artikel uit de volkskrant van 30-10-2004

n.a.v. uitzending Submission

Ik bevraag de islam, een religie zonder zelfreflectie - De kritiek op de islam moet van binnenuit komen, van mensen die zijn opgevoed met de islam, die de moedervlekken zien
Volkskrant 30-10-2004
 
In Zomergasten vertoonde Ayaan Hirsi Ali twee maanden geleden de film Submission Part 1 die zij samen met cineast Theo van Gogh maakte. De film is een aanklacht tegen de positie van de vrouw in de islam. Naast veel instemming waren er vaak heftige reacties, zowel nationaal als internationaal. De gekozen vorm, waarin vrouwenlichamen met koranteksten werden getoond, leidde tot de vraag: kiest Hirsi Ali voor haar doel wel het goede middel? Vandaag, voor het eerst na alle kritiek, haar antwoord.
Mijn ouders hebben mij opgevoed met het idee dat de islam moreel, sociaal en spiritueel de mooiste manier van leven is. Jaren later ontdekte ik dat de schoonheid van de islam ontsierd wordt door lelijke moedervlekken. Deze schoonheidsfouten zijn echter blinde vlekken voor de belijders van de godsdienst van mijn ouders. Zij praten de misstanden in de islam goed door erop te hameren dat het niet aan de godsdienst ligt, maar dat de gelovigen er een potje van maken.
In de islamitische moraal wordt het individu door de sharia en de gemeenschap van gelovigen volledig ondergeschikt gemaakt aan de eisen van Allah. Aan het moslimindividu wordt niets overgelaten: er zijn zelfs regels die hem voorschrijven hoe hij moet zitten, eten, slapen, reizen; met wie hij wel of niet moet verkeren; welke gedachten en gevoelens hij wel en niet mag hebben. Waar Allah en zijn profeet niet aan gedacht hebben, wordt bepaald door de gemeenschap van gelovigen, die varieert van de directe familie tot alle andere moslims in de hele wereld. Zo mag een Marokkaanse moslimman die een biertje neemt waar geen andere Marokkanen aanwezig zijn, gecorrigeerd worden door een willekeurig iemand uit Soedan of Afghanistan, enkel en alleen omdat deze spontane toezichthouder moslim is.
Nergens komt het wegcijferen van de individuele moslim sterker tot uiting dan in de verhouding tussen de seksen. De seksuele moraal van de islam legt een sterke nadruk op kuisheid. Seks is alleen toegestaan binnen het huwelijk. In de praktijk worden vrouwen daardoor sterker beperkt dan mannen. Zo mogen mannen bijvoorbeeld wel trouwen met vier vrouwen, maar niet andersom. De positie van de moslimvrouw is, vergeleken met die van veel nietislamitische vrouwen, ronduit slecht.
Net als anderen, worden ook moslims beïnvloed door de wetenschappelijke vooruitgang. Moslims die dat kunnen betalen, maken volop gebruik van technologische ontwikkelingen als auto's en vliegtuigen. Ze wonen in moderne huizen en bedienen machines en computers. Maar anders dan in het christendom en jodendom is het morele kader van de moslim niet meeveranderd. Elke moslim wordt, net als in de begintijd van de islam, opgevoed met de overtuiging dat alle kennis in de koran staat, dat kritische vragen over de koran niet zijn toegestaan en dat elke moslim (ook in 2004) zoveel mogelijk het leven van de grondlegger van de islam moet nabootsen. In de praktijk lukt het natuurlijk maar weinigen zich precies zo te gedragen als de profeet in de 7de eeuw.
Deze opvoeding heeft ertoe geleid dat de menselijke nieuwsgierigheid bij moslims ernstig wordt ingeperkt. Elke vooruitgang die een individuele moslim boekt, wordt door andere moslims afgewezen als vreemd en in strijd met het geloof. De godsdienst is statisch gebleven.
Mensen die dat ontkennen, werden na 9/11 uitgedaagd door kritische buitenstaanders om één moslim te noemen die een ontdekking heeft gedaan op het gebied van wetenschap en techniek, één moslim die de wereld of de kunst heeft veranderd. Die moslims zijn er niet. In een geloofsgemeenschap van meer dan 1,2 miljard mensen valt niet de kennis, vooruitgang en voorspoed op, maar armoede, geweld en achteruitgang. Om daar verandering in te brengen, is het noodzakelijk de morele kaders te veranderen waarin moslimouders hun kinderen opvoeden.
