uniform

Wilfred de Bruijn

Iedere twee weken schrijft presentator Wilfred de Bruijn over het maken van de serie Op zoek naar Frankrijk. In de eerste aflevering: ‘Werkt u bij een bank of zo, dat u vijf identieke overhemden laat maken?’

Wilfred de Bruijn,

De VPRO had me uitgelegd dat het handig is als ik tijdens de opnames altijd min of meer dezelfde kleren draag. Een soort tv-uniform. Dan kun je iets wat je in november filmt ook gebruiken na een interview uit september, bijvoorbeeld. Toen ik in juni een advertentie met “vijf overhemden halen, drie betalen” op Facebook zag, aarzelde ik niet. Hoewel, de reclame was van een hemdenmaker in de Rue st Honoré, het begin van een heel sjieke winkelstraat hier in Parijs, tussen de Opéra en het Louvre.

Het ambacht van shirts “met de hand” maken is overigens flink gedemocratiseerd de afgelopen jaren. Het opmeten van schouders, armen, spierballen (en het ontbreken ervan) gebeurt nu met een enorme scanmachine, de computer registreert alles. En na het kiezen van stof, knopen, kraag en manchetten gaat alle info online naar China waar het ding genaaid wordt. Geen klassiek Londense taferelen dus. En ook geen Londense prijzen gelukkig.

Ondanks de automatisering moet er toch nog wat handwerk verricht worden, blijkt in de winkel. Twee verkopers draaien met hun meetlinten om me heen om m'n taille te meten. ‘Werkt u bij een bank of zo, dat u vijf identieke overhemden laat maken?’ Nee nee, leg ik uit, het is voor een serie van de Nederlandse televisie over Frankrijk. Over het land waar gelijkheid op elke gevel staat gebeiteld maar honderdduizenden zich buitengesloten voelen en extreemrechts een kwart van de kiezers trekt. Waar in elke politieke speech ronkend broederschap wordt verkondigd, maar de elites zeer gesloten zijn en zich nauwelijks vernieuwen.

terug naar st denis

Dat vinden de jongens interessant. ‘Kijk meneer wij werken hier, meten maatpakken aan, maar 's avonds gaan we weer terug naar St Denis. Hier worden we met de nek aangekeken, maar bij ons is iedereen welkom. Ik ben moslim, m'n collega is jood en dat is geen probleem. U moet echt bij ons langskomen.’

Kortom, klassiek verhaal van discriminatie van Fransen uit de voorsteden, van wie de ouders of grootouders in Noord-Afrika zijn geboren.

En dat is veelzeggend. Niet heel origineel misschien maar toch. De onderwerpen liggen op straat. In de serie laten we Frankrijk zien in al z'n tegenstellingen, nuances en paradoxen. Niet uitgelegd en toegelicht door sociologen, historici of andere experts, maar door de mensen te ontmoeten om wie het gaat: boeren, leraren, rijke binnenstadbewoners en voorstedelingen. Zij die nog geloven in de Republiek en ook de teleurgestelden.

tien kinderen

Vaak gaat dat trouwens samen. Dat blijkt ook als de hemdenverkopers doorpraten. ‘Meneer, u moet echt bij ons komen filmen. Dan laten we zien wat een parasieten er in onze buurt wonen: ze hebben tien kinderen met twee of drie vrouwen en vangen dus 8000 euro per maand aan kinderbijslag. En wij maar belasting betalen! Daar moeten de hoge heren van de Republiek nu eens iets aan doen.’

In het café naast de winkel drink ik een biertje aan de toog. Ik krijg zin om met die jongens op pad te gaan. Meestal zie je op tv de voorsteden alleen maar als halve oorlogszones vol eng, boos tuig. Of als trieste plekken van onrecht, waar zielige mensen aan de kant zijn geschoven. Niemand die iets voor ze doet. Zo eenvormig is het natuurlijk niet. De toevallige ontmoeting met deze twee verkopers laat zien dat ze zich door de Fransen buitengesloten voelen en dat ze tegelijkertijd stevig ingrijpen van de staat vragen om schobbejakken aan te pakken. En dat in een taal die de leider van de grootste partij in de peilingen niet zou misstaan. Waar gaat dit heen, als zelfs zij verleid lijken door de grote blonde redder van het echte Frankrijk, Marine le Pen!