Film met een luchtje

Wordt geur in de bioscoop binnenkort eindelijk een succes?

, Hans van Wetering

Geur als extra dimensie bij film en tv werd tot nu toe nooit een succes. Met de komst van nieuwe mediaplatforms in het digitale tijdperk is er sprake van hernieuwde interesse. Tijd voor een inventarisatie: is geur de nieuwe mediarevolutie of blijft het een gimmick?

Het ‘miskende zintuig’, zo is ons reukvermogen wel getypeerd. We navigeren door de wereld met onze ogen en oren, dat we ook nog kunnen ruiken is mooi meegenomen. Het is niet voor niets dat we wel het woord ‘blind’ kennen, en ‘doof’, maar dat een woord voor ‘niet kunnen ruiken’ in onze taal ontbreekt. Het reukvermogen heet ook het ‘mysterieuze’ zintuig. De precieze werking bleef lang onbekend. Pas begin jaren negentig vond een doorbraak plaats, toen onderzoekers ontdekten dat geurmoleculen zich in de neusholte binden aan specifieke receptoreiwitten. Maar de vraag hoe het kan dat mensen in staat zijn vele duizenden geuren te onderscheiden is nog steeds onbeantwoord.

Dat geur, misschien nog directer dan andere zintuigen, inwerkt op het gemoed, is wel al langer bekend. Geur roept levendige herinneringen op, en sterke emoties, vaak zonder dat we ons er überhaupt van bewust zijn dat we iets ruiken; het gevolg van de route die geursignalen in de hersenen afleggen. Niet vreemd, hoe dan ook, dat al vaker op zoek werd gegaan naar een manier om de geurdimensie toe te voegen aan media.

‘First they moved (1895)! Then they talked (1927)! Now they smell!’ luidde in 1960 de kreet waarmee bioscoopbezoekers naar Scent of Mystery werden gelokt. Het was de eerste keer dat geur een integraal onderdeel vormde van een filmvertoning. Smell-O-Vision heette het systeem. Het was de eerste film speciaal gemaakt met het oog op die extra dimensie – zo werd de moordenaar ontmaskerd door de geur van zijn pijp, werd de komst van het ‘domme blondje’ aangekondigd met een goedkope parfumlucht et cetera – iets wat later, toen de film ook zonder geur werd vertoond, voor een surrealistisch effect zorgde, want waarom moest het bakken van een brood in hemelsnaam zo krankzinnig lang in beeld worden gebracht?

Dertig verschillende geuren kregen de toeschouwers voorgeschoteld, waaronder ‘happy odor of baking bread’, ‘nicotinous smoky character of pipe tobacco’ en ‘strong, juicy greenness of clover and grass’. De nieuwlichterij bleek geen succes. Het systeem maakte een sissend kabaal telkens als een geur de zaal in werd geblazen, op sommige plekken was de geur nauwelijks waarneembaar, dus bleven mensen luidruchtig snuiven, de geuren kwamen te vroeg of juist te laat, of ze bleven hangen terwijl de volgende scène alweer was begonnen.

Illustratie door Paul Faassen

Sniffy's

Een vervolg op Scent of Mystery kwam er niet. Begin jaren tachtig werd kort geëxperimenteerd met geurkraskaarten (ook wel: sniffy’s): kaartjes die, wanneer je erover wreef of kraste, geuren vrijgaf. Aanwijzingen op het scherm gaven aan wanneer op welk stukje kaart gekrast diende te worden. Maar ook de sniffy’s werden geen succes. Dat je zelf goed moest opletten op de aanwijzingen op het scherm, en dan ook nog eens in het donker met je nagel de beschermende laag over de geurmoleculen moesten zien weg te krassen; het was toch een heel gedoe en het leidde af van de film.

