de stille burgeroorlog

sanne de boer

De tweede serie Speeches begint met een terugblik op de meest traumatische maffia-aanslag uit de Italiaanse geschiedenis en onderzoekt in hoeverre deze nu nog nadreunt. De vraag blijkt ook in ons land onverwacht actueel.

sanne de boer,

Speeches: Rosaria Schifani, zondag 20 december 21.00 - 22.00 uur op NPO 2

Palermo, zaterdag 23 mei 1992. Vito Schifani, de 27-jarige lijfwacht van de succesvolle maffiabestrijder Falcone, had die dag niet hoeven werken, maar besloot toch naar het vliegveld te gaan. Falcone kwam uit Rome aan en moest naar zijn huis worden geëscorteerd. De onderzoeksrechter ging zelf achter het stuur, zijn vrouw zat naast hem, en zowel voor als achter hen reden auto’s van de beveiliging. Ze zouden hun huis echter nooit bereiken.

Een gigantische hoeveelheid explosieven die onder de snelweg verstopt zat werd op afstand met feilloze timing tot ontploffing gebracht. Een zee van puin, autowrakken en vijf doden waren het gevolg: Giovanni Falcone, zijn vrouw Francesca Morvillo en drie lijfwachten.

Als Rosaria, de jonge weduwe van Vito Schifani, zich bij de massale begrafenisdienst had laten overweldigen door haar verdriet, was Vito waarschijnlijk net zo naamloos gebleven als de andere twee lijfwachten die met hem stierven. Maar het ging anders: in de San Domenico kathedraal weergalmden haar ijzersterke woorden en ze raakten zelfs het geweten van maffiosi. Rosaria Schifani zei wat iedereen dacht, ook de wanhopige menigte buiten in de regen: hier in de kerk, tussen de ministers en geheim agenten, zaten medeplichtigen aan de bomaanslag. Zij waren net zo maffioos als het voetvolk van Cosa Nostra dat met een druk op de knop haar man, vader van haar vier maanden oude baby, had vermoord. Ze moesten boete doen, wilden ze vergiffenis krijgen. ‘Op je knieën moeten jullie, als jullie de moed hebben om te veranderen.’

pact

Rosaria’s roep om gerechtigheid had niet alleen effect op de publieke opinie, maar ontroerde zelfs enkele Cosa Nostra-leden: zij werden spijtoptant en biechtten bij de rechtbank hun misdaden op. Sommigen verklaarden nadrukkelijk dat de weduwe van de lijfwacht hun geweten had opgeschud. Toch ging het leger Corleonesi nog een aantal jaren stug door met terroriseren. De eerste die het na Falcone moest ontgelden was zijn vriend en al even illustere collega Paolo Borsellino, die nog geen twee maanden later met vijf lijfwachten werd opgeblazen voor het huis van zijn oude moeder. Later werden ook de bewoners van Rome, Milaan en Florence door bommen van Cosa Nostra opgeschrikt.

Dat deze ‘oorlogsverklaringen aan de staat’ (zoals ze steevast door media en politici werden genoemd) sindsdien niet meer hebben plaatsgevonden, vinden veel Italianen echter niet geruststellend. Zij spreken van een pact tussen de maffia en de staat: een wapenstilstand die tot op de dag van vandaag standhoudt. Het pact waarborgt gemeenschappelijke belangen van de georganiseerde misdaad en de politiek, maar laat de waardigheid van het Italiaanse volk buiten beschouwing. En in het bijzonder: die van de slachtoffers van de maffia.

