Rutger Bregman

Historicus en schrijver die de wereld wil veranderen met zijn verhalen. Geïnspireerd door ideeën van oude denkers filosofeert hij over de toekomst.

Wie het curriculum vitae van Rutger Bregman (1988) bestudeert, zal nauwelijks geloven dat hij pas 25 jaar oud is. Weinigen zijn immers op die leeftijd afgestudeerd, hebben twee boeken geschreven en publiceerden in The Washington Post. Bregman slaagde hier in en dat vindt hij helemaal niet zo bijzonder. De jonge intellectueel wil de wereld veranderen en daar kun je nu eenmaal niet vroeg genoeg mee beginnen.  

Als zoon van een dominee groeide Bregman op in een omgeving waar verhalen vertellen aanzien genoot. Hoewel hij een andere, niet Bijbelse weg in is geslagen, gelooft hij er heilig in dat je verandering teweeg kunt brengen door de juiste verhalen op het juiste moment te vertellen. Nu de crisis om zich heen slaat en ‘de geschiedenis van de vooruitgang’ haar einde nadert, zo benadrukt Bregman in zijn gelijknamige boek uit 2013, hebben mensen behoefte aan een nieuw vooruitgangsgeloof. Bregman meent dat we daarvoor opnieuw utopisch moeten leren denken. Alleen dan is het mogelijk de maatschappij verder te brengen en - indien nodig – radicaal te veranderen.
 

Je kunt alleen maar nadenken over een utopie als je op de schouders staat van de reuzen voor je.

Bregman haalt Isaac Newton aan in 'De noodzaak van een utopie'

In zijn boeken en zijn artikelen voor online platform De Correspondent filosofeert Bregman over mogelijke utopieën voor een betere samenleving. Herhaaldelijk spreekt hij over de hervorming van het onderwijs, een radicaal kortere werkweek en de invoering van het basisinkomen. Over dit laatste onderwerp schreef hij het artikel 'Waarom we iedereen gratis geld moeten geven', waarmee hij The Washington Post haalde en genomineerd is voor de European Press Prize 2013.

Inspiratie doet Bregman op in boeken van grote denkers als Francis Fukuyama en Bertrand Russell, maar ook aan de bar van zijn studentenvereniging S.S.R.-N.U. in Utrecht zijn vele ideeën ontsprongen. Hier nodigde hij met zijn studentendispuut ooit historicus Maarten van Rossem uit, die voor een pot Earl Gray–thee mee kwam denken over de Nederlandse maatschappij.

Jongleren met ideeën

Bregman vindt dat geschiedschrijving een kwestie is van jongleren met talloze ideeën, auteurs en historische personages. Uit die wirwar moet uiteindelijk een verhaal worden gedestilleerd, wat vervolgens wordt verteld aan iedereen die het maar wil horen. Het tempo waarmee Bregman publiceert en zijn toenemende bekendheid vormen het bewijs dat hij deze werkwijze bijzonder goed beheerst.  

Rutger Bregman studeerde geschiedenis aan de universiteit van Los Angeles en Utrecht, waar hij ook nog even doceerde. Al tijdens zijn studie schreef hij voor De Groene Amsterdammer, Trouw, de Volkskrant en nrc.next en hij was vanaf het eerste uur betrokken bij De Correspondent. In 2012 verscheen zijn eerste boek ‘Met de kennis van nu, actuele problemen in het licht van de geschiedenis’. Een jaar later volgde ‘De geschiedenis van de vooruitgang’. Hij werkt nu aan zijn derde boek.