Chimère

A.L. Snijders ,

‘La vie sans but est une chimère,’ is een van de uitspraken van de postbode Ferdinand Cheval. Hij heeft ze aangebracht in het paleis dat hij in de tuin van zijn huis heeft gebouwd, in zijn eentje, zonder hulp.

Hij deed er 33 jaar over, hij werkte er dag en nacht aan, terwijl hij ook nog de post rondbracht, lopend in een heuvelachtige landschap, elke dag 33 kilometer. ‘Zonder doel is het leven een hersenschim.’ Chimère heeft volgens het woordenboek als tweede betekenis hersenschim/droombeeld, maar de eerste betekenis zou ik liever gebruiken: vuurspugend mythologisch monster met de vormen van een leeuw, een geit en een slang.
In 1970 reed ik met vrouw en vier kinderen voor het eerst naar Hauterives om het paleis van de postbode te bekijken. Het stond gewoon aan de rand van het dorp, we konden er zo naartoe lopen, er liepen nog enkele nieuwsgierige mensen, twee of drie. We kampeerden dichtbij, op de gemeentelijke camping, naast het voetbalveld en een verlaten, eeuwenoud landhuis met openstaande deuren en ramen, waar de kinderen een Solex vonden die het nog deed en de vakantievreugde vergrootte. Iedere ochtend kwam een ambtenaar met zo’n typisch Franse pet langs. Hij overhandigde een kaartje waar hij een driehoekje in knipte met een tangetje dat met een ketting aan zijn uniform hing. Hij praatte ook over dagelijkse dingen in het dorp, 1970 was een gemoedelijk jaar. Soms kwam hij met een waarschuwing als hij zigeuners verwachtte: ‘Wasgoed binnenhalen!’ Ik herinner me dat we daar verontwaardigd over waren. Nu schaam ik me voor de zuiverheid van deze verontwaardiging. Tegenwoordig heb ik een bredere visie op de wereld, ik ben noodgedwongen realist geworden en aanvaard de verwarring van het dagelijks leven.
Later zijn we nog wel eens teruggegaan naar Hauterives. Onherkenbaar, glimmende hekken alsof we het Macedonië of Hongarije van vandaag bezochten, parkeerplaatsen voor autobussen uit heel Europa, je moest geld betalen voor de stenen droom van Cheval, je kon een koptelefoon huren zodat je begreep wat hem bezield had. De stilte was weggeblazen, het was een pretpark geworden, het had een plaats op de Werelderfgoedlijst gekregen.