Sinds de annexatie van de Krim rommelt het in de voormalige Sovjet-Unie. Van Letland tot Kazachstan: alle landen kijken met argusogen naar de oorlog in Oekraïne. Dat geldt niet alleen voor de klassieke wantrouwers, zoals de Baltische landen. Dat geldt ook voor president Loekasjenko van Wit-Rusland, die traditioneel wordt gezien als een loopjongen van het Kremlin. Maar sinds een jaar doet Loekasjenko zijn toespraken niet meer in het Russisch, maar in het Wit-Russisch. Mensen moeten weer trots worden op hun land, zodat ze er later ook voor willen vechten, is de gedachte. Dat geldt ook voor Kazachstan. Dit jaar werd ineens 550 jaar Kazachse onafhankelijkheid gevierd. De datum is volkomen willekeurig en doet er ook niet toe, het gaat erom dat de Russische minderheid – zo’n dertig procent van de bevolking – zich gedeisd houdt. Voorlopig is het allemaal rustig en wonen Russen en Kazachen min of meer in vrede.