Rosaria, die tegenwoordig de achternaam Costa draagt en nog twee kinderen kreeg met haar huidige man, brak niet voor niets in tranen uit tijdens de opnames voor deze beladen aflevering van Speeches. ‘Ik val en krabbel weer op.’ Na de dood van haar man had ze nog vele klappen te verduren. De eerste was de brute moord op Paolo Borsellino, die Rosaria gerechtigheid had beloofd maar zijn onderzoek naar de aanslag op Falcone met de dood moest bekopen. ‘Het is al 22 jaar geleden en we kennen nog steeds de waarheid niet, alleen halve waarheden,’ verzuchtte Rosaria. ‘Er zijn in Italië fatsoenlijke mensen, maar we hebben ook de maffia, die wordt gesteund door wie ons in Rome regeert.’

gebed zonder end

Afwezigheid van spijtoptanten van staatswege maakt dat de precieze toedracht van de aanslagen op Falcone en Borsellino nog altijd niet is opgehelderd door het Openbaar Ministerie van Palermo. Sommige prominente verdachten zijn inmiddels overleden, en wie van de oude garde nog steeds politiek actief zijn, houden zich van de domme. Een politicus die echter wel het onderspit heeft gedolven is oud-senator en -Europarlementariër Marcello dell’Utri. Hij werd in 2014 (na een rechtszaak die maar liefst zeventien jaar duurde) tot zeven jaar gevangenisstraf veroordeeld vanwege zijn rol als bemiddelaar tussen Berlusconi en Cosa Nostra. Deze functie vervulde hij vanaf begin jaren negentig als mede-oprichter van Forza Italia.

Berlusconi’s glimlach is er al die jaren niet minder stralend om geworden, en het juridisch onderzoek naar ‘la Trattativa’, ofwel de onderhandelingen tussen maffia en staat, lijkt een gebed zonder end, ook doordat belangrijke bewijsstukken verloren zijn gegaan. Een schrijnend voorbeeld is de verdwenen administratie van Totò Riina, de baas van Cosa Nostra die opdracht gaf tot de aanslagen en drie keer levenslang kreeg voor deze en talloze andere moorden. Waarom stelde justitie de huiszoeking van zijn villa tot maar liefst achttien dagen na zijn arrestatie uit, en konden alle aanwezige bewijsstukken in de tussentijd door handlangers onvindbaar worden gemaakt? Dit zijn vragen die de Palermitaanse onderzoeksrechter Nino di Matteo nog altijd beantwoord wil zien. Riina slaat terug vanuit zijn gevangeniscel door met een grijns te verkondigen hoeveel tonnen explosieven in Palermo al voor Di Matteo zijn klaargelegd.

Een andere tegenstander van Di Matteo is oud-president Giorgio Napolitano, die al in 1992 deel uitmaakte van de regering en zijn getuigenis in het proces lange tijd probeerde te ontwijken. De president liet nota bene bewijsmateriaal uit zijn dossier vernietigen op de dag dat hij – als eerste in de Italiaanse geschiedenis – voor een tweede termijn werd aangesteld, op 88-jarige leeftijd. Als Napolitano niets te verbergen had, zoals hij volhoudt, waarom mochten de telefoontaps van zijn gesprekken met een van meineed verdachte minister dan niet openbaar worden gemaakt? Sergio Mattarella, die Napolitano begin dit jaar opvolgde, lijkt vooralsnog een doekje voor het bloeden. Deze nieuwe president, een Siciliaanse rechter wiens broer in 1980 door Cosa Nostra werd vermoord, manifesteert zich vooralsnog als een heer van weinig woorden.

dekmantel

Terwijl buiten Italië vooral het nieuws over massa-arrestaties van maffiosi doordringt, is de gemiddelde Italiaan ervan doordrongen dat dit soort successen niet zoveel zegt. Hoewel de economische malaise elk jaar erger wordt, toont de omzet van de Italiaanse maffiaclans namelijk nog altijd een gestage groei. Met dank aan de wetten die sinds de bloedige jaren negentig het leven van maffiosi vergemakkelijken en dat van spijtoptanten juist lastiger maken.

