Met Nicolaas Veul op pad in Hongarije: hoe ziet het leven eruit in het land van Viktor Orbán?

  • Elja Looijestijn

De VPRO Gids ging mee met Nicolaas Veul en zijn filmploeg, die door Hongarije trokken voor het programma Hotline Hongarije. Op 12 april gaan de Hongaren naar de stembus en Veul wilde peilen hoe het leven eruitziet in het land van Viktor Orbán. Regisseur Stephane Kaas: ‘Een arts die we voor het ziekenhuis zouden filmen, durfde op het laatste moment niet.’

Een filmploeg daalt bepakt en bezakt met apparatuur af naar een kelder onder een platenwinkel in het centrum van Boedapest. Achter een geïsoleerde deur is een kleine muziekstudio gevestigd. In de gang staan dozen, aan de muren hangen vergeelde posters, onder het bankje tegen de muur staan schoenen. Het past allemaal maar net: programmamaker Nicolaas Veul, de Hongaarse journalist Noémi Hatala, regisseur Stephane Kaas, cameraman Jackó van ’t Hof, geluidsman Gideon Bijlsma en de verslaggever van de VPRO Gids. De vermoeidheid is van hun gezichten af te lezen: het is de laatste dag van drie intensieve weken filmen door heel Hongarije. Het werk zit er bijna op, maar gevoelsmatig mist er nog iets: een personage dat kan samenvatten en voelbaar maakt wat ze de afgelopen weken hebben ontdekt. Misschien is het de jongen op wie we op wachten, maar Veul weet niet veel van hem af. Noémi Hatala heeft hem gevonden en de afspraak gemaakt. Zijn naam is Marci Mehringer en hij deed mee aan de Hongaarse X-Factor, maar hij werd vooral beroemd dankzij het protestlied ‘Szar az élet’, vrij vertaald: ‘Het leven is klote’.

Ze hebben het over vrijheid van meningsuiting, maar iedereen uit dat kamp zegt hetzelfde. Het is alsof je tegen een muur praat

Nicolaas Veul
programmamaker

Maar het is elf uur ’s ochtends en dat is vroeg voor een 23-jarige muzikant. In de studio is alleen zijn producer Aron Somody aanwezig, een vriendelijke, rustige jongen met geblondeerd haar. Noémi Hatala pleegt een snel telefoontje in het Hongaars. ‘Hij is aan het parkeren,’ zegt ze. En inderdaad, even later gaat de deur open en komt er een lange jongen in zwarte kleding binnen. Marci Mehringer heeft een babyface met stoppelbaard en kleine oogjes die verraden dat het gisteravond gezellig was. Hij heeft een wilde bos krullen en draagt een leren jas, wat hem de uitstraling van een echte rockster geeft. Veul legt hem uit waar hij mee bezig is. De Hongaren hebben al zestien jaar te maken met de rechts-radicale regering van minister-president Viktor Orbán. Deze stroming is in Europa in opkomst en ook over het politieke klimaat in Nederland maakt Nicolaas Veul zich zorgen. ‘Ik wil graag weten hoe het is om te leven onder Orbán, dus heb ik een hotline geopend,’ vertelt hij. ‘Met flyers en een filmpje op sociale media roep ik Hongaren op om hun ervaringen te delen. Daar wordt massaal op gereageerd, we hebben inmiddels al meer dan duizend berichten ontvangen. Veel zijn anoniem, want niet iedereen durft zich uit te spreken.’ ‘Daar heb ik geen last van,’ antwoord Mehringer. ‘Ik heb niets te verliezen.’ De twee muzikanten en Veul proppen zich in de krappe opnameruimte, evenals de camera- en de geluidsman. Het gesprek kan beginnen.

Propaganda

Twee dagen eerder hebben we ons aangesloten bij het Hotline Hongarije-team en staat ons een heel ander gesprek te wachten. Terwijl het buiten zachtjes sneeuwt is de ploeg aan het filmen bij het Mathias Corvinus Collegium (MCC), een conservatief opleidingsinstituut dat door de regering-Orbán flink gesteund wordt en daardoor sterk gegroeid is de afgelopen jaren. Researcher Roos van Ees heeft ervoor gezorgd dat Veul hier kan spreken met een student en een docent. Wat hij te horen krijgt, strookt totaal niet met wat hij via de hotline heeft gehoord en evenmin met zijn eigen verwachtingen. De strekking van het overgrote deel van de reacties op de hotline is dat Orbán Hongarije te gronde heeft gericht. Er is sprake van een autoritair en corrupt systeem, waarin angst en verdeeldheid wordt gezaaid. Economisch gaat het slecht, onderwijs en zorg zijn uitgekleed. Orbán keert zich af van de EU en flirt met Poetin en Trump. Er is nauwelijks vrije pers, omdat hij alle televisiezenders en gedrukte media in handen heeft. Daarin beledigt hij zijn vijanden en propageert een ultraconservatieve agenda die minderheden onderdrukt. Hierdoor trekken jonge, hoogopgeleide mensen massaal weg uit Hongarije.