Geur moest het gevoel van being there versterken, het gevoel dat je echt zelf beleefde wat de personages beleefden. Het omgekeerde bleek vaak het geval.Zo was het tot de komst van het digitale tijdperk. Op zoek naar de mogelijkheden van nieuwe mediaplatforms als de computer en de smartphone, en iets later, vr-brillen, werd de geurdimensie herontdekt. De ene na de andere vinding zag het licht. Met de iSmell (1999) en de Scent Dome (2003) kon een website digitaal worden geïmpregneerd met een geur, zoals ook bij het openen van een mailtje geur – gebotteld in cartridges – kon worden afgegeven. De Scentasia (2013) bestreek ook de sociale media en werkte via een app. De FeelReal (2015) voegde geur toe aan vr-headsets als de Oculus Rift en de Samsung Gear.

De lijst van entrepreneurs die zich op de digitale geurmarkt waagden is lang, maar verder dan een prototype kwam het zelden – ook niet bij bovengenoemde voorbeelden – omdat het niet werkte of omdat geen financiering werd gevonden. Vaak werd dat laatste stadium zelfs niet eens bereikt en bleef het bij een schitterend vormgegeven droombeeld.

Illustraties door Paul Faassen

Scheet

Ook in universitaire laboratoria gingen onderzoekers aan de slag. De smelling screen (2013) – een experiment van de Tokyo University of Agriculture and Technology – was een beeldscherm waarbij geuren vanuit verschillende hoeken via ventilatoren werden verspreid. De SensaBubble (2014), bedacht aan de University of Bristol, een machine die verschillende geuren bevattende luchtbellen de ruimte inblies die als zwevende displays functioneerden. Aan het Tokyo Institute of Technology werd met een apparaat geëxperimenteerd (2016) dat je als een tweede headset onder een Oculus Rift kon hangen.

Het was en is hierbij niet altijd gelijk duidelijk of het onderzoek altijd echt honderd procent serieus was. Geur en media was altijd al een geliefd object voor grappenmakers. Google kwam in 2013 met de Google-Nose vr, op 1 april vanzelfsprekend. De makers van South Park brachten in 2016 de Nosulus Rift uit, een headset ontworpen voor de South Park-game The Fractured but Whole, met als enige functie dat telkens wanneer op de fart button werd gedrukt, de geur van een scheet in de headset werd geblazen.

Het mag dan bij sommigen op de lachspieren werken, toch wordt de introductie van geur in media elders wel degelijk serieus genomen. Bijna zestig jaar na Scent of Mystery is geur nu toch echt tot de grote bioscopen doorgedrongen, voor een belangrijk deel doordat een grote makke van de oude technologie, de synchronisatie van beeld en geur, door de komst van de computer geen probleem meer vormt. En dus worden sinds kort in (Pathé-)bioscopen over de hele wereld films vertoond met zogenaamde 4DX-techniek: de stoelen bewegen en schoppen je in de rug, regendruppeltjes komen omlaag, je ziet lichteffecten als het onweert, en dan zijn er dus nog de geuren die je worden toe geblazen vanuit de rugleuning van de stoel voor je.

Oerwoud

Het is niet druk deze maandagochtend, een man of zeven hebben de moeite genomen om naar de bioscoop te komen. Mission Impossible is de film op het programma. De stoelen schudden onbedaarlijk, en het is heus een spectaculaire ervaring om Tom Cruise dan in 3D vanaf een klif omlaag te zien duiken, maar ik ruik niks. Een zoetige geur ja, heel in de verte, maar die geur is er telkens, ook tijdens autoachtervolgingen en vuurgevechten. Mijn medetoeschouwers vergaat het niet anders. ‘Ja, een beetje zurige geur,’ oppert eentje. ‘Een onbestemde geur,’ zegt een ander. De meesten hebben helemaal niets waargenomen. Misschien is er iets mis met de installatie? Waren de geurcartridges leeg? Misschien ligt het aan de film?