Het is niet alleen voor het welzijn van de moslims zelf noodzakelijk dat ze kritisch leren kijken naar de islam, maar het is ook urgent voor alle andere wereldbewoners, omdat moslims betrokken zijn bij bijna alle hedendaagse oorlogen in de wereld. De meeste moslims leven in ellende: honger, ziektes, overbevolking, werkloosheid. In hun landen van herkomst zijn moslims het slachtoffer van al dan niet op de sharia gebaseerde onderdrukkende regimes. De meeste moslims hebben geen toegang tot behoorlijk onderwijs en vaak zijn ze analfabeet. Het valt niet langer te ontkennen dat moslims zelf vaak (volstrekt onbedoeld) verantwoordelijk zijn voor deze ellende. Een grondige analyse van de islam en het herzien van een heleboel dogma's in dat geloof, die gelovigen gevangen houden in een cirkel van geweld en armoede, biedt moslims de mogelijkheid af te rekenen met de onderdrukking van het individu en te komen tot een seksuele moraal waarin mannen en vrouwen, hetero's en homo's gelijkwaardig zijn.
Deze kritiek moet van binnenuit komen, dus van mensen die opgevoed zijn met de islam en voor wie de moedervlekken van de eigen cultuur zichtbaar zijn, mensen die wél onderwijs hebben genoten, die wél in contact zijn gekomen met niet-moslims. Die hun individuele geluk hebben nagestreefd en weten hoe zwaar het is de innerlijke drang naar vrijheid te volgen en tegelijkertijd een goede moslim te zijn. Zij die in een vrij land leven en daarom niet acuut voor hun leven hoeven te vrezen wanneer ze hun gedachten publiekelijk uiten. Deze critici van de islam moeten wel bedenken dat een eeuwenoude cultuur die geen zelfreflectie kent, hen niet hartelijk zal verwelkomen. Ze zullen worden gezien als verraders, nestbevuilers en afvalligen.
Hoe moet die zelfreflectie er precies uitzien? Ik denk dat alles geoorloofd is, behalve fysiek en verbaal geweld. Gebruik kan worden gemaakt van woord (romans, non-fictie, poëzie, strips,) beeld (film, cartoons, (schilder)kunst, etc) en geluid.
Het filmpje Submission Part 1 dat ik samen met Theo van Gogh heb gemaakt, past in mijn streven de moraal die centraal stond in mijn opvoeding te bevragen. Mijn doel is niet om moslims om te toveren in atheïsten, maar om de lelijke moedervlekken te laten zien, zoals de slechte behandeling van vrouwen. Ik heb een verband geconstateerd tussen de voorschriften in de koran, dat een ongehoorzame vrouw dient te worden geslagen, de uiteenzetting daarvan in de hadith (overleveringen van de profeet Mohammed) en de praktijk waarin gewelddadige moslimmannen naar de koran verwijzen als ze aangesproken worden op hun gedrag. Slachtoffers van geweld praten het feit dat ze geslagen zijn goed door te verwijzen naar de koran, keren terug naar hun echtgenoot en beloven beterschap in de toekomst.
Veel kritische reacties op het tonen van Submission in Zomergasten, nu twee maanden geleden, juichen het toe dat de onderdrukking van moslimvrouwen bestreden wordt, maar vragen zich af of de door mij gekozen strategie wel constructief is. Zij stellen kritiek op de schaduwzijden van de islam gelijk met doemdenken. Ze verwijten critici van de islam pessimisme en verwijzen naar derdegeneratie-moslims die niet de hele dag doorbrengen in de moskee en waarvan de meisjes een hoofddoek combineren met een naveltruitje. Maar ik ben geen doemdenker. Integendeel. Ik ben een optimist. Kritiek zal de islam humaniseren. Kritiek op de islam betekent niet een afwijzing van de gelovigen, maar alleen van die islamitische opvattingen die, als ze omgezet worden in gedrag, onmenselijke consequenties hebben.
