zomer

Esther Gerritsen ,

Ik probeerde op mijn computer zo’n automatisch bericht te maken, zodat mensen die mij mailden als antwoord kregen dat ik met vakantie was.

Ik testte of het werkte door mijzelf een bericht te sturen. Ik kreeg inderdaad als antwoord terug dat ik met vakantie was. Maar omdat het ‘Ik-ben-er–niet-bericht’ naar mijzelf werd verstuurd, antwoordde ikzelf weer automatisch dat ik er niet was. Ook dit werd verstuurd naar mijzelf, dus antwoordde ik mijzelf opnieuw. Zo raakte ik aan het eind van het seizoen in een eindeloze communicatie met mijzelf verstrikt en bleef ik maar herhalen dat ik er niet was. Ik keek een poos naar deze vakantie-mantra, die een kleine innerlijke vrede teweegbracht.

Het deed me denken aan mijn strafblad dat ik niet heb, zelfs geen openstaande boetes. Ik was er een tijd terug namelijk van overtuigd dat ik een snelheidsboete had gekregen en dat de post daarover wellicht was zoekgeraakt en de herinnering aan de boete verkeerd bezorgd. Misschien liep die boete nu wel op tot onbetaalbare hoogte terwijl ik van niets wist. Ik belde het ministerie van Veiligheid en Justitie dat daarover gaat. Telefonisch kon ik niet worden gerustgesteld. Ik kon wel een ‘Overzicht lopende zaken’ aanvragen via een heel simpel keuzemenu. Dat deed ik en op een dag lag er een envelop van het Centraal Justitieel Incassobureau op de mat. Voor de meeste mensen slecht nieuws, voor mij niet. ‘Op 21 mei 2015 hebben wij onze systemen geraadpleegd,’ schreven ze, ‘en vastgesteld dat er geen zaken openstaan.’

Ik glimlachte tevreden. Meteen daarna realiseerde ik me dat er geen zaken openstonden van vóór 21 mei 2015. De geruststelling gold voor wat ik gisteren en daarvoor deed, maar wat was er vandaag gebeurd en hoe vaak zou een mens zo’n overzicht mogen aanvragen?

Geruststelling is een onhaalbaar verlangen. Uiteindelijk onderbrak ik die ochtend van mijn vakantie de oneindige e-mail wisseling met mijzelf, liet mijn computer achter en haalde mijn huurauto op. Het was een hete dag en voor het eerst sinds tijden zat ik weer eens in een auto met airconditioning. Toen ik in die koele auto voor een zebrapad stopte en vrouwen in zomerjurken zag passeren, was ik dichter bij de zomer dan ooit. Ik zag de zomer, haarscherp. Ik hoefde maar uit te stappen en dan was ik er in, maar dat deed ik niet. Zodra je erin zit, zie je niets meer.