3Doc:

Freddie Mercury - The great pretender

3Doc:

Freddie Mercury - The great pretender

Op het podium was hij een extravagant geklede persoonlijkheid die contact kon maken met een 300.000 koppig publiek. Daarbuiten was hij een gevoelige man die naar huis belde omdat hij zijn katten even aan de lijn wilde. Deze tegenstelling vormt het hart van de documentaire Freddie Mercury - The great pretender. Freddy Mercury toont heel uiteenlopende gezichten. Als leadzanger van Queen is hij een exhibitionistische rockheld, privé een verlegen, kettingrokende man die dol is op ballet en opera en ongelukkig in de liefde. In interviews ontwijkt hij elke persoonlijke vraag. 'Ik haat het om te praten met mensen die ik niet ken. The great pretender - dat dekt de lading van wat ik doe'. De film besteedt uitgebreid aandacht aan de diverse soloprojecten van Freddy Mercury, die niet allemaal even succesvol waren. Geslaagd is de samenwerking met de klassieke sopraan Montserrat Caballé, met wie Mercury 'Barcelona' zingt en waarmee hij als eerste pop en opera combineert. In de documentaire gaat daar een terugblik aan vooraf op de jaren zeventig en tachtig, waarin Freddie Mercury met Queen wereldhits scoort als Killer Queen, Somebody to love, I want to break free en Bohemian Rhapsody. Het maakt Queen tot één van de meest succesvolle popgroepen in de geschiedenis. Een hoogtepunt in de documentaire vormt het materiaal in de studio met Michael Jackson, samen met Mercury werkend aan een duet (There must be more in life than this). Bijzonder is ook het optreden uit 1979 in het Colloseum in Rome waarbij Mercury meedanst met het Engelse Royal Ballet. We zien Freddie achter de schermen van beroemde videoclips van Queen en Queen-gitarist Brian May en drummer Roger Taylor vertellen zelf over hun relatie met hun leadzanger, die zo anders was dan zij. In december 1991 wordt bekend dat Mercury aan AIDS lijdt; 24 uur later overlijdt hij. 'Hoe wil je herinnerd worden'?, is hem eerder in een interview gevraagd en het antwoord is veelzeggend: 'I don't give a shit'. Ook over zijn muzikale nalatenschap maakt hij zich geen zorgen. Aan manager en vriend Jim Beach verklaart hij: 'Je mag alles met mijn muziek doen wat je wilt, als het maar niet saai wordt'.