'Soms moet je je tong in drie stukken bijten’

Elmar Veerman

Bij het maken van Birth Day zag Lieve Blancquaert veel slechte zorg. Hoe blijf je dan de neutrale observator? En is het zonder cameraploeg niet nog erger?

Elmar Veerman,

Lieve Blancquaert

‘Soms sta je erbij en denk je: dat kan zo toch niet! Het is niet mijn taak om te schreeuwen "jullie doen het fout!", het is mijn taak als journalist, fotograaf, televisiemaker, om het te tonen, en niet om in te grijpen. Dat is ontzettend moeilijk. Je moet je tong soms echt in drie stukken bijten om er niet tussen te komen. Maar je mag het niet doen vind ik, want je bent al aanwezig met een ploeg, en door je aanwezigheid ben je al heel erg storend en zorg je al dat de hele situatie niet de realiteit is. Er ís al een aanpassing gebeurd omdat je daar bent.’

‘Je weet natuurlijk vaak niet wat ze anders doen omdat je er met je camera’s bij bent, maar soms kom je er bij toeval achter, in de montage. In India bijvoorbeeld, vertaalde onze tolk heel selectief. Van de opnamen lieten we wel alles vertalen. En toen hoorde ik plots een pas bevallen moeder zeggen: mijn schoonmoeder geeft mij geen water. Omdat ze gelooft, dat als ik water drink, dat dat niet goed is. Dat blijkt een bijgeloof in India te zijn: als je bevallen bent, dan geven ze je geen water. Terwijl je dan juist veel water nodig hebt, omdat je borstvoeding moet geven.’

‘Die vrouw was aan het uitdrogen. Maar dat werd niet vertaald naar ons. Een vrouw is daar ontzettend weinig waard, en daardoor wordt er weinig rekening met haar gehouden. Nog zo’n geval: we maakten een bevalling mee van een heel jong meisje op een afschuwelijke plek, en ze kreeg plotseling een verse mooie jurk aangetrokken, na die bevalling. En bij die vertaling hebben we zoiets opgevangen als: ja, ‘t is alleen maar omdat er een cameraploeg bij is dat ze dit krijgt. Dat doen we anders nooit. Dus je hebt altijd een impact.’

‘Ook voor jezelf trouwens. Mijn eigen camera geeft mij zeker een bescherming tegen de realiteit. Een afstand, ja. Maar ik doe ook de interviews, en dat zorgt er dan weer voor dat je toch dichtbij bent, je kunt je moeilijk verschuilen. Maar toch voel ik soms wel dat ik in de actie, als er geen gesprekken zijn en er gebeurt iets vreselijks, dat ik dan toch achter die camera wegblijf, absoluut ja. Dat mag ook, vind ik. Dat is gewoon zelfbescherming.’ 

Stervende kinderen

Pasgeboren baby in Nairobi, Kenia

'Ik heb kinderen zien sterven in Congo, in Nairobi en in India. Die drie plaatsen. Gewoon door slordige bevallingen en doordat mensen niet op tijd in het ziekenhuis weten te komen; een vrouw die niet op tijd uit haar hut gedragen is, en die niet genoeg ontsluiting krijgt. Er zijn ook vrouwen die álle kinderen verliezen, steeds een voldragen zwangerschap, en altijd opnieuw dat kind verliezen. Omdat ze medisch niet bekeken worden, niet onderzocht wordt wat het probleem is. Dat heb ik gezien ja. Ja. Dat is verschrikkelijk.’

‘Toch vond ik bevallingen altijd ongelofelijk fantastisch om mee te maken. Ik zou het morgen weer willen. Het geeft mij een kick om mee te maken. Om het op de zijlijn mee te maken. Ik vond het altijd, overal, of het nu in Israël was of in Siberië, waar dan ook, elke bevalling vond ik fantastisch en spannend en heerlijk om te mogen meemaken. Dus ik vond het wel altijd, tja, heel verslavend. Echt waar! Omdat het een soort spanning is die daar zit en een grote gebeurtenis die je voelt, en zeker als je dan die vrouw een beetje leert kennen en dat gezin leert kennen, ja, super, ik vond het heerlijk om te mogen meemaken.’

‘En nu verdiep ik me dus in bruiloften, dat is een heel ander verhaal. Dat is heel interessant, maar… minder emotioneel. In het midden van ons leven zijn we veel beter in theater dan aan het begin en op het einde. Dus we zijn zeer goed in een theaterstuk opzetten als het over het huwelijk gaat en over de liefde, maar het begin en het einde is zeer authentiek. Dat wordt het laatste deel van het drieluik, het sterven. En dan niet het moment op zich, maar net als bij de geboorten gaat het vooral om alles eromheen. Hoe verschillende culturen omgaan met de laatste levensfase.’