TV Lab: Oudtopia

Oudtopia

Welke levenslessen gaan er schuil achter de geraniums?

In de documentaireserie Oudtopia komen twee werelden van oud en jong bij elkaar en leren we ouderen kennen door de ogen van Nicolaas en Tim.

Oudtopia is 21, 22 en 23 augustus te zien in TV Lab om 20.30 uur op NPO3

jong & oud: Interview met Tim & Nicolaas in het bejaardentehuis

door Katja de Bruin, VPRO Gids #33

De receptioniste van woonzorgcomplex Jonker Frans wordt lastiggevallen door een opdringerige bewoner. Hij is verliefd op haar. Niet alleen op haar trouwens, ook op zijn Chinese masseuse. ‘Eigenlijk is hij best wel een viespeuk,’ zegt Tim den Besten, die knipperend tegen de ochtendzon wakker zit te worden in de binnentuin van zijn tijdelijke onderkomen in Den Haag. Hij wrijft nog maar eens in zijn roodomrande ogen en zwaait routineus naar voorbij schuifelende bewoners. Zijn compaan Nicolaas Veul ziet er florissanter uit, hij sliep een nachtje thuis en is net weer terug in Den Haag.

Vandaag wonen de jonge programmamakers Tim den Besten en Nicolaas Veul precies een maand in dit Haagse woonzorgcentrum, in een appartement dat er dankzij hun inspanningen uitziet als een Leids dispuutshuis. Alleen het plasmatras, de invaliden-wc en de flessen advocaat op het aanrecht verraden dat we hier in een bejaardenflat zijn.

Het idee is van eindredacteur Anouk Kamminga: laat twee jongeren een tijdje tussen de bejaarden wonen om zo te ervaren hoe het is om oud te zijn. Project Oudtopia was geboren. Het gaat ongetwijfeld memorabele televisie opleveren, maar vandaag valt het voor Tim en Nicolaas niet mee om de moed erin te houden. Dit zou hun laatste dag in Jonker Frans zijn, maar ze moeten nog een paar scènes draaien, dus blijven ze drie dagen langer. Eigenlijk kan Tim dat niet meer opbrengen. Hij zit er helemaal doorheen. Vorige week nog kneep hij er tussenuit. Zonder iemand in te lichten pakte hij de trein naar huis. Anouk moest praten als Brugman om hem weer terug naar Den Haag te krijgen.

Na een maand zijn Tim en Nicolaas moe en leeggezogen. De hele dag worden ze omringd door oude mensen die blij zijn met de afleiding die deze twee leuke jongens met zich meebrengen. Voortdurend worden ze aangeklampt door bewoners, het is lastig om ze af te schudden zonder onbeleefd te worden.
 

Allemaal shit

‘Ze lopen helemaal leeg’, verzucht Tim. Meneer Turk is na een lang huwelijk net weduwnaar geworden. Meneer S. heeft geen contact meer met zijn kinderen en mevrouw K. overleefde haar beide kinderen. Mevrouw R. verloor alles en iedereen in de oorlog. Zij is de enige bewoner die pertinent niet gefilmd wil worden. ‘Als ik ga praten, ga ik huilen en dat wil ik niet meer.’
Het is net tien uur, maar vanuit de keuken drijft al een vleugje Indische kruiden de centrale hal in. In de binnentuin rookt mevrouw Wicherts een sigaret. Uit het bagagerekje van haar rollator steekt een slof Marlboro. Die heeft het bezoek zojuist meegenomen. Net als het kraslot dat nu met overgave wordt leeggekrast. Mevrouw Wicherts draagt een oversized glittershirt met luipaardmotief, haar zwarte haar is nog lang niet grijs. Aan een keycord over het luipaard bungelt een mobiele telefoon. Als ze is uitgekrast, steekt ze gelaten een nieuwe sigaret op. Een maand geleden is haar man overleden. Sindsdien rookt ze weer.

Mevrouw Alkema beweegt zich met behulp van een rollator, maar haar stem is nog helder en ze lacht graag. In haar jonge jaren werd ze altijd maar weer verliefd op getrouwde mannen. Uiteindelijk bleek de liefde voor haar niet weggelegd. Nu is ze oud, en er is nooit een man in haar leven geweest.

