Al Gore over An Inconvenient Truth 2

Er is hoop

, Gerhard Busch

Elf jaar na de documentaire An Inconvenient Truth zijn veel klimaatvoorspellingen van Al Gore al uitgekomen. VPRO Cinema sprak Gore op het filmfestival in Cannes, waar het vervolg – An Inconvenient Truth 2 – werd vertoond.

Al Gore op het Filmfestival van Cannes

Nadat oud-vicepresident Al Gore in 2000 de race om het presidentschap nipt verliest van George W. Bush houdt hij de politiek voor gezien en besluit hij de wereld op een andere manier te gaan redden: door het geven van lezingen over de mogelijk desastreuze gevolgen van het broeikaseffect. Onvermoeibaar, zaal na zaal, waarschuwt Gore zijn publiek dat door de uitstoot van co2 de aarde opwarmt, het klimaat verandert en ecologische rampen zullen ontstaan.

Tijdens een paneldiscussie met Gore in 2004 krijgt filmproducent Laurie David tien minuten uit diens lezing te zien. Ze is zo onder de indruk van de boodschap en van de heldere en inzichtelijke manier waarop Gore die boodschap verkondigt dat ze een documentaire over zijn lezing wil laten maken. Beoogd regisseur is Davis Guggenheim. Die heeft aanvankelijk weinig zin om Gores ‘veredelde diavoorstelling’ te verfilmen, tot hij zelf zo’n lezing bijwoont en van zijn sokken geblazen wordt. Later zou hij daarover zeggen: ‘Na anderhalf uur zag ik het broeikaseffect als het belangrijkste onderwerp op aarde. Ik had geen idee hoe de film eruit moest gaan zien, maar ik wilde het wel proberen.’

Het resultaat, An Inconvenient Truth (2006), is zonder overdrijven een van de belangrijkste documentaires ooit gemaakt (zie kader onderaan de pagina). De film is in essentie niet meer dan een weergave van Gores ‘veredelde diavoorstelling’, maar raakt wereldwijd een zenuw en eindelijk, na jaren van waarschuwingen uit wetenschappelijke hoek, neemt ook het grote publiek de gevaren serieus. Even is er de hoop dat de in de documentaire voorspelde rampen door eensgezinde acties afgewend kunnen worden. Maar de wereld is niet eensgezind en elf jaar na de film blijken veel van de voorspellingen al uit te komen. Zoals we kunnen zien in An Inconvenient Sequel: Truth to Power (in Nederland uitgebracht als An Inconvenient Truth 2), het vervolg op An Inconvenient Truth.

Een van die voorspellingen was dat het National September 11 Memorial & Museum in Manhattan door waterstijging en het toenemende aantal stormen onder water zou komen te staan. Ontkenners van het broeikaseffect noemden die voorspelling overdreven en bangmakerij, maar in 2012, toen New York geteisterd werd door orkaan Sandy, gebeurde precies dat. In de
documentaire zien we hoe Gore, die nooit gestopt is met het geven van de lezingen, zijn publiek daar tijdens een van die lezingen fijntjes op wijst. Niet zelfvoldaan, want zo is Gore niet.

Afgelopen mei werd An Inconvenient Sequel: Truth to Power op het filmfestival van Cannes vertoond en de Amerikaanse oud-vicepresident was zelf aanwezig om de film kracht bij te zetten. Voor ons interview begint, vraag ik de 69-jarige Gore of hij graag op een bepaalde manier wil worden aangesproken. Oud-presidenten worden in de VS namelijk tot aan hun dood aangesproken met Mr. President, en wellicht verwacht Gore iets als Mr. Vice President. Maar voor Gore is dat allemaal niet nodig: ‘You can call me Al.’

‘We zitten midden in de duurzaamheidsrevolutie, die de kracht heeft van de industriële revolutie en de snelheid van de digitale’

Al Gore

Gore in An Inconvenient Sequel: Truth to Power

In de film oogt u ouder en wijzer, maar ook wat bozer dan in An Inconvenient Truth. Klopt dat?
Gore: ‘Ja, want de veranderingen gaan me lang niet snel genoeg. Maar tegelijkertijd ben ik nu hoopvoller dan toen. Natuurlijk, de klimaatcrisis is op sommige punten erger dan destijds voorspeld, maar elf jaar later kunnen we nieuwe elementen aan de discussie toevoegen… oplossingen. Zonne- en windenergie zijn betaalbaar geworden en kunnen dus op grote schaal worden ingezet. En dat geeft me hoop. Maar we moeten wel nú in actie komen. Iedereen moet zijn persoonlijke verantwoordelijkheid nemen en druk uitoefenen op politieke leiders.’