Luigi Bonaventura, die ook voor deze aflevering van Speeches werd geïnterviewd, is een spijtoptant die de overheid op haar verantwoordelijkheden wijst. Hij is afkomstig van een familie van de ’Ndrangheta, de maffia uit de regio Calabrië in de teen van de laars, die al enige tijd de koploperpositie van Cosa Nostra heeft overgenomen. Luigi Bonaventura is een man met een ambigue geschiedenis. Vier jaar lang stond hij aan het hoofd van de Vrenna-Bonaventura clan in de provincie Crotone, terwijl hij als sociale dekmantel restaurants en een evenementenbureau had. Zo lukte het hem zijn criminele postitie zelfs voor zijn vrouw te verbergen. Na zijn beslissing om het roer om te gooien en met justitie te gaan samenwerken, ontsnapte hij twee keer aan pogingen van zijn eigen vader om hem te vermoorden. In de ’Ndrangheta-doctrine staan immers zwijgplicht en eerwraak centraal.

Hoewel hij met zijn vrouw, jonge kinderen en schoonfamilie in het getuigenbeschermingsprogramma werd opgenomen, bleef hij zijn leven niet zeker. Zo werd hij door oud-clanleden benaderd om terug te keren, vond hij kogels in zijn brievenbus en werd zijn gezin aanhoudend met de dood bedreigd, ook al woonden ze zogenaamd op een geheime locatie. ‘Wij leven niet’ is zijn dramatische samenvatting van de situatie.

kolonisatie

Sociale media werden voor Luigi Bonaventura een reddingslijn. Op filmpjes op YouTube is hij bewust herkenbaar in beeld gebracht, net als bij de interviews die hij op de Italiaanse nationale televisie gaf. Soms nam hij zelfs deel aan openbare debatten die worden georganiseerd om het bewustzijn over het reilen en zeilen van de maffia te vergroten. ‘De laatste jaren was het nodig in de aandacht te blijven staan, om te proberen te voorkomen dat er iets ergs gebeurt met mijn familie. De ’Ndrangheta houdt er namelijk niet van om mensen te vermoorden die in de aandacht staan. Maar ik realiseer me ook dat ik wellicht nog leef juist omdat ik zo lijd, want zo ben ik ironisch gezien een instrument ten gunste van de maffia. Hoe meer ik lijd, hoe meer ik een boodschap overbreng.’

Hij vermoedt dat zijn controversiële getuigenissen over een ’Ndrangheta-pact met de staat de oorzaak zijn van de institutionele desinteresse voor zijn veiligheid. Dat zijn verhaal bij veel mensen sympathie opwekt blijkt uit een onlinepetitie voor betere bescherming van zijn gezin, die in korte tijd door 18.000 mensen werd ondertekend. Het veranderde echter niets aan zijn situatie. Kort na het interview voor Speeches ging hij na acht jaar samenwerking met justitie de gevangenis in voor misdaden die hij naar eigen zeggen vrijwillig heeft opgebiecht. De situatie van zijn vrouw en kinderen is onveranderd precair.

killers in Nederland

Luigi Bonaventura werkte samen met tien rechtbanken in Italië en een rechtbank in Stuttgart.Dat laatste is niet toevallig, want in Duitsland heeft de afgelopen decennia in relatieve stilte een indrukwekkende ’Ndrangheta-kolonisatie plaatsgevonden. Uit onderzoek blijkt dat de Calabrese maffiaclans in heel Europa illegale handel handig combineren met witwasactiviteiten en investeringen in legale bedrijfssectoren. Dat hun cocaïnehandel zich deels in Nederland afspeelt is al lang bekend. Ook dat hun killers zich hier graag schuilhouden.

Francesco Nirta bijvoorbeeld, de tot levenslang veroordeelde die in september vorig jaar in een snackbar in Nieuwegein werd opgepakt. Maar dat ook legale topsectoren van ons land een voedingsbodem voor de ’Ndrangheta kunnen vormen kwam pas deze herfst in het nieuws. De bloemenveiling in Aalsmeer bleek vele jaren lang een gunstig logistiek en zakelijk maffiaknooppunt te zijn geweest. Tot zijn opsluiting herhaalde Luigi Bonaventura het uitentreuren tegen wie het maar wilde horen: ‘Als we niet heel snel starten met een echte strijd tegen de maffia, om te beginnen in Italië, dan kan het niet anders dan dat het probleem groeit en ook andere plekken aantast.’