmeau is fel tegenstander van deze discussie: ‘Hoe zijn we in deze molen van buitensporige idiotie beland?’

In zijn nieuwste roman Soumission beschrijft schrijver Michel Houellebecq hoe in Frankrijk, ‘een land waar de misère onverbiddelijk aanzwelt’, de moslim Mohammed Ben Abbes de presidentsverkiezingen van 2022 wint.

Bejubeld als visionair essay of afgeschreven als pervers broddelwerk; het boek ontketende in Frankrijk een storm van verontwaardiging. Het doemscenario van een moslimpresident die de Franse republiek ontmantelt legt de vinger op de zere plek: al jaren is het land verwikkeld in een maatschappelijk debat over het verval van de Franse identiteit.

Culturele onzekerheid

Gevaarlijk spel, vindt socioloog en journalist Sylvain Bourmeau. Samen met 21 andere intellectuelen publiceerde hij een protestbrief in dagblad Le Monde: ‘Pas op voor een fictieve identiteitsoorlog’. Volgens Bourmeau is het idee van een Franse identiteit absurd: ‘We laten ons wederom verleiden tot een onmogelijke discussie. Hoe zijn we in deze molen van buitensporige idiotie beland?’

Het is een druilerige vrijdagmiddag in februari wanneer ik Bourmeau in een café in Parijs spreek. De aanslagen van januari op het satireblad Charlie Hebdo en een Joodse supermarkt liggen nog vers in het geheugen en de gemoederen lopen hoog op: premier Manuel Valls spreekt van ‘apartheid’, doelend op de kloof tussen het traditionele Frankrijk en de banlieues. Er wordt zelfs gedebatteerd of het zingen van La Marseillaise weer op scholen moet worden ingevoerd. Men spreekt van een hernieuwde ‘identiteitscrisis’, de Fransman lijdt volgens velen aan ‘culturele onzekerheid’.

‘Sommige Fransen maken zich zorgen,’ geeft Bourmeau toe. ‘En dat gevoel is nu weer verergerd door de gruwel van de aanslagen.’ Maar het gaat te ver, vindt Bourmeau. ‘Het debat wordt te veel opgeklopt, waardoor de boel onnodig op scherp wordt gezet.’ Volgens Bourmeau maken politici en media bewust misbruik van die onzekerheid: ‘Zo wakker je gevaarlijke ideologieën aan, die kunnen leiden tot een burgeroorlog. Daar willen we toch niet aan beginnen?’

Front National in opkomst

Le Figaro na de aanslag op Charlie Hebdo

Het identiteitsdebat is voor de Fransen geen nieuw fenomeen. Sinds het nationalisme na de Franse revolutie zijn intrede maakte, valt Frankrijk wel vaker ten prooi aan een malaise identitaire, zoals in de tumultueuze jaren dertig, de dekolonisatie in de jaren vijftig en als gevolg van de eerste oliecrisis begin jaren zeventig.

Daar vindt volgens Bourmeau de huidige identiteitscrisis zijn oorsprong. De oliecrisis betekende het einde van Les Trentes Glorieuses, de drie decennia van economische voorspoed. Frankrijk volgde het voorbeeld van andere Europese landen en zette een stop op het werven van arbeidsmigranten. Bourmeau: ‘Vanaf dat moment werd immigratie een politiek probleem, waardoor het Front National tot bloei kon komen. Daarom is het thema in Frankrijk zo onlosmakelijk verbonden met nationalisme.’

Het felle patriottisme was lang voorbehouden aan de kleine achterban van het Front National. Daar kwam verandering in toen het UMP, de traditioneel rechtse partij, kiezers begon te verliezen aan de partij van Marine Le Pen. Het UMP doet verwoede pogingen zijn rechtse concurrent bij te benen. Dit leidde in 2007 tot de huidige golf van nationale malaise, vertelt Bourmeau. ‘Het verschil met vroeger is dat het identiteitsdebat vanaf dat moment werd gemanipuleerd door de politiek. Nicolas Sarkozy begon zijn mandaat met het oprichten van een ministerie van Immigratie en Identiteit. Die twee thema’s bij elkaar, dat was al een bedenkelijke keuze.’