Twee dagen later dus maar opnieuw gaan, opnieuw ’s ochtends, opnieuw is er geen sprake van topdrukte. Predator zit vol achtervolgingen en vuurgevechten met buitenaardse wezens. Opnieuw ruik ik niets: de regen is geurloos, rook en vuur ruiken niet naar rook en vuur, als het buitenaardse monster zijn afgrijselijke bek openspert, ontbreekt de bedorven wasem. De andere bezoekers hebben evenmin veel opgemerkt. ‘Als je me dat vooraf had gevraagd, had ik erop gelet,’ zegt een jongen. Twee bezoekers zijn enthousiast over de geur van het oerwoud: ‘Dat versterkte echt de illusie dat je er zelf was.’ Daags erna stuurt Pathé de geurgegevens van Predator toe. De gebruikte geuren heten ‘rose garden’ en ‘burning rubber’. Van een oerwoudgeur is helemaal geen sprake.

Een snufje saffraan ruiken in de bioscoop is binnenkort misschien wel realiteit

Homecinema

‘Vreemd dat niemand iets heeft geroken,’ reageert Richard van Velzen, als facilitair manager bij Pathé verantwoordelijk voor 4DX. ‘Misschien heeft het er mee te maken dat de geuren heel subtiel zijn: als er fruitgeur wordt afgegeven is het natuurlijk niet zo dat de hele zaal dan vervolgens de hele dag naar Hubba Bubba ruikt.’ De vraag is dan wel waar ‘subtiel’ overgaat in ‘niet waarneembaar’, of zelfs afwezig. Wat is zijn eigen ervaring dan? ‘Aan mij heeft u wat dat betreft de verkeerde, ik heb namelijk helemaal geen reukvermogen, ik ruik sowieso niets.’ Misschien had het systeem een ‘hiccupje’, zegt hij nog, en ook dat hij het medewerkers laat uitzoeken.

‘Ik betwijfel of ze echt met geuren werken,’ zegt Raul Porcar van Olorama, een Spaans mediabedrijf dat een alternatief geursysteem ontwikkelde voor de bioscoop, ‘ik heb een aantal van die 4DX-films bezocht, maar nog nooit iets geroken, en ik heb een heel goede neus. Ik heb wel iemand gesproken die meende dat hij de geur van de jungle rook, maar dat is verbeelding denk ik.’ Opnieuw die oerwoudgeur, toch wonderlijk.

Het Olorama-systeem wordt vooralsnog uitsluitend gedemonstreerd op filmfestivals, zoals eerder deze maand in Milaan. Het goede nieuws: ze hebben ook een geursysteem ontworpen voor homecinema, een systeem dat bovendien echt al te koop is. Twee kastjes bestaand uit een ventilator en elk tien geurcartridges worden via een apparaat aangesloten op een blu-rayspeler. Doe een film in de speler, en staat de film (de smell-track) in de database, dan verspreidt het apparaat vanzelf de juiste geuren bij de scenes. Een dingetje is wel dat het apparaat alleen nog werkt met blu-rayspelers van de merken Pioneer en Marantz. Maar via de computer afspelen kan altijd, benadrukt Porcar.

'We hebben geëxperimenteerd met nare geuren, rottend vlees bijvoorbeeld, maar dat was geen succes'