Anderen hebben mij, in reactie op Submission, gewaarschuwd voor het onbedoelde effect van kritiek op de islam: islamofoben zullen dankbaar gebruik maken van mijn kritiek om moslims te discrimineren en de islam in een kwaad daglicht te stellen. Misschien is dat zo, maar het is niet mijn doel om islamofoben in de kaart te spelen, maar juist om met prikkelende teksten en beelden moslims aan te zetten tot het overdenken van hun eigen aandeel in de achterstandspositie waarin ze verkeren. Het risico dat islamofoben of racisten misbruik zullen maken van mijn werk, weerhoudt me niet van het maken van Submission part II. Net zomin als dat een journalist die bij een liberale democratie terecht aandringt op openheid van zaken (Guantánamo Bay) zich niet laat weerhouden door de zorgen van de overheid dat transparantie van beleid misbruikt zou kunnen worden door de vijanden van de vrijheid.
Dan zijn er die zeggen dat een film als Submission als zo kwetsend of pijnlijk wordt ervaren door moslims dat die alleen maar de hakken in het zand zullen zetten. Zulke confronterende methoden zouden averechts werken. Ik moest mijn strategie aanpassen.
Opvallend aan deze groep critici, onder wie ook de PvdA-moslimpolitici Arib en Al-Bayrak, is dat ze geen alternatieve strategie aanbieden waarvan de effectiviteit wél is bewezen. Ze staren zich blind op de pijn die vlotte babbelaars zoals de Nederlandse AEL-bestuurder Nabil Marmouch zeggen te voelen, maar negeren de pijn van de slachtoffers van geweld, die ook nog eens zo gehersenspoeld zijn dat ze zich 'vrijwillig' onderwerpen aan de doctrine die aan hun bedroevende omstandigheden ten grondslag ligt. Deze islamitische 'sociaal-democraten' kijken weg van de moslimvrouw van een jaar of 23 die niet lezen of schrijven kan. Ineengekrompen zit ze in een hoek in het blijf-van-mijn-lijf huis ergens in Nederland. Nog geen drie jaar geleden is ze van de ene op de andere dag weggerukt uit haar familie op het platteland van een moslimland. Ze werd gehuisvest in een flat in een achterstandswijk ergens in een grote stad met een voor haar vreemde man met wie ze moest trouwen. Toen deze echtgenoot haar regelmatig sloeg, is ze door de politie naar de vrouwenopvang gebracht. In het vrouwenhuis zit deze vrouw in een hoekje en kijkt ze toe hoe haar gestresste baby rondkruipt. Ze reageert nauwelijks op de geërgerde blikken van haar huisgenoten en de aanmaningen van hulpverleners om op haar kind te letten. Deze vrouw is niet alleen dakloos, maar kan ook niet meer terug naar haar familie in haar geboorteland want ze is nu van haar man. Op de moeizame gesprekken over haar toekomst en die van haar kind, die via een tolk verlopen, zegt ze dat ze op Allah vertrouwt. 'Door Allah ben ik in deze omstandigheden gekomen en als ik geduldig ben zal hij mij uit deze ellende redden. Ik hoef hem enkel te gehoorzamen.' In Submission probeer ik te laten zien hoe dat onderwerpen aan Allah eraan toegaat.
Een andere variant op de 'moslims-niet-kwetsen-strategie' is dat moslims sinds 9/11 onder zware druk staan. Ze voelen zich in een hoek gezet. Ze worden aangesproken op daden van mensen die zich moslim noemen en die in verre landen nare dingen uitspoken. Kritiek op de positie van moslimvrouwen is op zichzelf goed, maar mijn timing zou slecht zijn. Dit betoog is onjuist. Moslims in Nederland worden helemaal niet in de hoek gezet. Zij genieten hier volop van de vrijheid van godsdienst en van de ongekende welvaart van de westerse seculiere staat. Trouwens: zolang de moslims het hier niet voor het zeggen hebben, zullen zij zich permanent gekwetst voelen.
De reacties van veel moslims op mensen die hen de lelijke moedervlekken van de islam voorhouden, is heftig negatief. Als ze niet dreigen met fysiek geweld, dan vervallen ze tot verbaal geweld. Bij Submission was het niet anders. Officiële woordvoerders van enkele moslimorganisaties in Nederland (waarvan niemand weet wie ze precies vertegenwoordigen), zoals Mohamed Sini van Islam en Burgerschap, hebben dit over het filmpje gezegd: 'Hirsi Ali schiet met het maken van dit filmje haar doel voorbij. Op zichzelf is het goed om te praten over de positie van vrouwen in de islam. Maar dit is voor vrome mensen een enorme schok en een hoop mensen zullen meteen in de verdediging schieten. Het debat in Nederland wordt erdoor verziekt. Het zou juist goed zijn om weer terug te keren naar normale verhoudingen. Ik weet niet wat haar motieven zijn geweest, maar ik beschouw het als pure provocatie.'
