9 trillion dollars - and counting

In Amerika, het land waar zelfs de armste sloeber nog aan een creditcard kan komen en vrijwel alles - van coffee-to-go tot auto's en studies -op krediet gekocht wordt, is het hebben van schuld heel normaal. Ook de overheid kijkt niet op een dollar meer of minder en geeft dagelijks aanzienlijk meer geld uit dan er binnenkomt. Op 11 september 2007 passeerde de Amerikaanse staatsschuld de historische grens van 9 biljoen dollar. Hoe is het mogelijk dat de houder van dé wereldmunt zich steeds dieper in de schulden steekt?

De Amerikaanse schuldenlast
Op de website brillig.com tikt de Nationale Schuldenklok van Amerika gestaag door. Momenteel stijgt de schuld met bijna anderhalf miljard dollar per dag. Lage rentes, hoge huizenprijzen en consumptiedrift waren volgens economen en andere waarnemers altijd al de reden dat de Amerikaanse bevolking op de pof leefde. En omdat de dollar de sleutelmunt is in het internationale monetaire bestel, kan ook de Amerikaanse overheid al jaren wegkomen met een groeiend tekort op haar betalingsbalans. Dat bedraagt momenteel rond de 6% van de totale uitgaven - en dat is fors. Zoals bekend stellen IMF en andere monetaire instituten (ook in de EU) dat nationale tekorten te permitteren zijn tot een orde van 3%.

Het deficit op de betalingsbalans van de Verenigde Staten wordt voor het overgrote deel gefinancierd door centrale banken - vooral door die van Azië. Ongeveer tweederde van de Amerikaanse staatsschuld is in handen van andere mogendheden. Dit kan gebeuren in een systeem dat ook wel 'Bretton Woods II' genoemd wordt. In het eerste Bretton Woods-stelsel waren de valuta van andere landen tegen een vaste wisselkoers aan de dollar gekoppeld, en de dollar op haar beurt aan goud. Omdat dit de Verenigde Staten een vrijbrief verschafte zoveel dollars te drukken als ze maar wilden, terwijl van andere landen monetaire discipline werd geëist, stapte de wereld in 1974 over op 'zwevende' wisselkoersen. Maar nu ook de Aziatische landen een grote rol spelen in het internationale betalingsverkeer, is het principe van vaste valutaverhoudingen weer terug. China, Hong Kong en Maleisië hebben hun munt aan de dollar gekoppeld; andere Aziatische landen begrenzen hun valuta op strenge wijze.

De centrale bank van de Verenigde Staten produceert dollars waarmee consumenten goederen kopen die voor een groot deel uit Azië geïmporteerd zijn. De Aziatische landen, economisch flink in de groei en met een positieve handelsbalans, investeren het geld dat ze daarmee verdienen weer in Amerikaanse staatsobligaties. Zo lenen zij de Amerikanen dus geld, en, vanwege de koppeling tussen de dollar en hun eigen munt, tegen een zeer lage rente.
Voor Amerika is deze situatie voordelig omdat ze ondanks een groeiende staatsschuld op grote voet kan blijven leven. Azië maakt dankbaar gebruik van de mogelijkheid goederen te produceren en exporteren naar de Amerikaanse markt; China is op deze manier in staat banen te creëren voor de enorme stroom mensen die het boerenbestaan inruilen voor de industrie. Maar in feite financiert zo een arm land, China, tegen lage rente het begrotingstekort van het rijkste land ter wereld, de Verenigde Staten.

De totale schuld die Amerika aan het buitenland heeft wordt steeds hoger, maar van bezuinigingen lijkt de regering niet te willen weten. In tegendeel: president Bush verlaagt belastingen, verhoogt het defensiebudget, en voert een geldverslindende War on Terror. Daar kunnen de Amerikaanse burgers, die op de website van het 'Bureau of Public Debt' worden aangemoedigd een cheque op te sturen om zo de staatsschuld wat te verlagen, nooit tegenop.

Een overgewaardeerde wereldmunt in handen van een fanatieke schuldenaar - volgens experts is deze situatie niet lang houdbaar. Het is niet onvoorstelbaar dat internationale beleggers op termijn een lagere dollarkoers en hogere rente op Amerikaanse schulden gaan verlangen - of het vertrouwen in de dollar verliezen en hun investeringen terugtrekken. Over de lengte van die termijn verschillen de kenners nog van mening, maar over één ding is vrijwel iedereen het eens: áls Bretton Woods II instort, zullen de gevolgen over de hele wereld voelbaar zijn.