Provo-oprichter Roel van Duijn: 'Occupy vereist intellectuele scherpte'

Jip Mennema & Ramiro Gomes Monteiro ,

Het is alweer een aantal maanden geleden sinds Nederlandse sympathisanten van de Occupy Wall Street-beweging in oktober hun kamp opsloegen op het Amsterdamse Beursplein. Het plein is inmiddels ontruimd, maar de Nederlandse Occupy-beweging is nog altijd actief. Dit roept de vraag op: hoe nu verder? Tegenlicht sprak met Provo-oprichter Roel van Duijn en occupier Maks.

Het fenomeen Occupy roept associaties op met de spraakmakende provo-beweging. In de jaren zestig vroegen de jonge provo’s met ludieke acties en hun zogenaamde ‘witte plannen', aandacht voor anti-autoritaire sociale en stedelijke hervorming – en stuitten daarbij op veel maatschappelijke afwijzing en onderdrukking door politie en ME. Uiteindelijk hebben hun provocaties geleid tot meer sympathie en reflectie in de politiek op het beleid bij demonstraties. Tegenlicht spreekt met provo-oprichter Roel van Duijn over de koers van Occupy.

'Tolerantie verplicht tot meer actie'

Zijn maatschappij en politiek anno 2012 nog wel gevoelig voor protest? Van Duijn legt uit: 'Enerzijds profiteert Occupy van de ruimere tolerantie die door de provo’s is verworven. In de jaren zestig zouden we niet met tenten op het Beursplein zijn toegelaten. Ook is de publieke reactie nu over het algemeen aan de welwillende kant: destijds was er een enquête waarin tachtig procent liet weten dat de provo’s in werkkampen op Terschelling moesten worden opgesloten. Anderzijds betekent die toegenomen vrijheid en acceptatie ook dat de beweging meer verplicht is tot daadwerkelijke actie.'

Daadwerkelijke actie begint volgens van Duijn met een concrete doelstelling. 'Wie zich op die manier met politieke zaken bezig houdt, moet zich ook politiek gaan organiseren. Het moet intellectuele scherpte krijgen. Maak een lijstje met drie punten en ga uitsluitend daarvoor actievoeren.' Zonder dergelijke scherpte zal de tolerantie jegens Occupy na verloop van tijd tegen de protesteerders werken, denkt van Duijn: 'Dan gaat men denken: het zijn mensen die niets beters te doen hebben.'

Intern individualisme

Critici, waaronder D66-raadslid Jelmer Alberts, wijzen op de individualistische benadering van Occupy: demonstranten protesteren niet als één geheel, maar om hun individuele ontevredenheid te ventileren. Van Duijn: 'Dat is zo, maar dat is op zichzelf niet erg. Provo noemde zichzelf ook "een 1000-koppig conglomeraat van subversieve elementen," die het principieel met elkaar oneens waren. Zoiets hoeft de pret niet te drukken. Dat neemt alleen niet weg dat je wel tot politieke scherpte en tot resultaten moet komen – want anders kan je binnenkort de tent weer inpakken.'

Comeback?

Kan er gesproken worden over een ‘comeback van de jeugd’? Van Duijn is even stil. 'Dat hangt er vanaf. Godzijdank gaat de jeugd weer de straat op, maar ze moeten nu ook laten merken dat het ernst is.'

Reactie van een Occupier

De 22-jarige Maks, die anoniem wil blijven, is deel van Occupy Amsterdam vanaf het begin. Wanneer we hem vragen naar de koers van de beweging, benadrukt hij geen woordvoerder te zijn en wijst hij op de leiderloze structuur. Maks erkent dat Provo's successen van belang zijn geweest voor de Nederlandse Occupy-beweging. Verder is er volgens hem weinig sprake van een gelijkenis tussen de bewegingen. 'De provo’s waren radicaal,' vindt Maks. 'Occupy is vredelievend en zou niet oproepen tot zulke radicale acties.' De provobeweging provoceerde de politie tot ingrijpen en het overschrijden van hun eigen normen.

In de roep om politieke organisatie kan Maks zich niet vinden. 'De Occupy-beweging is grotendeels tegen het hudige politieke klimaat. Wanneer we ons mengen in de politiek krijgen we een ander stemgeluid: we willen niet dat onze actie wordt geclaimd door een partij. Door met bestaande politieke partijen om de tafel te zitten, help je die partijen in het bereiken van hun doelen.' En Occupy is nou juist kritisch over hoe de politiek omgaat met de crisis: 'Als je het niet met het spelletje eens bent, moet je ook niet meespelen.' Binnen Occupy wordt in werkgroepen wel nagedacht over een eigen (politieke) beweging.

Heeft Van Duijn gelijk als hij de beweging oproept een concreet doel te formuleren? 'Tot op zekere hoogte. Occupy is voortdurend bezig met het vaststellen van één doel dat zó groot is dat het moeilijk te formuleren valt. Natuurlijk is dat een probleem. Aan de andere kant is dit de eerste beweging die zo open is dat iedereen zijn eigen stem erin kan laten horen.'

Wat zouden de drie concrete punten zijn waarop Occupy zich uitsluitend moet richten? Maks aarzelt. 'We houden ons vooral bezig met economie, de banken en hoe de politiek daarmee omgaat. Maar dat kan per Occupy-lid verschillen.'