De trek, aflevering 4

De gedeporteerde

Terwijl het debat over migratie voortraast worden in alle stilte Afrikaanse migranten massaal uitgezet en teruggestuurd naar hun vaderland. Brussel betaalt de regeringen er miljoenen voor. Maar wat gebeurt er na zo’n uitzetting?

De trek: De gedeporteerde
zondag 27 november, 20.15 uur, NPO 2

Bram bevraagd

Direct na de laatste uitzending van De trek zat Bram Vermeulen klaar voor kijkersvragen op de Facebookpagina van de VPRO. De sessie, met onder andere aandacht voor het lot van Joy, het maakproces en nog veel meer zaken, is hieronder terug te zien.

lagos

Bram Vermeulen reist naar Nigeria, om een moeder met vier schoolgaande kinderen te zoeken die net zijn uitgezet uit Nederland. Gaan zij het redden in Lagos, de grootste stad van Afrika?

Wie daar, vers gedeporteerd, aankomt op het vliegveld, wordt naar de cargoterminal gebracht en inderdaad: niet als passagier, maar als bagage behandeld. Teruggekeerde migranten zijn volgens het vliegveldpersoneel lastig, onhandelbaar, ze veroorzaken problemen en kunnen gewelddadig zijn. Ze moeten daarom worden afgezonderd: er is al een speciaal nieuw gebouw voor ze uit de grond gestampt. Daar mogen ze wachten op familie. Als die er nog is, of überhaupt komt, natuurlijk.

Maar het komt altijd goed, dat weten ze bij het vliegveld wel zeker.

Als er geen familie of vrienden op je wachten, moet je het in je eentje zien te redden in deze miljoenenstad. En dat betekent niet zelden: bescherming zoeken. Lagos is genadeloos. Wie in de verkeerde buurt komt of de verkeerde tegenkomt, wie niet kan of wil betalen, die is zijn leven in Lagos niet altijd zeker. Hier slapen doe je met één oog open.

de koffer van Joy Edobor

De Nigeriaanse Joy Edobor vertrok naar Nederland met de belofte van een beter leven. Dat kreeg ze niet. De mensensmokkelaars die haar reis hadden geregeld, hielden haar jarenlang gevangen in een bordeel. Een onbewaakt moment – een deur die openstond – betekende weliswaar haar vrijheid, maar geen einde aan haar problemen.

Ze settelde zich in Den Haag met een man en vier lieve dochters: haar kinderen werden allemaal in Nederland geboren en getogen, ze maakten op school vriendjes en vriendinnetjes, leerden alle liedjes. Toen Joy aanspraak wilde maken op het kinderpardon, ging het alsnog fout. Samen met haar kinderen werd ze aangehouden en op het vliegtuig terug naar Nigeria gezet.

Daar probeert ze haar leven opnieuw op te bouwen. Met vier kinderen die nog nooit in Nigeria zijn geweest, de taal niet spreken en zonder werk, geld of steun van haar familie.

De koffers van Joy, waarvoor ze zelf niet eens de tijd kreeg ze in te pakken, belandden bij researcher Adelheid Kapteijn. VPRO-redacteur Anne de Vroomen ging met haar in gesprek.

bekijk ook

De vluchtelingen die Nederland hebben gehaald dragen zware bagage met zich mee. De kleren die ze aan hebben en de spullen in hun koffer zijn alles wat ze nog hebben. Wat namen ze mee en wat moesten ze achterlaten toen ze halsoverkop vluchtten? Sandra Kaas hees zich in 2014 voor VPRO Dorst in een kofferpak en stelde deze vraag aan zes vluchtelingen.

achter de schermen van De trek

de liegeriaan

Joy, Bram en een van Joys vier dochters.

Bij de vreemdelingendiensten in Europa hebben Nigeriaanse asielzoekers de bijnaam ‘Liegerianen’. Liegen en een verblijfsvergunning zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bij het maken van de vierde en laatste aflevering van De trek: ‘De gedeporteerde’ surften we voortdurend tussen feit en fictie. In Lagos ontmoetten we een gedeporteerde automonteur die ruiterlijk toegaf dat hij zijn hele vluchtverhaal uit zijn duim gezogen had. Via via was hij in Nederland terechtgekomen op een vals paspoort van ene Jean-Paul uit Sierra Leone, waar in de vroege jaren 2000 een burgeroorlog woedde. ‘Jean-Paul’ werd gepakt en uitgezet naar Lagos, waar hij thuishoorde en waar geen oorlog was.

Tien jaar later vond hij dat zijn avontuur meer dan de moeite waard was geweest. Hij keek om zich heen naar de collega’s die waren thuisgebleven en zei: ‘ik ben nu beter dan zij’. Daar ging het maar om.

Maar wat te denken van de leugen waarmee Joy Edobor naar Nederland was gelokt: een baan, een inkomen, een beter leven. Joy eindigde in een bordeel in Amsterdam, vertelde ze snikkend. Na jaren van misbruik werd ze opgevangen door instellingen die aan de lopende band Nigeriaanse vrouwen uit de prostitutie moesten redden. Joy kreeg vier dochters, maar geen verblijfsvergunning. Het gezin werd uitgezet. Haar dochters Rebecca en Naomi vertelden het verhaal stukje bij beetje, gezeten op de stoep voor hun nieuwe onderkomen in Lagos. De politie kwam midden in de nacht. ‘Toen moesten we naar de gevangenis.’ Terwijl ze hun verhaal deden keken ze voortdurend naar hun moeder, die ze goedkeurend aanmoedigde. Mij bekroop dat nare gevoel: was het verhaal dat de meisjes vertelden feit of fictie? Was dit ingestudeerd, en keer op keer afgedraaid voor talloze ambtenaren?

Feit is dat deze meisjes van twee, vijf, zeven en acht voor kort op een school in Katwijk zaten, de Verrekijker. Hier leerden ze vloeiend Nederlands en Nederlandse liedjes zingen. Hun toekomst was Nederland. Tot die nacht dat de politie kwam. Ik keek hoe de meisjes als een troep jonge welpen om hun moeder waren gaan zitten, nadat ze opnieuw in snikken was uitgebarsten. Dit was de wereld van de gedeporteerde, de wereld waarvoor ik naar Lagos was gekomen. Laveren tussen feit en fictie, tussen kunnen blijven of moeten vertrekken. Dat was de wereld die deze meisjes, alle vier jonger dan mijn eigen dochter, al heel goed hadden begrepen.  

Bram Vermeulen

beelden uit de aflevering