De Hokjesman

De adel

De Hokjesman

De adel

De adel vertegenwoordigt, naar eigen zeggen, fatsoen en kwaliteit. Noblesse oblige, opvoeding, taal, en goede manieren zijn de ingrediƫnten om een fatsoenlijk en nobel mens te worden en worden van huis uit meegegeven. Wie niet van adel is, maar wel gretig het uiterlijk vertoon en de omgangsvormen van de adel imiteert en kopieert, heet een snob. Programmamaker Michael Schaap is zo'n snob: hij heeft als kind de juiste regels van de etiquette, taal en omgangsvormen van zijn chique grootmoeder geleerd en beweegt zich schijnbaar moeiteloos tussen mensen van alle standen. De echte adel lijkt een ondoordringbaar bolwerk; men laat niemand van buiten de clan binnen. Zelfs mensen van adellijke afkomst wiens moeder alleen een titel draagt, mogen geen lid worden van adelverenigingen. Of je erbij hoort, is dus puur afhankelijk van je afkomst. Schaap probeert (met o.a. professor Yme Kuyper) te achterhalen wat het werkelijk vermag te zijn om als edelman of vrouw door het leven te gaan. Heeft de adel nog enige functie of intrinsieke waarde, nu en in de toekomst? Zelf vinden de dames en heren der adellijke gremia van wel. Sterker nog: de adel heeft een hoger doel, met hun fatsoen en kwaliteit willen ze een voorbeeldfunctie in de top van de maatschappij vervullen. Maar daarin zijn ze zeker niet uniek. De Nederlandse adel is burgerlijk geworden, tot verdriet van de snob.