Het halfopen raam

oliver kerkdijk ,

Zijn werk is een wereld, zo onderstreept de fraaie documentaire La toile blanche d’Edward Hopper. Een glimp van waar tijd in het luchtledige hangt.

La toile blanche d’Edward Hopper
Canvas, 20.45-21.35 uur
Op de rand van het hotelbed gezeten staarde ze, jurk en schoenen uit, tas en valies ongeopend, naar het opengevouwen papier op haar knieën. Zonder het te weten herinnerde ze zich deze dag, deze kamer, dit moment. Vluchtheuvel in het duizelingwekkende niets van het nu. In het land van gisteren, had de spookreflectie in het coupévenster haar toegefluisterd, is dit morgen, misschien. 7 uur ’s ochtends. Droog, met later lichte bewolking.
Niet meer omzien.
Verlaten, het pad tussen het huis en de vuurtoren. Voorbij, de stoompluimen aan de horizon, de droomverten in de lichtstreep bij nacht. Verten om een leven lang in te verdrinken. In de aangenaam lege C-coupé had ze, onopvallend, gekeken naar de elegante vrouw met het donkerblonde haar en het hoedje. Roerloos las zij, daar in de wagonschemer. Kende ook die dame de uren en ochtenden en middagen en avonden en nachten en jaren en eeuwigheden die naar hun veilige vormeloze nergens gleden? Vast niet, besloot ze, doezelend op de monotone cadans van wielen over rails.
Een laatste stoompluim had ze zich toegestaan. Of was het de eerste? Op de drempel van de spoortunnel hadden alle gebouwen van hetzelfde grotestadsgrauw geleken. Waar de ene blokkentoren ophield en de andere begon, viel niet te zeggen. Toen slokte de duisternis alles en haar op. Om, als de pointe van een flauwe grap, een peilloze val later plotseling te wijken. Haar ene hand had haar andere nog een tijdje vastgehouden. De vrouw met het hoedje las, onberoerd, in nieuw licht.
In de apotheek schuin tegenover het hotel, dat ze om zijn onopvallendheid had gekozen, had ze een doosje sachets gekocht. Voor de zekerheid. Zou ze zometeen, iets verderop in de straat, Chinees gaan eten? Misschien eerst nog bij de bioscoop binnengaan die ze onderweg van het station naar hier was gepasseerd? Ouvreuse, dat leek haar wel iets. Morgen, misschien.
Het halfopen raam liet de avond en de stad binnen. De letters op het papier waarop haar blik rustte zwommen in en uit focus, alsof er telkens even een lichtbundel langs de binnenkant van haar ogen streek. Ze proefde de zilte bries en verheugde zich op de eerste zwaluwen van de late lente.