Het Duitsland van mijn moeder (6)

'wir schaffen das'

Het slot van 'Het Duitsland van mijn moeder' gaat over de huidige vluchtelingenstroom, die aanvankelijk met open armen werd ontvangen. Hoe bepalend is het verleden daarbij?

Uitzending: zondag 13 december, 20.15 uur op NPO 2.

Sinds Merkel over de vluchtelingenproblematiek geroepen heeft 'Wir schaffen das' is Duitsland verdeeld tussen hulp en haat. Het kraakt in het land aan alle kanten. Wekelijks zijn er aanslagen op vluchtelingencentra en iedereen houdt z'n hart vast. Het zijn er teveel wordt gezegd en het creëert angst. In deze laatste aflevering bezoekt Britta Hosman kamp Friedland, een dorp dat sinds 1945 vluchtelingen opvangt. In 1954 werd hier ook familie van Britta opgevangen. Merkels iconische uitspraak zegt veel over het Duitse verleden, want heeft Duitsland nog steeds iets goed te maken?

Wat is op dit moment de status in het vluchtelingenkamp Friedland? Het is een dorp met meer dan drieduizend vluchtelingen op duizend inwoners. Teveel mensen om goed op te kunnen vangen en te verzorgen, de inwoners kunnen het eigenlijk niet aan. Vluchtelingen moeten lang wachten op hun eten, ze slapen in de gangpaden van de barakken. Veel inwoners van Friedland zijn ooit zelf vluchteling geweest. Er is begrip, maar er ontstaat ook onrust in het dorp. Duitsland zit met de handen in het haar over de vluchtelingenproblematiek, de emoties zijn heftig. Ze willen wel helpen, maar zijn ook bezorgd en bang voor de gevolgen.

Schoolkinderen in Haus der Wannsee

Duitsland en de schuldvraag, in hoeverre speelt dat nog bij de huidige generaties? Britta bezoekt in Berlijn de herdenkingsplek ‘Haus der Wannsee’, waar in 1942 het besluit genomen werd tot de ‘definitieve oplossing voor het Joodse vraagstuk’. Een jonge Joodse vrouw leidt een groep Duitse kinderen rond. Zestienjarigen horen opnieuw over de gruwelijke geschiedenis. 'Es gibt einfach Momenten an dem mann sich schuldig fühlt ein Mensch zu sein' zegt één van de jongens naderhand terneergeslagen.

Hoe ging haar eigen familie om met schuldvraag en het verleden? Britta praat erover met haar Joodse stiefvader. Het blijkt dat in hun familie herkomst nooit echt een rol heeft gespeeld. Ondanks dat een groot deel van zijn familie is omgekomen in Auschwitz werd de Duitse moeder van Britta meteen geaccepteerd in de familie. Aan de andere kant blijkt ook dat beide families, ieder met hun eigen redenen, vooral niet over de oorlog praatten. Waarom niet? Om de verschrikkelijke dingen die gebeurd zijn te vergeten? Omdat het niet mocht uit schuldgevoel of schaamte? Of is niet praten over je verleden een kwestie van overleven, omdat je anders niet verder kunt?