Op weg naar de kamer van Tim en Nicolaas worden we staande gehouden door een boom van een vent die de jongens een kleurige uitnodiging voor hun eigen afscheidsfeestje overhandigt. Iedereen is welkom in het restaurant om de gasten uit te zwaaien. ‘Consumpties voor eigen rekening,’ staat erbij, om misverstanden te voorkomen. Dat wordt nog een probleem voor deze meneer Ronteltap, want hij koopt principieel nooit iets in het restaurant. ‘Omdat ik het allemaal shit vind.’

We passeren een zaaltje waar breekbare Indische en Chinese dames zittend op een stoel rek-en strekoefeningen doen op Aziatische muziek. ‘De Chinezen zorgen veel beter voor zichzelf dan de Nederlanders,’ zegt Nicolaas, ‘en ze hebben het bovendien gezelliger met elkaar.’ Tim zal dat later bevestigen. Volgens hem zijn Nederlanders ‘veel killer en het glas is altijd half leeg. Surinamers zijn veel warmer en gezelliger.’

Braintraining

Er is genoeg te doen op een doordeweekse dag in Jonker Frans. Je kunt naar tai chi, of naar zumba. Je kunt ook bingo spelen. Of aanschuiven bij de gespreksgroep, verhalen vertellen, zingen of spelletjes doen. Af en toe is er een uitstapje, naar Scheveningen of naar de Zwarte Markt in Beverwijk.

Op deze woensdagochtend staat braintraining op het programma. Voor de gelegenheid mag Tim die geven. Nicolaas hanteert de camera. Acht dames en een heer nemen plaats aan de grote tafel. Tim leest vragen voor vanaf een computerscherm.
‘Als iets nergens op slaat, slaat het als een tang op een ... a. varken. b. koe.’ ‘Welke fruitsoort is dit: a. een peer b. een banaan’. ‘Willen jullie een hulplijn inzetten, jongens?’, roept Tim jolig terwijl diverse dames opgewonden door elkaar heen roepen. ‘Wat voor soort auto is dit? Een politiewagen of een brandweerwagen?’
Tim richt zich tot een mevrouw die tot nu toe nukkig heeft gezwegen.
 ‘Wat denkt u? Is dit een croissantje of een puntje?’
 ‘Het interesseert me niet.’
 ‘Dat is eigenlijk best wel logisch, het interesseert mij ook geen hol. Wat interesseert u dan wel?’
Ineens barst ze los: ‘Ik ben 95 of 96, ik hoef niet meer te leren.’ Ze priemt een beschuldigende vinger in de richting van haar tafelgenoten. ‘Hun beginnen pas en ik heb mijn jaren al gehad. Ik heb niks meer. Zij hebben nog broers en zusters. Sommigen zijn nog getrouwd en ik heb niks meer.’
Tot besluit slaat ze boos op tafel. ‘Nou, rustig aan zeg,’ reageert haar buurvrouw verontwaardigd.
Een man die al een tijdje in de deuropening stond toe te kijken, grijpt nu in. Het is pastoor Groenewegen, van de naburige Agneskerk. Hij kent de boze mevrouw al 35 jaar. Ze heeft veel betekend voor de kerk. Zorgzaam helpt hij haar in haar rolstoel. Mevrouw is alweer gekalmeerd. Gewillig laat ze zich afvoeren.

Tim hervat de braintraining. ‘Is dit een kalkoen of een haan?’ ‘In welke maand gebruikt de koning de gouden koets?’ ‘Ligt Middelburg in Nederland of in Zuid-Afrika?’ ‘Ben jij wel eens in Middelburg geweest, Loes?’, vraagt Tim aan een opstandige mevrouw die consequent het verkeerde antwoord geeft op elke vraag. ‘Weet ik veel, ik ben Hagenees.’ ‘Ben je wel eens buiten Den Haag geweest?’ Loes zucht geërgerd. ‘Dat weet ik niet meer hoor.’
Tim geeft het op en gaat gauw door. ‘Wat is een tulp? Is dat a. een fruitsoort of b. een bloem? Jongens, dit is een debielenkwis! Ze nemen jullie niet echt serieus zeg. Hoe lang doen jullie dit altijd?’