Toch beweert student Buda dat hij juist in de verdrukking zit en zich als conservatieve christen niet durft uit te spreken. Als Veul hiertegenin probeert te gaan, verslechtert de sfeer en grijpt de mediawoordvoerder van MCC in. Dit soort politieke kwesties moet hij maar bij Rodrigo Ballester neerleggen, vindt hij. Met hem is het volgende interview. Het hoofd van het centrum voor Europese Studies is een perfect gesoigneerde Spanjaard in een maatpak en een overhemd met zijn initialen erop. Vriendelijk lachend vertelt hij wat hij bijvoorbeeld tegen het homohuwelijk heeft. Dat Veul zelf homoseksueel is en met zijn partner samen een kind opvoedt, weet hij niet.

Achteraf is Veul gefrustreerd en ontdaan. ‘Het is gewoon propaganda. Ze hebben het over vrijheid van meningsuiting, maar iedereen uit dat kamp zegt hetzelfde. Het is alsof je tegen een muur praat. Maar het is in elk geval een keer gelukt om met de mond vol tanden te laten staan.’

Opel Kadett

Na afloop van het gesprek bij MCC nemen Veul en Hatala een scène op waarin ze samen reflecteren op wat ze gehoord hebben. Hatala is tijdens de reis niet alleen achter de schermen actief, maar komt ook regelmatig in beeld. Ze is deskundig en uitgesproken en werkt al jaren als journalist en documentairemaker, maar is nu bezig met een carrierèswitch. ‘Voor mijn mentale gezondheid is het niet goed, ik heb geen zin meer om met politiek bezig te zijn,’ vertelt ze. ‘De journalistiek in Hongarije is deprimerend, je wordt er moedeloos van.’

Verkiezingsposter van Viktor Orbáns partij Fidesz

De volgende dag is het tijd om iemand op te zoeken die contact heeft opgenomen met de hotline. Veul probeert een goed beeld te krijgen door zo veel mogelijk verschillende Hongaren te spreken en daarom reist hij kriskras door het hele land. Het team heeft een gewone huurauto en daarnaast een rode Opel Kadett uit 1985. Op het dak staat een bord met het logo van de hotline en de tekst ‘uw stem telt’ in het Hongaars. Aan de zijkanten en op de motorkap zitten campagnestickers, zodat de oldtimer behoorlijk opvalt op de weg. Regisseur Stephane Kaas kruipt achter het stuur, cameraman Jackó van ’t Hof gaat voorin zitten en wij mogen op de achterbank. We rijden Boedapest uit langs de Donau. Kaas vertelt dat ze een rondvaart hebben gemaakt met een journalist, die uitlegde dat bijna alle luxe hotels langs de rivier eigendom zijn van de schoonzoon van Orbán. Het illustreert hoe alle rijkdom in handen komt van Orbáns clan en er voor de rest van het volk niets overblijft.

Langs de weg staan billboards voor de aankomende verkiezingen, maar niet van alle partijen waarop gestemd kan worden. Ze zijn namelijk allemaal geplaatst door Fidesz, de partij van president Orbán. Er staat een gemanipuleerde foto op van de Oekraïense president Volodymyr Zelensky, die zijn hand ophoudt bij EU-voorzitter Ursula von der Leyen en EU-politicus Manfred Weber. Eronder staat: ‘Boodschap aan Brussel: wij betalen niet!’ Andere borden zijn gericht tegen opppositieleider Péter Magyar, Orbáns grote rivaal. Op de nieuwste is Magyar te zien als slechterik uit een superheldenfilm – de ene helft van zijn gezicht is blauw geschilderd met sterren erop – en erboven staat: ‘Twee gezichten. Hij lacht naar je en doet beloftes, maar maakt er geen enkele van waar.’

