Het Spoor Terug

Cheerio! 1: Na de roes

Het Spoor Terug

Cheerio! 1: Na de roes

Deel één van de zeventiendelige serie 'Cheerio!' over Nederland tijdens de wederopbouw.
In deze aflevering: een portret van Nederland vlak na de bevrijding.
Het land ligt letterlijk en figuurlijk in puin. Honderdduizenden mensen zijn dakloos of wonen in verwoeste huizen. Er is niets te krijgen. Groepen ex-gevangenen komen berooid en ontredderd uit Duitsland ons land binnen. Epidemieën breken uit en eisen vele slachtoffers.
Interviews met:
- Joop en Annie Moolhuizen over de armoede van vlak na de oorlog, over hun dochtertje dat stierf, en over de behandeling van NSB-ers;
- Margot Zanen, die als twintigjarige uit Rhenen weg moest. Na de evacuatie kwam ze terug en vond ze het stadje in puin;
- Wallie, een kleine zwarthandelaar over het geld dat hij verdiende en de goederen die hij verhandelde. Het tientje van Lieftinck had hem te pakken.
Geïllustreerd met historisch materiaal

Inleidende teksten:
TEKST 1 Vijf lange jaren zijn ten einde en even lijkt de vreugde nooit op te houden. De voetbalroes van afgelopen zomer en dan maandenlang, omschrijft de Amsterdamse Joop Moolhuizen het. En zijn vrouw Jannie zegt, dat zij zelfs de honger vergat in die dagen. Dag in dag uit zijn er grote straatfeesten, waarbij moffenmeiden worden kaalgeknipt en NSB-ers afgeranseld. Eindelijk kan men openlijk zijn woede kwijt. Na het feest volgt de kater. Nederland ligt letterlijk en figuurlijk in puin. Honderdduizenden mensen zijn dakloos of wonen in verwoeste huizen. Er is niets te krijgen. Groepen ex-gevangenen komen berooid en ontredderd uit Duitsland ons land binnen. Epidemieën breken uit en eisen vele slachtoffers. Ook voor Joop en Annie Moolhuizen is het een nare tijd.
TEKST 2 September 1944 lijkt de bevrijding nabij. De geallieerden rukken op tot Arnhem waar een felle strijd uitbarst. De Duitsers houden nog stand. Twintig kilometer verder aan de Rijn ligt Rhenen. Vanuit het ouderlijk huis kan de twintigjarige Margot Zanen de geallieerden aan de overkant van de rivier zien liggen. In afwachting van de bevrijding bivakkeert de familie het merendeel van de tijd in de kelder. Dan trekt op twee oktober een Duitse auto door de straten die de mensen sommeert Rhenen binnen vier uur te verlaten. De stad stroomt leeg.
TEKST 3 Elf juli 1945 roept Professor Brugmans, secretaris van de minister-president, op de radio op tot een hulpactie voor de getroffen gebieden. Tekst 4 De straten van Rhenen zijn leeg. Voor de kapotgeschoten ramen fladderen resten gordijn. Na de maandenlange beschietingen is de rust weergekeerd. Margot is iedere dag alleen in het huis bezig. Haar vader probeert als gemeente-ambtenaar op bestuurlijk niveau iets aan de puinhoop te doen; haar moeder is nog bij familie.
TEKST 5 Al vrij snel komen de hulpacties van het Rode Kruis, de HARK, op gang. Ook op eigen initiatief wordt er hulp geboden. Zo richt de gemeente Amsterdam het comité 'Amsterdam helpt Arnhem' op, dat huisraad, boeken en andere goederen verzamelt voor de getroffen Arnhemmers. De wederopbouw van Nederland is begonnen. Niet iedereen staat te popelen om daaraan mee te doen, zo blijkt uit een maatregel die minister-president Schermerhorn 27 juni afkondigt.
TEKST 6 De 24-jarige loodgieter Wallie zit ook niet te wachten op de wederopbouw. Hij hoopt dat de naoorlogse chaos nog een flinke tijd zal duren. Als huismeester bij Canadezen, die zijn ingekwartierd in een oud klooster, vaart hij er wel bij.
TEKST 7 Georganiseerde smokkel en zwarte handel zijn die eerste tijd niet in de hand te houden. Degenen die zich in de oorlog nog niet verrijkt hadden, slaan nu hun slag. Want ook al is de oorlog voorbij, de schaarste duurt voort. Minister van financiën Lieftinck probeert met vergaande maatregelen paal en perk te stellen aan deze wildgroei. Op 26 september verliest al het papiergeld, dat dan in omloop is - zo'n vijf miljard gulden- zijn waarde. Banken en giro-instellingen worden geblokkeerd en de herkomst van het spaargeld nauwkeurig nageplozen. Iedereen heeft recht op één nieuw tientje en vanaf 26 september moet dus elke burger leven van zijn lopende inkomen. Er worden zo snel mogelijk nieuwe biljetten gedrukt. De maatregelen roepen veel protest op en op 13 november probeert minister Lieftinck aldus de gemoederen te sussen.
TEKST 8 Terwijl Wallie er rijk van wordt - en hij is maar een klein handelaartje - hangt voor de meeste Nederlanders een somber waas over de bevrijdingsvreugde. Ook Joop en Annie Moolhuizen uit Amsterdam zitten aan de grond. Joop vindt een baantje als chauffeur bij een expeditiebedrijf. Hij komt vaak in het oostelijk havengebied, waar de loodsen vol staan met huisraad van niet-teruggekeerde Joden en waar op de Levantkade een interneringskamp voor NSB-ers is ingericht.