Lynne Ramsay over You Were Never Really Here

Meedogenloos en kwetsbaar

, Gerhard Busch

Huurmoordenaar Joe uit de psychologische thriller You Were Never Really Here is een beschadigde held. Regisseur Lynne Ramsay: 'In de meeste films zijn helden van het type James Bond. Gespierd en supermooi. Maar onze Joe is gebroken, en toch heel stoer.'

Joaquin Phoenix in You Were Never Really Here

Zeven jaar na We Need to Talk About Kevin is er eindelijk een nieuwe film van de Schotse regisseur Lynne Ramsay (1969). En wat voor een! You Were Never Really Here is de heftigste film die u dit jaar zult zien (en let wel, het jaar is amper goed en wel begonnen).

De bonkige, bebaarde Joe is een soort huurmoordenaar, gespecialiseerd in het terugvinden van weggelopen rijkeluiskinderen die in de seksindustrie zijn terechtgekomen. Joe’s favoriete wapen is een hamer, waarmee hij in de film flink om zich heen slaat.

Dit alles klinkt als de plot van een brute actiefilm zoals er veel gemaakt zijn, maar niet in handen van Ramsay en niet met Joaquin Phoenix in de hoofdrol. Bij hen werd You Were Never Really Here een weliswaar bloederige en meedogenloze film, maar ook een poëtisch verhaal over een getraumatiseerde ziel, die wanhopig op zoek is naar verlossing. Ik sprak Ramsay op het afgelopen festival van Cannes, waar You Were Never Really Here in première ging.

Wow, wat een meedogenloze en donkere film. Waarom wilde u die maken?
Ramsay: ‘De film is gebaseerd op een novelle uit 2013 van Jonathan Ames, die ik destijds in een ruk heb uitgelezen. Dat boekje is geschreven als een hard-boiled detective en ik ben gek op die uitgebeende stijl. Mijn ouders waren filmgek en bij ons thuis keken we vroeger vaak naar films als Touch of Evil, The Postman Always Rings Twice en Mildred Pierce. Je weet wel, film noir. Toen ik dat boekje las, dacht ik, misschien moet ik ook maar eens een film noir maken.’

Dan is dit de 21ste-eeuwse versie van film noir, want hij is wel heel noir…
‘Hij is inderdaad behoorlijk heftig. Maar dat is ook de verdienste van Joaquin, die echt iets aan zijn personage heeft toegevoegd. Hij maakte Joe rijker en dieper. Joaquin is eigenlijk net zozeer de regisseur van deze film als ik.’

Heeft u daar voorbeelden van?
‘Voor de opnamen begonnen hebben we veel gepraat over Joe. Over de littekens uit zijn jeugd. De echte en de figuurlijke. Over zijn relatie met zijn oude moeder, die hij verzorgt. En over alles wat bullshit was in het scenario. Ook al had ik dat scenario zelf geschreven. Haha.’

'Joaquin is eigenlijk net zozeer de regisseur van deze film als ik.'

Lynne Ramsay

Wat sprak jullie zo aan in Joe?
‘Dat hij een beschadigde held is. Iemand met fouten. In de meeste films zijn de helden van het type James Bond. Gespierd en supermooi. Maar onze Joe is gebroken, en toch heel stoer.’

Tijdens de vertoning van de film schreef ik op dat Joe zo’n prachtige man was om naar te kijken, en zoiets schrijf ik eigenlijk nooit op. Maar zijn gezicht is zo eerlijk, zo open…
‘Ja hè! Ik werd ook helemaal verliefd op hem. Ook al ben ik gelukkig getrouwd. Maar hij is zo mooi. Niet op een klassieke manier, maar op een heel rauwe en kwetsbare manier. En hij heeft natuurlijk de mooiste ogen ooit.’

Kon u op de set zien dat hij naar heel donkere plekken moest voor zijn rol?
‘O ja. Weet je, de zomers in New York kunnen heel heet zijn. Het zweet dat je in de film ziet is dan ook allemaal echt. Het was kokendheet. Joaquin had vaak het gevoel dat-ie flauw zou vallen, en dat gecombineerd met die intense rol... Het was eigenlijk een idiote mix, maar dat paste wel goed bij het verhaal van de film.’

Hoe meedogenloos de film ook is, er zit ook humor in. Was dat noodzakelijk?
‘Absoluut. Want ik wilde niet dat deze film maar één toon had. Gelukkig is Joaquin een heel grappige man en kom ik zelf uit Glasgow, waar de humor op zijn zwartst is. En je zou het misschien niet denken, maar we hadden een heel gezellige tijd op de set. We maakten de hele tijd grapjes. Die humor hadden we nodig om even los te komen van al die gekte.’

De snoeiharde muziek in de film is een personage op zich. Wat zocht u?
‘Die muziek is van Jonny Greenwood, met wie ik ook al had gewerkt voor We Need to Talk About Kevin. Ik had hem gevraagd naar iets als John Carpenter die knalt op Aphex Twin, PJ Harvey en Jonny’s eigen band, Radiohead.’

Het is bijna geen muziek meer, maar een soundscape.
‘Dat is omdat ik geluiden in films heel belangrijk vind. Ze staan daarom al vaak in mijn scenario’s. Bij Kevin was dat het geluid van een sproeier. In deze film wilde ik percussiegeluiden horen. Alsof het Joe’s hartslagen zijn. En die snerpende gitaargeluiden zijn piepende metrotreinen. Wat dan weer staat voor de gekte van New York.’