'De ene keer ben ik Wilders, dan weer Klaver'

Hugo Hoes ,

Met zijn blog Maatschappijleer.net helpt Stef van der Linden (1989) collega’s bij hun lessen. De VPRO Gids sprak met hem over het vak en de 2Doc Maatschappijleer. ‘Alles is bespreekbaar in de klas.’

Waarom bent u leraar geworden?
Stef van der Linden: ‘Ik houd heel erg van vertellen. Niet van kletsen, ik wil uitleggen. Onder vrienden ben ik ook altijd aan het vertellen over het gebouw of de plek waar we zijn. Soms heb ik het ook niet eens door als ik schakel van een beetje ouwehoeren naar echt met mijn handen bewegen en dat theatrale van de lerarenact. Op een gegeven moment waren ze daar ook wel klaar mee. Daarnaast had ik van jongs af al een brede belangstelling en grote maatschappelijke interesse. Ik volgde het nieuws en kende alle ministers. Zaken waar mijn vrienden totaal niet mee bezig waren. En maatschappijleer is het mooiste vak om te geven, zeker op het vmbo.’

Welke competenties zijn daar voor nodig?
‘Pedagogische vaardigheden en vakkennis. Eigenlijk is het pedagogiekdeel het belangrijkste. Je krijgt wel 25 pubers voor je neus, best heftig. Die moet je bij het verhaal betrekken en daar moet je naar luisteren. Als je geen klik met je klas hebt en geen gevoel voor wat je aan het doen bent, heeft het geen zin. Kun je naar huis. Neem jezelf niet te serieus. Op het moment dat het sneeuwt buiten kun je de trias politica wel willen uitleggen, maar je moet snappen dat de prioriteit even elders ligt. Daarna moet je ze er op een goede manier weer bij kunnen halen. Dat maakt je tot een goede docent. En bijtijds grenzen stellen. Op een gegeven moment weten ze wat wel en niet kan bij meneer Van der Linden.’

Wat wilt u ze bijbrengen bij maatschappijleer?
‘Kennis over de samenleving en kritisch nadenken. Daarnaast dienen ze te kunnen uitleggen waarom ze iets denken of vinden. En begrijpen dat overal meer kanten aan zitten. Bij maatschappijleer moeten ze iets leren waarvan ze later pas het belang zien en nu nog niet precies weten waarom ze het krijgen. Is niet erg, want veel onderwerpen en thema’s zijn aan het dagelijks leven te koppelen. Gaat het bijvoorbeeld over werk of loon komen ze mij trots vertellen dat ze boven het minimumloon verdienen. Gebruiken ze wel het begrip minimumloon.’

Wiskunde en scheikunde veranderen niet. De maatschappij wel.
‘Zeker. Neem social media. Die zijn alom aanwezig. Moesten ze van mij de telefoons op tafel leggen met het geluid aan. Zo ben ik het in de les gaan gebruiken. Overal ting ting ting. Daarna werd gevinkt hoe vaak ze gestoord werden en waardoor. Zo probeer je toch bewustwording te creëren. Overigens heeft de directeur in de directiekamer een bordje Verboden telefoons te gebruiken opgehangen. Tijdens vergaderingen zaten collega’s blijkbaar met hun telefoon te spelen. Dus niet alleen onze leerlingen, maar wij doen dat net zo goed. Dat is de veranderende samenleving. Veel van wat er om ons heen gebeurt, kunnen we toepassen in ons vak. Er wordt veel geleerd zonder dat bewust in de gaten te hebben.’

Het gaat om de vraag hoe jouw band met je klas is. Als die goed is, en er is een veilige sfeer waar je met elkaar kunt praten zonder dat de jongetjes gelijk beginnen te lachen, kun je het overal over hebben.

Stef van der Linden

Volgens het rapport '2 werelden, 2 werkelijkheden: een verslag over gevoelige maatschappelijke kwesties in de school' van Margalith Kleijwegt is er steeds minder bespreekbaar op middelbare scholen.
‘Ik erger mij vreselijk aan de discussie die rond dit rapport wordt gevoerd. Natuurlijk is de ene school moeilijker dan de andere en ik heb alleen mijn eigen referentiekader. Is alles bespreekbaar? Ja. Kun je alles zeggen? Ja. Maar daar gaat het niet om. Het gaat om de vraag hoe jouw band met je klas is. Als die goed is, en er is een veilige sfeer waar je met elkaar kunt praten zonder dat de jongetjes gelijk beginnen te lachen, kun je het overal over hebben. Maar dan moet je wel eerst dat pedagogische klimaat creëren. Dat kan overal en daar is de docent verantwoordelijk voor. Misschien heb ik makkelijk praten want er zijn pittiger scholen dan waar ik les geef. Toch, met voldoende tijd en ervaring kun je in heel veel klassen veel bereiken.’

