modern bhutan

Minou op den Velde ,

Oud-regisseur Rudolf Spoor trainde de omroepmedewerkers van het Zuid-Aziatische koninkrijk Bhutan bij hun eerste wereldwijde uitzending. De Franse documentairemaker Thomas Balmès registreerde Bhutans overgang naar het nieuwe tijdperk.

Happiness
Woensdag, Nederland 2, 23.00-0.20 uur 

'De introductie van televisie en internet is een teken van de modernisering en ontwikkeling van Bhutan. Maar ik wil de jeugd waarschuwen. Televisie en internet bevatten in hun programma’s en nieuwsberichten zaken die bruikbaar én schadelijk zijn voor jullie. Daarom moeten we voorzichtig en selectief zijn in het gebruik van dit nieuwe middel.’ Deze profetische woorden sprak de oude koning van Bhutan, Jigme Singye Wangchuck, in 1999 bij de introductie van televisie en internet in zijn land. Het zijn ook de eerste beelden van de documentaire Happiness van de Franse regisseur Thomas Balmès.
Van 2009 tot september 2013 volgde Balmès de negenjarige monnik Peyangki, die in het bergdorpje Laya voor het eerst kennis maakt met televisie. Het resultaat oogt als een romantische reis naar het verleden. Het leven in het vrijwel verlaten klooster vult Peyangki met boogschieten, spelen in de natuur en het bestuderen van religieuze geschriften. Soms wordt hij buiten gewassen in een teil, midden in de sneeuw. We zien hoe te midden van nieuwsgierige dorpsbewoners de eerste elektriciteitsmast wordt opgetrokken. We horen dat Peyangki’s oom een jak heeft verkocht om een televisietoestel te kunnen kopen in hoofdstad Thimpu. Een eerder aangeschaft toestel is bij het vervoer langs de smalle bergpaadjes van zijn ezel gevallen. Balmès toont in lange close-ups hoe de ogen van Peyangki en zijn familie zich in verbazing opensperren bij het zien van de eerste flakkerende televisiebeelden van hun leven. De kinderen in hun traditionele kleding, hun ademloos kijkende ouders, de tandeloze oma’s: ze lijken overweldigd.

Het dorpje Laya

Educatief gereedschap
Niet zo gek, als je bedenkt hoe geïsoleerd de Bhutanen tot voor kort leefden. Pas sinds 2003 heeft men toegang tot mobiele telefoons. Van de 725.296 inwoners hebben er nu slechts 50.000 een internetaansluiting. Iets minder dan de helft van de bevolking is analfabeet, en velen van hen leven in afgelegen gebieden. Televisie, zo hoopte de overheid, was een ideaal middel om het volk voor te lichten over gezondheidskwesties en de stand van zaken in de landbouw, waar veertig procent van de inwoners van leeft.
Televisie als educatief gereedschap is een nobel streven, dat helaas geen spannende televisie oplevert, weet oud-nos-regisseur Rudolf Spoor (75). Hij reisde in 2008 op uitnodiging van de premier naar Bhutan, om de medewerkers van de nationale omroep, de Bhutan Broadcasting Service (BBS), klaar te stomen voor het grootste avontuur uit hun jonge carrière: de registratie van de kroning van de nieuwe koning.
Een frisse aanpak was hard nodig, merkte hij. ‘De programma’s die BBS maakt, zijn zeer eentonig. Je denkt maar zelden: wow, spectaculair! Wat wij in Nederland in anderhalve minuut vertellen, daarvoor hebben zij een interview van een kwartier nodig.’

Rudolf Spoor (tweede van links) bij de Bhutan Broadcasting Service, 2008

Megahappening
Spoor reisde drie keer naar Bhutan om de televisiemakers te trainen, met steun van de Wereldomroep. Aan de hand van beelden van zijn uitzendingen van Prinsjesdag en het huwelijk van prins Willem-Alexander en prinses Máxima bracht hij hen de basisprincipes van een televisieregistratie bij. Enthousiast: ‘Ik teken de cameraposities altijd in op plattegronden, daar hadden ze nog nooit van gehoord. Alles wordt in Bhutan vanaf de schouder gedraaid; ik hamerde erop: gebruik je statief! Laat die beelden tot rust komen. Ik zei: ‘Als de koning komt aanlopen door de hoofdstraat van Thimpu, ga dan niet wild in- en uitzoomen. Er gebeurt al zoveel om hem heen. Mensen wuiven en buigen, en hij beweegt zelf ook, dus je shot hoeft niet ook nog te bewegen.”’
Spoor had een lijst met 61 adviezen gemaakt. ‘Die kroning was een megahappening waar ze enorm tegenop zagen. Ze maakten net hun eerste mini-documentaires over de natuur en over hoe de bevolking leeft in de bergen. Nu moesten ze zich ineens presenteren aan internationale kijkers. Het was de eerste keer dat er beelden vanuit Bhutan rechtstreeks wereldwijd werden uitgezonden. Wat me opviel: er zat geen enkele lijn in hun aanpak. Iedereen deed maar wat. Als een cameraploeg op pad ging zei de presentator soms gewoon tegen zijn cameraman: “Wacht even, ik vind het ook leuk om een keer te filmen!” En pakte zelf de camera, haha. Het voelde alsof ik weer terugging in de tijd.’