Raul Porcar

Ben Whishaw brouwt zijn eigen luchtje in Perfume: The Story of a Murderer

Overleven

De database bevat voornamelijk sprookjes en fantasyfilms: Alice in Wonderland, Ratatouille, Charlie en de chocoladefabriek, The Hobbit. Tot op heden zijn voor 25 films smell-tracks beschikbaar, hetgeen, zolang geen nieuwe films worden toegevoegd – het basissysteem met twintig geuren kost 3000 euro – de prijs per film op een toch niet misselijke 120 euro brengt. Het zo nu en dan vervangen van de geurcartridges is daarin nog niet meegenomen. Bij het besluit om al dan niet tot aanschaf van zo’n set over te gaan zou naast de prijs, en het aangeboden genre – liefhebbers van Arthouse zullen toch twijfels hebben - ook moeten worden meegewogen dat mensen zich voor geluid kunnen afsluiten, voor geur echter niet. Wanneer je huisgenoten liever in alle rust een roman lezen, kan het toch vervelend zijn als te pas en te onpas de geur van uitlaatgassen, burning rubber of bedorven etenswaren de kamer in wordt geblazen. Al is dat laatste misschien niet het grootste probleem, niet bij Olorama tenminste, want die gebruiken uitsluitend ‘prettige’ geuren als ‘freshly cut grass’, ‘lavender wood’ en ‘strawberry’, blijkt op de website.

‘We hebben geëxperimenteerd met nare geuren, met rottend vlees bijvoorbeeld, maar dat was geen succes. Vieze geuren blijven langer in ons brein hangen dan prettige geuren. Dat zit heel diep in ons systeem, het heeft met overleven te maken. Als iets stinkt, moet je wegwezen, want vieze geuren betekenen meestal dat gevaar dreigt voor je gezondheid. Mensen vloekten, riepen dat het moest stoppen, liepen boos weg.’

Elektrische impulsen

‘Het probleem met het gebruiken van geur in media,’ zegt Adrian Cheok, hoogleraar Pervasive Computing aan City, University of London, ‘is dat de techniek in essentie nog hetzelfde is als in de jaren zestig. Geur wordt nu weliswaar via de computer gedistribueerd, dus de chronografie klopt nu beter, maar verder is het nog steeds: iemand in een lab combineert moleculen en componeert een synthetische kloon van een bestaande geur, de stof gaat vervolgens in een cartridge en wordt dan elders met ventilatoren of anderszins verspreid. In tegenstelling tot bij beeld en geluid zijn we er niet in geslaagd geur te digitaliseren, daar komt het op neer. Audiovisuele stimuli zijn gebaseerd op elektromagnetische frequenties en kunnen daarom gedigitaliseerd worden.

Geurwaarneming daarentegen is een chemisch proces, komt voort uit de interactie tussen geurmoleculen en receptoren; geuren laten zich niet zomaar omzetten in enen en nullen.’ En dat is vervelend volgens Cheok, want systemen die gebruik maken van chemicaliën om geursensaties op te roepen zullen altijd hun beperkingen hebben. ‘Moleculen zweven door de ruimte, bewegen zelf, daardoor blijft het regelen van de overgang van de ene naar de andere geur toch lastig, zoals het vanwege die eigenschappen ook lastig blijft om nauwkeurig te bepalen hoe lang een geur blijft hangen, en ook hoe je de concentratie van een geur in een ruimte constant houdt.’

De oplossing moet misschien elders worden gezocht, denkt Cheok, niet in het opwekken van geursensaties via moleculen, maar door het direct prikkelen van de geurreceptoren in de neus met (zwakke) elektrische impulsen. Die impulsen kunnen geursensaties oproepen. En dus bracht een team onderzoekers onder leiding van Cheok tijdens een recent experiment elektroden aan boven in de neusholtes van proefpersonen.

Het resultaat: een kwart van de testpersonen ervoer daadwerkelijk iets van een geursensatie (munt, hout, en citrus werden genoemd), sommigen daarvan konden de geur echter niet thuisbrengen. De overige proefpersonen roken echter niks, zagen lichtflitsen, voelden verdoving of zelfs regelrechte pijn. ‘Het is nog early work,’ zegt Cheok, ‘maar het begin is hoopvol. Misschien dat ik het in mijn leven nog ga meemaken dat digitale geur werkelijkheid wordt.’ Maar voorlopig is het dus nog lang niet zover, en moeten we het doen met haperende technologie uit het analoge tijdperk. Die allesverpletterende multidimensionale media-ervaring die al zo vaak werd beloofd, die komt er voorlopig niet.

advertentie