Sommige van die politieke leiders ontkennen de klimaatcrisis. Zal deze film hen bereiken?
‘Ik hoop het. De film laat goed zien hoe politieke overtuigingen naar de achtergrond verdwijnen als het gaat om de toekomst van de wereld. Je ziet me bijvoorbeeld praten met een Republikeinse burgemeester van een heel behoudend dorpje in Texas. Die heeft eerst goed gekeken naar duurzame energie en wat dat zijn bewoners op de lange duur allemaal zal opleveren. Daarna is hij volledig overgestapt. We zitten nu midden in de duurzaamheidsrevolutie, die de kracht heeft van de industriële revolutie en de snelheid van de digitale revolutie. Deze revolutie zal enorme veranderingen tot gevolg hebben. Zeker nu duurzame energie goedkoper wordt dan fossiele brandstoffen.’

Toch staan nog lang niet alle lichten op groen. Wat ons brengt bij president Trump. In de film noemt u zijn verkiezing ‘een klap in het gezicht’.
‘Ook Donald Trump kan de klimaatbeweging niet stoppen. We hebben in Amerika drie bestuurslagen. De rechters hebben al verschillende van zijn initiatieven teruggefloten en ook het congres blokkeert hem regelmatig. Ik hoop natuurlijk wel dat Trump zich aan het Parijse klimaatakkoord zal houden. [Inmiddels, een half jaar na ons gesprek in Cannes, blijkt dat dit ijdele hoop was, GB]

Praten u en Trump met elkaar?
‘Ja.’

En luistert hij naar u?
‘Hij laat me mijn standpunten bepleiten. Daarin beperk ik me bewust tot één onderwerp: het akkoord van Parijs. En waarom het voor ons beter is als we ons aan dat akkoord houden. Tegen al zijn andere plannen is sowieso al fel verzet. Daar hebben ze mij niet bij nodig. En misschien hebben we ook Trump niet eens nodig. Sommige staten in de vs, zoals New York en Californië, schakelen al sneller over op duurzame energie dan is overeengekomen in het klimaatakkoord van Parijs. En ook grote bedrijven nemen steeds vaker het voortouw en stappen volledig over op duurzame energie. Dat is allemaal goed en wel, maar voor mij staat altijd het individu centraal. Daarom is de conclusie van de film ook hoopvol en erop gericht mensen ertoe aan te zetten om zelf actie te ondernemen.’

Door uw tegenstanders wordt u vaak eco-evangelist genoemd. Wat alleen al unfair is, omdat God geen wetenschappelijk feit is en het broeikaseffect wel. Verder werd An Inconvenient Truth al eens vergeleken met Mein Kampf en wordt u in deze film door iemand zelfs Josef Goebbels genoemd. Wat vindt u daarvan?
(lacht) ‘Vaak vallen mensen die een boodschap niet leuk vinden de boodschapper aan. Dat zie je telkens weer. Kijk maar naar de grote morele kwesties uit de wereldgeschiedenis, zoals de afschaffing van de slavernij, de vrouwenemancipatie, en onlangs nog de homobeweging. Iedereen die zich uitspreekt tegen de status quo ondervindt weerstand, wordt gedemoniseerd en uitgescholden. Maar Nelson Mandela zei ooit: “Iets lijkt altijd onmogelijk tot het is gedaan.” Als uiteindelijk de vraag op tafel komt wat goed of fout is, dan is de keuze vaak opvallend simpel. Zeker voor de jeugd, die niet is opgegroeid met de vooroordelen waar hun ouders mee te maken hadden. Wanneer dat gebeurt ontstaat er een politiek kantelpunt en is de status quo niet langer onwrikbaar. Wat betreft de klimaatcrisis zijn we nu vlak bij dat kantelpunt.’

De nalatenschap van 'An Inconveniant Truth'

In Amerika bracht de bioscooprelease 24 miljoen dollar op. Wereldwijd werd daar nog eens 26 miljoen aan toegevoegd, waarmee de film in de top tien van commercieel succesvolste documentaires terechtkwam.

In 2007 won An Inconvenient Truth als eerste documentaire in de filmgeschiedenis twee Oscars: voor Beste documentaire en voor Beste song (‘I Need to Wake up’ van Melissa Etheridge). Ongetwijfeld als gevolg van het wereldwijde succes van de documentaire kreeg Al Gore, samen met het Intergovernmental Panel on Climate Change, in 2007 de Nobelprijs voor de Vrede.

Na de film werd klimaatwetenschappers overal ter wereld gevraagd of ze de in de film gemaakte claims konden onderschrijven. Ruim 97 procent antwoordde bevestigend. Opvallend genoeg is die overgrote meerderheid niet terug te vinden in de talloze talkshows en paneldiscussies die sindsdien aan het onderwerp zijn gewijd. Want daarin werd vrijwel altijd één voor- en één tegenstander uitgenodigd. Wat – gezien die 97 procent – een nogal valse balans is.

Die valse balans maakt het er voor de gemiddelde Amerikaan niet makkelijker op. In een grootscheepse, door universiteit Yale in 2016 gehouden enquête bleek dat iets meer dan de helft van alle Amerikanen (53 procent) inmiddels overtuigd is van het feit dat de opwarming van de aarde te wijten is aan menselijk handelen. Vijftien procent weet het niet of heeft geen mening, en nog steeds gelooft ruim dertig procent (32 om precies te zijn) dat het een natuurlijke oorzaak heeft. Een van hen is Donald Trump.