Spoor bij de BBS

Euforisch
De carrière van Spoor loopt vrijwel parallel aan de geschiedenis van televisie in Nederland. In 1951 zag hij als dertienjarige zijn eerste zwartwitbeelden, in de tuin van de buren, waar hij met twintig andere buurtbewoners met de neus tegen het raam stond gedrukt om iets op te vangen van het enige toestel in Heemstede. ‘Ik weet niet eens meer wat ik zag, maar het trok me mateloos aan. Ineens keek ik over de grens van mijn eigen kleine wereld.’ In 1959 werd hij dollyduwer bij de NTS, en later cameraman. ‘Er was geen opleiding, je leerde alles op de vloer. Soms werden we met busjes naar Eindhoven gereden, waar we in het Philipslab van Erik de Vries leerden werken met Duitse camera’s, om nieuwe televisietechnieken te ontwikkelen. Ik werkte veel in Studio Irene, die was maar honderd vierkante meter, haha. In Bhutan stond ik opnieuw in zo’n primitief studiootje. Alsof het weer 1967 was.’
Spoors’ jonge jaren in de prehistorie van de Nederlandse omroep kwamen hem goed van pas. De ambities in Bhutan waren groot, maar de technische mogelijkheden waren nog beperkt. De kijkers zagen de traditionele kroning in de kroonkamer, de ontvangst in de tempel en twee dagen vol optredens in een stadion. Lachend: ‘In elke ruimte hadden we vijf, zes camera’s nodig, dus telkens als er een pauze was braken we alles snel af en bouwden dezelfde camera’s weer op bij de volgende locatie. Na afloop was de stemming onder de makers euforisch: het is ons gelukt! Het was een geweldig avontuur. Ik zou dolgraag terug willen om te zien of de vonk blijvend is overgesprongen.’

‘Het was de eerste keer dat er beelden vanuit Bhutan rechtstreeks wereldwijd werden uitgezonden. Wat me opviel: er zat geen enkele lijn in hun aanpak. Iedereen deed maar wat.’

Rudolf Spoor

Thomas Balmès

Bagger
De liefde voor televisie is intens onder Bhutanen, vertelt regisseur Thomas Balmès, aan de telefoon vanuit woonplaats Parijs. Maar de brave programma’s van de BBS worden verzwolgen door het enorme aanbod van commerciële Indiase en Amerikaanse kabelzenders. ‘In de grote steden heeft elke winkel, café en restaurant drie televisies continu aanstaan. Ik vond het angstaanjagend om te zien hoe de mensen veranderden in een soort zombies. Ze communiceren niet meer, maar kijken de hele dag dicht op elkaar gepakt naar programma’s van Rupert Murdoch, zoals in de meeste landen in Azië. Ze zien vooral porno en gewelddadige worstelwedstrijden. Een bloemlezing van de grootste bagger op deze planeet.’ De introductie van televisie wordt in het landelijke dagblad Kuensel en door de internationale pers al vijftien jaar aangewezen als oorzaak van de veranderde cultuur in Bhutan. Een abrupte stijging van het nog steeds bescheiden aantal misdaden in 2002, jongeren die weigeren klederdracht te dragen en zo maar zoenen op straat, minder aandacht voor boeddhistische rituelen: het zou allemaal door televisie komen, zo schrijft men. Maar wetenschappelijk bewijs ontbreekt. Cultuurverschuivingen volledig toeschrijven aan de opkomst van media blijkt lastig in een land dat pas in 2008 de parlementaire democratie invoerde.
Balmès is echter overtuigd van de ‘vernietigende werking van hedendaagse televisie op het denkvermogen,’ zo poneert hij. Happiness is een observerende documentaire zonder interviews, maar onmiskenbaar geboren uit zijn diepe onvrede over de ontwikkeling van het medium, zowel in Bhutan als in zijn thuisland. ‘Arte zendt best goede programma’s uit, maar de meeste Fransen kijken naar commerciële zenders, die alles wat er gebeurt in de wereld versimpelen. Programma’s hebben het razende ritme van commercials overgenomen, waardoor je hersens het vermogen verliezen langere verhalen te bevatten.’