Onderwerpen als homoseksualiteit en religie zouden worden gemeden uit ‘handelingsverlegenheid.’
‘Daar herken ik mij niet in en dat geldt voor heel veel docenten. Dat rapport gaat ook niet specifiek over docenten maatschappijleer maar over docenten breed. Degenen die de opleiding maatschappijleer hebben gedaan, zijn wat dat betreft heel anders dan bijvoorbeeld docenten Frans of wiskunde. Zij hoeven niet per se open te staan voor andere meningen of culturen en zijn wellicht meer vakgericht.’

U stoort zich er echt aan.
‘Ontzettend. Alsof wij dat niet zouden kunnen.’

Niet dúrven.
‘Op het moment dat je iets niet meer durft te zeggen, heb je de regie niet en blijkbaar ook geen band met je klas. Dat vind ik nog veel erger dan bepaalde onderwerpen niet behandelen. Want dat betekent dat er iets mis is in jouw lesklimaat.’

Bij wiskunde is a² + b² altijd c². Maatschappijleer kent niet alleen harde waarheden.
‘In die zin is het een moeilijk vak. Leerlingen moeten ook heel erg wennen. Er is niet altijd één goed antwoord. Het gaat om argumenten. Ik heb ook een opinie, maar ik denk niet dat leerlingen weten wat mijn echte mening is, omdat ik constant bezig met spiegelen. Vaak speel ik advocaat van duivel. De ene keer ben ik Wilders, de andere keer Klaver. Om zo te laten zien dat er ook andere meningen zijn.’

Waarom bent u het blog Maatschappijleer.net begonnen?
‘Wat ik maak en vertel, wil ik niet alleen aan mijn klas, maar ook aan mijn collega’s laten zien. Veel leraren hebben een blog of videokanaal voor leerlingen. Docenten echter die iets maken voor vakgenoten zijn er weinig. Het moet nog wat meer een community worden. Waar loop je tegen aan? Waar heb je behoefte aan? We kunnen elkaar helpen. Docenten vinden het heel moeilijk om materiaal van anderen direct over te nemen en te gebruiken. Die willen hun eigen ding doen en hun eigen verhaal gebruiken. Logisch, dat hebben ze voorbereid. Ik reik ze nieuwe handvatten en bronnen aan waarmee ze hun eigen verhaal kunnen maken.’

In de documentaire Maatschappijleer neemt de stagebegeleider het opeens over van de nieuwe docent Daan.
‘Dat zou ik als stagebegeleider nooit doen. Ik heb het ook weleens echt mis zien gaan bij een stage. Als het inhoudelijk is, kun je dat in de volgende les gewoon recht zetten. Is helemaal niet erg. En als er wat drama ontstaat… laat maar gebeuren. Is allemaal lespraktijk.’

Komt het goed met Daan?
‘Moeilijk te zeggen. Hij is wel een typische student maatschappijleer. Tijdens mijn studie zag ik dat type heel veel. Zijn losse manier van doen, de kleding en de rest van zijn voorkomen. Hipsterachtig met een vrije manier van denken. Heel herkenbaar. En dan heb je nog de types zoals ik. Die nemen het vak wat serieuzer, willen ook graag hipsters zijn, maar hebben dat toch te weinig van zichzelf. De gemiddelde docent Maatschappijleer is vrij relaxed.’

Was de sfeer in de klas van Daan herkenbaar voor u?
‘Daan staat voor een havo-klas. En dan ook nog van de braafste school van Tilburg. Ja duh, dat is niet zo moeilijk. Niet echt spannend. Kom eens een keer voor een vmbo-kaderklas staan. We hebben in Nederland een havo/vwo-mentaliteit. Daar gaat het altijd over in de media. En het zijn meestal havo/vwo-docenten die aan het woord komen. Je moet Daan niet voor een havo-klas zetten maar op het vmbo. Dan krijg je een heel andere documentaire.’

Heeft u nog tips voor Daan?
‘Ik heb hem nog niet zichzelf zien zijn. Leraar zijn is een grote show, maar die kun je pas geven als je op je gemak bent. Het zijn allemaal mislukte cabaretiers…’

...met een publiek dat niet weg kan.
‘Precies. Heerlijk. Laat jezelf zien. Vertel over jezelf. Ik begin mijn verhalen ook altijd ook met “Ik was vorige week op het politiebureau...” of “Ik kwam die tegen en toen...” Allemaal verhalen uit mijn eigen belevingswereld. Hoeft niet helemaal waar te zijn, want zo boeiend is mijn leven ook niet. Maar iedereen die in zijn element is vertelt graag verhalen. Laten de mijne nu net over de lesstof gaan.’