Bovendien ontketende Sarkozy een groot nationaal debat over de Franse nationaliteit. Bourmeau: ‘Front National was heel lang een uitzondering met dit soort retoriek. Maar traditioneel rechts en een enkele uitzondering op links hebben dat discours overgenomen.’ In zijn zoektocht naar l’identité nationale gaf Sarkozy in zijn presidentstermijn onder andere opdracht aan een (inmiddels opgeheven) commissie van wijzen om de belangrijkste republikeinse symbolen aan te merken. De uitkomsten: het vrijheidssymbool Marianne, het volkslied La Marseillaise en de traditionele driekleur.

‘Het pronken met dat soort symboliek, zoals de Franse vlag, was lange tijd voorbehouden voor de radicale nationalisten,’ vertelt Bourmeau. ‘In tegenstelling tot het Amerikaanse Stars and Stripes of de Union Jack van Groot-Brittannië… het is nog steeds provocerend.’ Daar denkt niet iedereen zo over. Tekenend was de ietwat vileine opmerking van UMP-politicus Jean-François Copé, vlak na de verkiezingszege van François Hollande: ‘Ik zag veel vlaggen, behalve de Franse vlag.’ Een paar dagen eerder was op het overvolle Place de la Bastille de kersverse president Hollande begroet met Algerijnse, Tunesische en Malinese vlaggen.

Het identiteitsdebat krijgt bovendien veel bijval in de literatuur: onheilspredikers als Alain Finkielkraut (‘Onzekere identiteit’) en Éric Zemmour (‘De Franse zelfmoord’) voeren de bestsellerslijsten aan. Volgens hen is niets zo gevaarlijk als het multiculturalisme, waardoor de Franse façon de vivre, en de republikeinse waarden waarop de Franse identiteit gestoeld zijn, verdwijnen.

Liberté, Égalité, Fraternité, Laïcité

Vraag een Fransman wat hij de belangrijkste waarde van zijn republiek vindt en hij zal antwoorden met ‘laïcité’ . Dit gelijkheidsbeginsel vindt zijn oorsprong in de opstand tegen het ancien régime van de katholieken; met het invoeren van het laïcisme in 1905 werd een strikte godsdienstige en politiek-ideologische neutraliteit bewerkstelligd. Maar het maakte Frankrijk ook kleurenblind: herkomst, huidskleur of religie werd een privéaangelegenheid.

Nog steeds wordt er in Frankrijk geen onderscheid gemaakt tussen autochtonen en allochtonen en dat maakt laïcité een paradoxale hoeksteen in de Franse maatschappij: de multiculturele samenleving wordt er in feite mee ontkend. Hoe multicultureler de samenleving, hoe belangrijker de neutraliteit. Tegelijkertijd voelen niet-Franse culturen zich door de wet onderdrukt.

‘Het is slechts een pretentie van gelijkheid,’ zegt Bourmeau. ‘De kloof tussen het principe en de realiteit wordt steeds groter.’ Vooral moslims voelen zich benadeeld: een eeuw na zijn introductie werd het Franse model van neutraliteit de spil van een fel hoofddoekjesdebat, nadat de regering in 2004 uit naam van laïcité het dragen van religieuze tekens verbood. In 2010 volgde een verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding.

Deze wetten hebben volgens Bourmeau de moslimgemeenschap en het traditionele Frankrijk verder uit elkaar gedreven. Daardoor ontwikkelt zich onder de Franse moslimgemeenschap eveneens een identiteitscrisis : ze voelen zich vreemden in eigen land. Dat veel van hen in ontoegankelijke achterstandsbuurten wonen versterkt dat gevoel. ‘Ook die frustratie moeten we niet onderschatten,’ zegt Bourmeau, doelend op de banlieuerellen tien jaar geleden.

