Loving Vincent: olieverf op celluloid

Interview met regisseurs Dorota Kobiela en Hugh Welchman

, Gerhard Busch

Er zijn al eerder films gemaakt over de gekwelde Nederlandse kunstschilder Vincent van Gogh, maar nog nooit een zoals Loving Vincent.

Armand Roulin in Loving Vincent

Loving Vincent is de eerste compleet geschilderde speelfilm. Bijna 65.000 frames, geschilderd door 125 kunstenaars. Uiteindelijk duiken meer dan 130 van 's mans schilderijen op in de film.

Indrukwekkend allemaal, maar niet meer dan een gimmick wanneer de film niet goed is. Gelukkig is Loving Vincent wel goed. Op verschillende festivals door het publiek al uitgeroepen tot beste film.

In Loving Vincent volgen we Armand Roulin, zoon van postbode Joseph (die met die enorme baard). Het is één jaar na de dood van Van Gogh. Armand krijgt van zijn vader de laatste brief die Vincent schreef aan broer Theo. En zo begint Armands reis, waarop hij niet alleen veel over Vincent zal leren, maar ook over zichzelf.

Regisseurs van Loving Vincent zijn de Poolse Dorota Kobiela (38 jaar) en haar Britse levenspartner Hugh Welchman (42), die begin oktober even in Nederland zijn.

Waarom kijken we naar Vincent door de ogen van Armand?
Hugh: 'Drie redenen. Hij staat op een heel mooi schilderij van Vincent, waarop hij nogal argwanend kijkt. Bijna als een boze tiener. Dat argwanende kwam ons goed uit, want Armand krijgt onderweg verschillende theorieën te horen over hoe Vincent aan zijn eind is gekomen, en moest daar met de nodige scepsis tegenover staan. Verder is er maar weinig bekend over Armand, wat ons veel vrijheid bood. En reden drie is dat hij toen hij door Vincent geschilderd werd leerling-smid was en uiteindelijk politie-inspecteur is geworden. Ons idee was dat hij door zijn onderzoek naar de duistere omstandigheden rond Vincents dood zijn eerste stappen op het politievlak heeft gezet.'

Treedt Armand zo niet te veel op de voorgrond?
Hugh: 'Welnee. Zijn zoektocht voert ons langs Vincents schilderijen. En die schilderijen vertellen Vincents verhaal. Vincent zei ooit: "Ik kan alleen maar spreken door mijn schilderije." Dat is wat wij in de film doen.'

Waarom eigenlijk Vincent van Gogh?
Dorota: 'Hij lag voor de hand, omdat ik een band met hem heb. Ik las zijn brieven aan Theo al toen ik vijftien was en heb ze verschillende keren herlezen. Zijn werk en brieven bieden me troost. Ik ben opgeleid tot kunstschilder en op de kunstacademie heb ik ooit een werkstuk gemaakt over grote kunstenaars en geestesziekten. Vroege fascinaties blijven altijd bij je.'

Hugh: 'En er was nog een voordeel van Vincent. Hij schilderde zijn eigen leven. Stel, je kiest Caravaggio. Dan heb je wel veel verschillende schilderijen met Johannes de Doper, maar verder weinig over Caravaggio’s eigen leven. Vincent schilderde álles om zich heen. Zijn schoenen, zijn slaapkamer, het uitzicht uit zijn slaapkamer, zijn postbode… Al die doeken bieden een heel persoonlijke kijk op zijn leven. En dat was ook precies wat hij wilde: in zijn schilderijen zocht hij persoonlijk contact met zijn publiek. Daarom was het ook zo belangrijk om de man door zijn schilderijen te laten zien.'

Waarom werkten jullie met 125 verschillende kunstenaars?
Dorota: 'Aanvankelijk zou de film maar zeven minuten duren en zou ik alles zelf schilderen. Dat zou me, had ik berekend, een jaar, hooguit anderhalf jaar kosten. Maar toen ik een jaar of zes geleden Hugh leerde kennen, kwam hij met het idee om er een hele speelfilm van te maken. Uiteindelijk heb ik maar één doek geschilderd…'

Hugh: 'Ze regisseerde de andere schilders tussen acht uur ’s ochtends en zes uur ’s avonds, en begon dan om half zeven zelf te schilderen. Dat is natuurlijk gekkenwerk en ze hield het nog geen maand vol.'

Dorota: 'Misschien schilderde ik het niet zelf, maar ik heb wel elk frame bekeken en goedgekeurd.'

Waarom zoveel verschillende kunstenaars?
Hugh: 'Ons eerste plan was veertig schilders in twee jaar. Maar vanwege financiële problemen werden dat er maar twintig. Toen het geld er ineens wel was en we de oorspronkelijke deadline toch nog konden halen, hadden we op korte termijn heel veel kunstenaars nodig. Dat lukte wonderwel. Op een oproep via internet, waarbij we al een trailer konden laten zien van wat de bedoeling was, kregen we meer dan 5000 reacties. Ze kwamen uit de hele wereld om auditie te doen.'

Heeft het maken van de film jullie persoonlijk veranderd?
Hugh: ‘Voor mij was het een grote verandering, want ik wist niet veel van Vincent. Hij heeft me veel vertrouwen gegeven in mijn leven en keuzes. Ik maak films sinds mijn 34ste. Lang heb ik gedacht dat dit geen echt werk is. Dat kunst een luxe is en er eigenlijk niet toe doet. Door Vincents leven te bestuderen ontdekte ik hoeveel invloed zijn werk op mensen heeft gehad. Dat kunst, net als muziek, heel dicht bij de mensen staat en veel belangrijker is in ons leven dan ik altijd had gedacht. Kunst bestaat dan ook veel langer dan bijvoorbeeld de advocatuur of bankieren. Door Vincent denk ik nu wezenlijk anders over mijn werk en wat ik allemaal nog ga doen.’

Dorota: (lachend) ‘Je stal mijn antwoord!’