Nabil Marmouch van de Nederlandse tak van de AEL zegt: 'De discussie over de positie van de islam wordt verziekt door de provocatie van Hirsi Ali. Van Theo van Gogh kun je dit verwachten. Die denkt nooit constructief. Maar zij is een volksvertegenwoordigster. Ik snap niet wat haar bezielt om de miljoen moslims in Nederland te beledigen'. Marmouch zegt dat er excessen daargelaten, niet zoveel mis is met de positie van vrouwen in de islamitische wereld. 'Nederlanders die iets meer daarover willen weten, moeten niet alleen afgaan op Hirsi Ali. Zij projecteert haar eigen bizarre ervaringen op de gehele groep.'
Deze reacties zijn vooral erg voorspelbaar. Het maakt niet uit of degene die iets zegt over Submission het wel of niet heeft gezien. Het maakt niet uit of het een filmpje, een stuk tekst of een andere vorm van kritiek op de islam is geweest. Allen ontkennen de grootste smet op de islam, namelijk de manier waarop vrouwen worden gezien en behandeld. De leiders van de moslimorganisaties waarschuwen dat moslims de beelden van vrouwen met koranteksten niet zullen pikken. Wat moslimorganisaties en moslims al eeuwen rustig pikken, is het daadwerkelijk toepassen van de teksten op de lichamen van de actrices van Submission. De zweepslagen op het lijf van 'onzedige' vrouwen, de systematische mishandeling van 'ongehoorzame' vrouwen, de verkrachting in het huwelijk van door Allah beschikbaar gestelde vrouwen en het uitstoten dan wel vermoorden van meisjes en vrouwen die slachtoffer zijn van incest om de 'eer' van de familie te zuiveren.
De vertegenwoordigers van de moslimorganisaties negeren niet alleen de boodschap van Submission, maar ook het feit dat grote groepen moslimvrouwen bivakkeren in blijf-van-mijn-lijf huizen. Dat veel moslimvrouwen door echtgenoten gedumpt worden in het land van herkomst zonder geld en met de zorg voor kinderen. De aantallen gevallen van eerwraak worden, onder druk van vertegenwoordigers van moslimorganisaties, niet geregistreerd door justitie, omdat hun aanhang zich weleens gekwetst zou kunnen voelen. De Riaggs en andere centra voor geestelijke zorg weten, zoals de psychiater Carla Rus heeft geschreven (Forum, 17 september) dat veel moslimmeisjes slachtoffer worden van incest en gedwongen huwelijken, en dat ze door hun vaders vervoerd worden naar het land van herkomst om daar te worden vermoord. De verborgen agenda van de conservatieve woordvoerders van moslimorganisaties is dezelfde als die van de moslimscholen: Nederlandse moslims de vrije hand geven over moslimmeisjes en -vrouwen. Deze georganiseerde vrouwenvijanden onderschrijven de stille consensus die ook in islamitische landen geldt. Dat is dat het aan de familie zelf is hoe ze om wil gaan met haar meisjes en vrouwen. Als het gedrag van meisjes en vrouwen ook maar in de verte de eer van de familie ter discussie stelt, dan mogen vaders, broers of andere mannen zelf weten wat ze met haar doen. De koranteksten dienen niet alleen als rechtvaardiging van het geweld tegen vrouwen, maar ook om het geweten van de dader en de passieve toekijkers te sussen. Door de heilige geschriften boven kritiek te verheffen, slagen de woordvoerders van de moslimorganisaties zowel in Nederland als daarbuiten erin de geest en praktijk van vrouwenonderdrukking in stand te houden.