Om meer vat op hen te krijgen probeert premier Manuel Valls voorzichtig het gebruik van etnische statistieken te introduceren. Daar komt niets van in, zeggen tegenstanders: het is immers in strijd met laïcité. Aan zo’n belangrijke pilaar van de republiek wordt niet getornd.

Verdedig onze driekleur!

Frankrijk is met zijn immigratie- en integratieproblematiek geen uitzondering in Europa. ‘Het is een heel klassiek probleem,’ zegt Bourmeau. ‘Een groep Fransen is net als veel andere Europeanen bang voor buitenlanders, vooral voor moslims: ze willen geen moslimdominantie in hun seculiere republiek.’

Populistische partijen, zowel aan de linker- als aan de rechterkant van het politieke spectrum, doen het goed in veel EU-landen. Traditionele partijen laten zich steeds meer verleiden tot het populistische discours, maar nergens gaat dit zo ver als in Frankrijk. Dit versterkt de positie van het Front National.

De partij is op ramkoers: nog nooit was het zo politiek invloedrijk als onder haar huidige leider Marine Le Pen. Dit komt niet alleen doordat zij zich slim heeft afgezet tegen de bruuske, vaak antisemitische, uitspraken van haar vader Jean-Marie. Marine Le Pen cultiveert de Franse malaise met verve.‘Défendons nos couleurs!’, luidt haar campagneleus. ‘Verdedig onze driekleur!’

De partij triomfeert ook op een ander punt: het verzet tegen het ‘dictaat van Brussel’. De Europese integratie stuit in Frankrijk op steeds meer weerstand. Aanvankelijk dachten de Fransen door verdere integratie de Europese Unie te kunnen gebruiken hun eigen positie te versterken. Dat plan mislukte.

De grootsheid van Frankrijk, La Grande Nation, zou door verdere integratie daarentegen al decennialang in verval zijn, schrijft historicus Manuel Duran in De Internationale Spectator. De Fransen kunnen het moeilijk verkroppen dat ze op het diplomatieke wereldtoneel een veel kleinere rol spelen. Weliswaar nemen zij nog steeds het voortouw bij gevechts- en opbouwmissies in bijvoorbeeld Afrika, op diplomatiek gebied gaan ze hard achteruit.

Niet in verdrukking

Het economisch zwakke Frankrijk staat nu lijnrecht tegenover de Europese instituties dat het zelf heeft opgebouwd, en zucht onder de opgelegde hervormingen. De euroscepsis neemt toe. ‘Ook daar heeft het Front National profijt van,’ zegt Bourmeau. ‘Zij willen terug naar de franc en de Europese grenzen weer invoeren.’

Dat wordt de partij electoraal beloond, hoewel de uitslag van de meest recente verkiezing een stuk minder eclatant was dan de peilingen voorspelden: bij de departementsverkiezingen vorige maand wist het Front National geen enkel departement binnen te slepen. Hoewel het Front National de peilingen aanvoert ziet de partij zich geconfronteerd met het Franse tweetrapssysteem, waarbij in twee rondes wordt gestemd. Het Elysée is voor Front National dichterbij dan ooit, maar door dit systeem is een verkiezingszege bij de presidentsverkiezingen niet waarschijnlijk. Voor de regerende Parti Socialiste van president Hollande, getroffen door partijsores en economische tegenspoed, werden de afgelopen verkiezingen een derde verkiezingsnederlaag op rij.

Als het aan Bourmeau en zijn 21 co-auteurs ligt, moeten traditionele partijen ophouden met meedoen met de Front National-retoriek. ‘Ze moeten die angst juist ontkrachten. En de rechtse media ook, want die doen er net zo hard aan mee.’ Met die angst wordt nu te lang onverantwoordelijk gespeeld, zoals Houellebecq in Soumission onlangs nog heeft gedaan, zegt Bourmeau. ‘Het verkoopt boeken, het verkoopt stemmen. Maar helpt het de samenleving? Nee. Het polariseert de samenleving. Dat is toch niet het Frankrijk waarin we willen leven?’