Het prestigieuze filmfestival van Cannes werd onlangs afgeblazen. Begrijpelijk, want een festival oude stijl kan nu even niet. Maar wat kan er wel?

Denkend aan Cannes, zie ik filmauteurs en Hollywoodsterren poseren op de rode loper. Nou, dat is dit jaar mooi niet het geval. De 73ste editie, die zou plaatsvinden tussen 12 en 23 mei, is afgelast. Dat wil zeggen, de leiding houdt de deur nog op een kier voor een doorstart later in het jaar, maar heeft al wel laten weten dat een editie in de ‘gebruikelijke vorm’ er dit jaar niet in zit.

Wat is eigenlijk gebruikelijk in Cannes? Om te beginnen lange rijen wachtenden. Uren voor een film begint melden sommige journalisten zich bij grote titels al voor de bioscoop, om er zeker van te zijn dat ze binnen zullen komen wanneer de deuren opengaan. Sta je wat hoger in de rangorde, zoals de VPRO, dan is een halfuur ook genoeg. 

Gaan die deuren eindelijk open, dan dringt iedereen – na het controleren van de tas door de beveiliging – zo snel mogelijk naar binnen om een plekje te bemachtigen. 

 ‘We moesten andersom denken: hoe bereik je zo veel mogelijk mensen zonder ze allemaal op één plek te verzamelen?’

NFF directeur Doreen Boonekamp

Na de voorstelling sta je weer in de rij, maar nu voor de persconferentie die aansluitend aan de film wordt gehouden. Vervolgens zit je – tussen collega’s uit de hele wereld – te wachten op de sterren. Hebben die eenmaal plaatsgenomen aan de grote, langwerpige tafel, dan rent de helft van de collega’s naar voren om foto’s van hen te nemen. Voor de website of het plakboek, neem ik aan.

Na de persconferentie ga je lunchen op een overvol terras, naar een van de interviews die je die dag gaat doen, of in de rij staan voor de volgende film. Dit klinkt allemaal misschien niet erg aantrekkelijk, maar het is juist deze hectiek die Cannes zo onweerstaanbaar maakt.

Waarom dit kijkje achter de schermen? Om duidelijk te maken hoe onmogelijk deze situatie is in een anderhalvemetersamenleving. Zo veel mensen bij elkaar is immers de natte droom van elk virus. En zolang er geen vaccin is tegen covid-19 is een festival in de ‘gebruikelijke vorm’ in Cannes ondenkbaar.

Scenario’s

En niet alleen in Cannes. Het virus besmet alle festivals, waar ook ter wereld. En dus wordt er nagedacht over festivals nieuwe stijl. VPRO Cinema belde met zowel Doreen Boonekamp van het Nederlands Film Festival (NFF) als Vanja Kaludjercic van International Film Festival Rotterdam (IFFR) en vroeg hoe zo’n festival eruit zou kunnen zien.

Het eerste festival op de kalender is de veertigste editie van het NFF, eind september in Utrecht. Ad-interimdirecteur Doreen Boonekamp: ‘We waren tot de lockdowns gewoon nog aan het werk alsof we een normaal festival aan het voorbereiden waren. Waarbij je, zoals altijd, probeert om zo veel mogelijk mensen bij elkaar te brengen, omdat je de interactie met je publiek zoekt. Toen duidelijk werd dat dat er dit jaar niet in zat, moesten we ineens andersom gaan denken: hoe bereik je zo veel mogelijk mensen zonder dat je ze allemaal op één plek verzamelt? En dan zijn er verschillende scenario’s. Het scenario voor een regulier festival heb je al liggen, want daar waren we mee aan het werk. Vervolgens kijk je ook naar een meer hybride versie. Dus een deel op locatie en een deel online. En dan heb je nog een derde scenario, waarbij niets op locatie mag en de editie dus volledig online moet plaatsvinden. 

Om dan toch een zo groot mogelijk publiek te bereiken zoekt Boonekamp de samenwerking met bioscopen en filmtheaters uit heel Nederland. ‘Zodat we tijdens het NFF bioscoopfilms die in première gaan niet alleen in Utrecht, maar simultaan in het hele land kunnen laten zien.’

‘Onderdeel van de festivalervaring is dat we samen naar films kunnen kijken, en dan niet op anderhalve meter afstand van elkaar’

Vanja Kaludjercic

Slap aftreksel

IFFR, Nederlands grootste internationale filmfestival, begint pas eind januari 2021 en kan dus leren van de ervaringen die in Utrecht worden opgedaan. En niet alleen van die in Utrecht. ‘We praten met veel festivals op het moment,’ vertelt de kersverse directeur Vanja Kaludjercic. ‘Nationaal kijken we met NFF, Cinekid en IDFA naar mogelijke oplossingen. IFFR is de laatste in de rij en het is voor ons natuurlijk heel interessant om te zien wat bij hun wel en niet werkt.’

Internationaal is IFFR onder meer betrokken bij We Are One, dat van 29 mei tot en met 7 juni op YouTube te zien is. Op dat onlinefestival laten twintig grote internationale filmfestivals – naast IFFR ook de zwaargewichten Cannes, Venetië, Toronto en Sundance – een deel van hun selectie zien. Een sympathiek initiatief, maar toch voelt zo’n onlinefestival als een slap aftreksel van de fysieke festivals van voor de crisis. Voor Kaludjercic is zoiets dan ook niet de oplossing. ‘Het is meer om te laten zien dat we de handen ineenslaan. Het is een blijk van onze eenheid en solidariteit.’ 

Hoe je als festival nieuwe stijl toch een festival blijft, weet Kaludjercic nog niet. ‘Dat is onze grootste uitdaging nu. IFFR is nog ver weg, maar onderdeel van de festivalervaring is dat we samen naar films kunnen kijken en die achteraf kunnen bespreken. En dan niet op anderhalve meter afstand van elkaar.’

De editie van IFFR in 2021 is niet alleen de eerste keer dat Kaludjercic het festival zal leiden, het is ook nog eens de vijftigste editie. ‘Toen ik aantrad dacht ik dat mijn grootste uitdaging zou worden om een festival samen te stellen dat niet alleen terugkeek op ons roemruchte verleden, maar ook iets zou zeggen over onze toekomst. In mijn wildste dromen had ik niet kunnen bevroeden dat er een heel andere uitdaging aan zat te komen. Maar juist als het gaat over die toekomst, over hoe we mensen kunnen samenbrengen en deelgenoot maken van eigenzinnig en briljant werk, hebben we nu de kans om met verrassende, nieuwe oplossingen te komen. We moeten wel. Natuurlijk hadden we liever wat meer tijd gehad, maar die oplossingen nemen we wel mee naar toekomstige edities.’