De kern van de zaak is dat de meeste moslimmannen de manier waarop ze vrouwen behandelen niet zien als 'onderdrukking', 'mishandeling' of 'moord', maar beschouwen als een rechtvaardig antwoord op het gedrag van die vrouwen. De moslimvrouw weet wat hoort en niet hoort. Als zij ervoor kiest zich te gedragen op een manier die niet overeenkomstig de voorschriften is, dan volgt straf. De woorden van Marmouch dat 'er excessen daargelaten, niet zoveel mis is met de positie van vrouwen in de islamitische wereld' zijn hier veelbetekenend.
Ik heb ook reacties van moslims gekregen die vinden dat ik te veel aandacht vraag voor de negatieve kanten van de islam. Zij vragen zich af waarom ik me niet druk maak om de intolerantie in het jodendom en christendom. Hun conclusie luidt: het gaat je niet om de verbetering van de positie van de vrouw, maar om de islam in een kwaad daglicht te stellen.
Inderdaad staan er ook in de bijbel en talmoed vrouwonvriendelijke teksten. Het is een feit dat in Nederland (en elders in de wereld) christelijke gemeenschappen wonen die die heilige teksten net zo letterlijk nemen als menige moslim. Ook zij houden er een seksuele moraal op na die als twee druppels water lijkt op die van sharia-land Saudi-Arabië. Ook deze groep behandelt vrouwen slecht, wijst elke vooruitgang af en is intolerant tegen homo's.
Maar het is jammer dat deze moslimcritici hun vergelijkend onderzoek niet doorzetten. Want dan zouden ze erachter komen dat de omvang van de letterknechten in de joodse en christelijke wereld vele malen kleiner is dan in de islamitische wereld. De christelijke en joodse god is getemd en verjaagd naar het particuliere geweten van de aanhanger. Tegenwoordig wordt hij 'liefde' of 'iets' genoemd en zijn aanhangers hebben de hel afgeschaft. De gemeenschap van christelijke en joodse gelovigen heeft haar grip op het individu verloren. De priesters, dominees en rabbijnen hebben dit niet vrijwillig gedaan. De gewetensvrijheid van het individu, de zoektocht naar kennis en het naar de hand zetten van de natuur is zwaar bevochten. Een strijd die begon met woorden.
De meeste vrouwen geboren in van oorsprong joods-christelijke landen kunnen rustig alleen op straat lopen, genieten net zoveel onderwijs als mannen, plukken de vruchten van hun arbeid, kiezen zelf met wie ze hun leven delen en bepalen zelf hun seksuele leven, of ze kinderen krijgen en hoeveel. De meeste vrouwen van joodse of christelijke huize reizen de wereld rond, kopen een eigen huis en hebben andere bezittingen. Dit geldt niet voor allemaal, maar wel voor de meerderheid. Maar het geldt slechts voor een zeer kleine minderheid van de vrouwen die zijn geboren in een moslimgezin.
Joodse en christelijke mannen en vrouwen hebben dit bereikt door hun heilige geschriften te bekritiseren, ermee te spotten, te laten zien dat veel teksten in de bijbel en talmoed niet deugen. De teksten zijn bewaard gebleven maar het denken over de verhouding tussen de seksen is vooruit gegaan. Toen joodse en christelijke mensen het beeld ontdekten, hebben ze ook dat gebruikt om hun geloof en cultuur tegen het licht te houden. Altijd weer zeiden degenen die belang hadden bij de oude situatie dat de teksten, beelden en gedragingen van de critici 'kwetsend', 'zondig', en 'radicaal' waren. Lange tijd heeft de kerk ervoor gepleit dat de gelovigen de critici zouden negeren. Net zoals moslimorganisaties dat nu zeggen over mijn film.
In de geschiedenis van de joodse en christelijke zoektocht naar verlichting door zelfreflectie zijn er vast ook wel mensen geweest die zeiden dat de strategie van het ontleden van heilige teksten, om te laten zien hoe belachelijk, wreed of onrechtvaardig die zijn, averechts werkte. Ik heb mijn strategie afgekeken van de joodschristelijke kritiek op het op geloof gebaseerde absolutisme. Submission part 1 moet in dat licht gezien worden. Hoe effectief de door mij gekozen strategie is, weet iedereen die de geschiedenis van de westerse religiekritiek kent.
Ayaan Hirsi Ali is Tweede Kamerlid voor de VVD en auteur van De zoontjesfabriek (2002) en De maagdenkooi (2004).
Bron: DigiDoc Copyright: Volkskrant

(Foto: Merlijn Doomernik)