Meneer Scheers verkeert op de rand van dementie. De ene dag helder, de volgende verward. Vandaag gaat het niet zo goed, vertrouwt hij Tim op fluistertoon toe tijdens een onderonsje in de hal. Onvermoeibaar maken de jongens praatjes en grapjes met de bewoners, die zichtbaar opbloeien zodra iemand aandacht aan ze besteedt. Niet dat ze hier verwaarloosd worden, helemaal niet. Het personeel is vriendelijk, het huis schoon, het eten goed, en er is genoeg te doen. Maar iemand die de tijd neemt om hun verhaal aan te horen, dat gebeurt niet vaak.
‘Ik had het me misschien wel romantischer voorgesteld’, zegt Tim. ‘Dat al die ouderen hier harmonieus samen zouden leven, er voor elkaar zouden zijn, hun wijsheid zouden delen. Maar zo is het niet. We hebben al best wat opstootjes gefilmd. Kleine dingen worden hier heel groot. Als mensen de woorden niet meer kunnen vinden om een probleem op te lossen, worden ze agressief. Net als kleine kinderen. Hun filter is weg. Ze gaan drammen en worden boos als iets niet gaat zoals zij willen. Soms beginnen ze een beetje te duwen, of ze rijden met hun rollator expres tegen iemand anders aan.’

Intussen zit meneer Turk in het restaurant te wachten op wat komen gaat. Op het menu vandaag onder meer preisoep en een boomstammetje, maar ook Javaanse bami en Surinaamse sperzieboontjes.

Hij heeft zichzelf op deze zonnige zomerdag getrakteerd op een biertje, al is het nog geen twaalf uur. Nicolaas informeert of hij morgen van de partij is op hun afscheidsfeestje. Hij zal er zijn, al zullen er heel wat tranen vloeien, voorspelt meneer Turk. ‘Als je te veel van iemand gaat houden, moet je er snel afstand van nemen’, adviseert hij. ‘Anders word je toch maar teleurgesteld.’
Meneer Turk ziet er jonger uit dan zijn 82 jaar. Hij draagt net als sommige andere bewoners een paar kleurige loomarmbandjes. Die kreeg hij gisteren zomaar van iemand. Hij weet niet meer van wie. Hij vertelt over zijn vrouw, die na een lang ziekbed vorig jaar is overleden. Ze zijn 56 jaar samen geweest, hij is er nog steeds kapot van. Over zijn vrolijk bedrukte t-shirt bungelt een gouden Jezus aan het kruis. Zonder zijn geloof zou hij het leven nog veel moeilijker vinden. Elke dag put hij daar kracht en troost uit. Zijn vrouw had dat minder, maar zelf kan hij zich geen leven zonder de kerk voorstellen.

Hij neemt een slokje bier en kijkt nog maar eens verlangend naar de keuken. Het is twaalf uur geweest. Zijn boomstammetje kan nu elk moment geserveerd worden.

Berusting

In de binnentuin zoeken Tim en Nicolaas een tafeltje achteraf. Veel bewoners eten, dus ze hebben even rust om terug te blikken op de afgelopen maand.
‘We wilden weten hoe het is om oud te zijn, maar wat er precies uit zou komen, wisten we van tevoren niet. Misschien hadden we een te romantisch beeld van wijze ouderen die ons belangrijke levenslessen zouden kunnen geven,’ peinst Nicolaas. ‘Er zijn wel levenslessen, maar minder dan we hadden gehoopt. Het gaat allemaal niet zo diep. Deze generatie is vooral bezig geweest met overleven. Een baan hebben, geld verdienen. Wij vragen ze bijvoorbeeld of ze nu nog jong zouden willen zijn. Dan zeggen ze: dat kan toch niet? Ik ben nu toch oud?’

Hebben ze de afgelopen weken mensen gesproken die je gelukkig zou kunnen noemen?
‘Nee,’ zegt Tim resoluut, ‘ik heb niemand gehoord die dit de mooiste fase van zijn leven vond. Berusting komt nog het dichtste bij geluk. Mensen zeggen: ja, mijn vrienden en familie zijn dood, die komen niet meer terug. Ik kan wel heel verdrietig zijn, maar dat helpt toch niks. Ze leven bij de dag. Accepteren dat het zo is, is natuurlijk ook een vorm van wijsheid.’

Deze ervaring heeft Nicolaas’ kijk op het leven van ouderen ingrijpend veranderd. Hij verwacht dat Oudtopia bij kijkers veel teweeg zal brengen. ‘De zwaarste beproeving van het leven is ouder worden. Dat is zo cru. Eigenlijk zou het omgekeerd moeten zijn, dat het leven steeds makkelijker wordt in plaats van steeds moeilijker. Maar ouderdom is gewoon echt niet relaxed.’