Peyangki met zijn boog

Coca-Cola
De Parijzenaar besloot filmmaker te worden toen hij in 1992 de documentaire Manufacturing Consent zag. ‘Die film analyseert hoe politici media gebruiken om te bepalen hoe hele generaties kijken naar de realiteit. Ik heb in Bhutan een aantal intelligente politici ontmoet die zeer bezorgd zijn over de invloed van televisie, en een manier willen vinden om het aanbod te reguleren. Ik denk niet dat westerse landen nu nog terug kunnen reguleren. De financiële gevolgen en de implicaties voor de democratie zijn te groot. Iets dat ik totaal belachelijk vind. Je kunt niet een van de grootste budgetten ter wereld hebben voor onderwijs, en dat tegelijkertijd laten afbreken door de sleutel van het medium televisie weg te geven aan Murdochs’ News Corporation, Bertelsmann en Endemol. Bedrijven die alleen maar geld willen verdienen. Frankrijk heeft iets gemist op een cruciaal moment, toen ze besloten dat televisie mocht worden gemaakt door TF1, een bedrijf dat daarvoor bruggen en huizen bouwde. In één klap werd TF1 de grootste content provider van Frankrijk, met een marktaandeel van 24 procent. In 2004 zei Patrick Le Lay, de toenmalige algemeen directeur, nog: ‘Het is de taak van TF1 om merken als Coca-Cola te helpen hun producten te verkopen. Wij verkopen Coca-Cola “human brain time.” Ongelooflijk toch? Deze zender probeert met zijn programma’s ons brein ontvankelijk te maken voor de boodschap van commercials. En om dat brein geschikt te maken, moet je het bijna oplossen!’

‘In de grote steden heeft elke winkel, café en restaurant drie televisies continu aanstaan. Vooral porno en gewelddadige worstelwedstrijden, een bloemlezing van de grootste bagger op deze planeet.’

Thomas Balmès

Radicaal besluit
Balmès hoopt dat kijkers door Happiness ‘hun verstandhouding met televisie heroverwegen.’ Als kind was hij ‘verslaafd’ aan het medium. Zijn vader was docent filosofie en psychoanalyticus, zijn moeder doceerde Frans. ‘Ze lieten mijn zus en mij vaak alleen thuis met televisie als babysitter.’ Van die dagen voor het scherm heeft hij achteraf zo’n spijt dat hij tien jaar geleden, toen zijn eerste kind werd geboren, een radicaal besluit nam. Hij maakte van zijn huis een soort Bhutan, zonder computers en zonder televisie. Mooie films kijkt hij op zijn laptop. Hij is jaloers op de simpelheid van het leven in Bhutan, en vecht tegen zijn ‘voortdurende behoefte aan entertainment.’ Zijn drie kinderen, nu zeven, negen en tien, groeien op in een vrijwel medialoze wereld. ‘Als je als ouder niet goed controleert wat je kinderen te zien krijgen, ontwikkelen ze een gevaarlijke relatie met het leven zelf. Ze worden dan mensen die niet zelf besluiten iets te doen maar zich passief laten overstromen door wat er op ze af komt. Kijk, mijn kinderen snakken heus wel naar bewegend beeld. Ik ban films ook niet uit, maar probeer ze louter goede dingen te tonen. Toen ze kleiner waren, liet ik ze zwart-witfilms zien. Eerst hadden ze er niet zo’n zin in, maar uiteindelijk vonden ze het geweldig. Soms kiezen we een film uit bij de videotheek, en zodra die is afgelopen gaat de beamer uit. Als ze bij vriendjes televisie kijken zijn ze daarna opgewonden, en kunnen zich nergens meer op concentreren. Ze laten meteen alles vallen wat ze behoren te doen, namelijk een instrument bespelen, sporten en boeken lezen. Maar ik geloof dat er een leven mogelijk is zonder televisie.'

Landschap in Bhutan

Diepe indruk
Ook internetgebruik is verboden chez Balmès. ‘Als ze online informatie moeten opzoeken voor school doen we dat samen, maar alleen? No way! Mijn dochter van tien heeft een mobiele telefoon, en die gebruikt ze alleen om met klasgenootjes af te spreken. Ja, dat controleer ik. Maar goed, hoe lang lukt me dat nog? Nee, ze zijn niet boos dat we geen televisie en internet hebben. Echt niet, haha! Maar het roept wel een hoop vragen bij ze op, want zij zijn de enige kinderen op hun school die die apparatuur thuis niet hebben. Happiness is eigenlijk mijn antwoord aan hen. En dat werkt! In november waren we voor Idfa in dat prachtige filmtheater Eye en ik had mijn kinderen meegenomen. Het was voor het eerst dat ze mijn film zagen. Die laatste beelden, als je Peyangki en zijn familie minutenlang gebiologeerd naar de televisie ziet staren, maakten diepe indruk op ze. Mijn dochter zei na afloop: “Je hebt gelijk, dit is heel eng pap! Ik snap nu waarom we van jou geen televisie mogen kijken.’”