Hongarije is geen dictatuur, maar je kunt het ook geen vrij land noemen. Wie zich kritisch uitlaat kan in de problemen komen

Stephane Kaas
regisseur

Lastercampagne

Dit is dus de niet bepaald subtiele propaganda waar Hongaren voortdurend mee geconfronteerd worden. Voor niet-Orbángezinde uitingen is in het straatbeeld en in de reguliere media geen plaats. Toch weet Magyar voldoende mensen te bereiken om ervoor te zorgen dat hij bovenaan staat in de peilingen. Hoe hij dat doet zullen we later vandaag ervaren. Maar eerst rijden we helemaal naar Debrecen, de tweede stad van Hongarije, die in het oosten van het land ligt. Onderweg stoppen we op een lange rechte weg om wat mooie shots te maken van de Kadett in het weidse Hongaarse landschap. Er wonen ongeveer tien miljoen mensen in Hongarije en het is twee keer zo groot als Nederland, maar toch zijn de meeste Hongaren tegen immigratie.

Péter Magyar (op het podium, r) voert campagne in Hajdúszoboszló

Onderweg vertelt regisseur Stephane Kaas meer over wat hem tot nu toe is opgevallen. ‘Hongarije is geen dictatuur, maar je kunt het ook geen vrij land noemen. Orbán duldt geen tegenspraak, wie zich kritisch uitlaat kan in de problemen komen, zeker als je in overheidsdienst bent. We hebben een arts gesproken die vanwege zijn politieke overtuiging slachtoffer werd van een lastercampagne. We zouden hem voor het ziekenhuis filmen, maar op het laatste moment durfde hij niet meer.’ De filmploeg ging wel langs bij Orbánsupporters. ‘Een zelfbenoemde “trotse Hongaar” gaf ons heerlijke goulash en wijn. Maar we schrokken toen hij daarna zijn mening gaf over homoseksualiteit, abortus en Black Lives Matter.’

Als we Debrecen naderen, passeren we veel autofabrieken. ‘Vanwege de goedkope arbeidskrachten worden hier veel Duitse auto’s gemaakt. En in die fabrieken werken dan weer veel Filipijnen, omdat zij thuis nog minder verdienen.’

Pridevlag

Onze bestemming is een buitenwijk met hoge grauwe flats. Voor Nicolaas Veul is dit een belangrijke ontmoeting, want het onderwerp raakt hem persoonlijk. Een kleine vrouw met lang zwart haar een tattoo in haar nek doet de voordeur van het appartementencomplex open. Een paar dagen geleden heeft ze contact opgenomen met de hotline en ze is onder de indruk van de grote delegatie die uit Nederland is gekomen om haar verhaal te horen. De flat waar ze woont met haar geliefde en haar twee kinderen is klein, maar gezellig. Vrijwel elke muur heeft een warme oranje of gele kleur. Er zijn cartoonfiguren op geschilderd en overal zien we foto’s van het gezin. Boven de bank hangt een grote pridevlag. De twee vrouwen, die niet bij naam genoemd willen worden, voelen zich als lesbisch koppel niet veilig. Onder Orbán zijn er wetten aangenomen die de rechten van lhbtqia+’ers inperken en het ‘promoten’ van homoseksualiteit verbieden.

Mijn generatie is anders. Jongeren willen eenheid, verandering en liefde. Die boodschap wil ik ook uitdragen

Marc Mehringer
Hongaarse muzikant

De twee zijn duidelijk smoorverliefd, maar ze houden hun relatie geheim tegenover hun collega’s, buren en de meeste familieleden. De jongste zoon weet officieel zelfs niet dat de twee vrouwen die hem opvoeden lesbisch zijn. Samen gaan ze naar het balkon om te roken en hun zenuwen te bedaren, terwijl de ploeg de camera en het geluid installeert. Hatala vertaalt, want de vrouwen spreken nauwelijks Engels. Ze proberen het wel te leren via Duolingo, want ze hebben een droom: weg uit deze flat, weg uit deze stad, naar Nederland toe om daar een toekomst op te bouwen.

Als Veul vraagt hoe ze elkaar hebben ontmoet, nemen de emoties al meteen de overhand. Hij probeert ze op hun gemak te stellen met een koekje en wat water. ‘We zijn in Nederland geweest,’ vertellen ze. ‘Daar konden we hand in hand lopen op straat. Hier komen we niet verder in het leven.’

Een lesbisch stel dat zich niet veilig voelt in Debrecen nam contact op met de hotline

‘Tisza!’

Wanneer we het stel hebben bedankt met stroopwafels stappen we weer in de auto. Het is een halfuurtje rijden naar Hajdúszoboszló, een stadje waar vanmiddag een campagnebijeenkomst van Péter Magyar is georganiseerd. Hij doet dat dagelijks meerdere keren, door het hele land. Enkele honderden mensen zijn toegestroomd naar het koude, winderige pleintje, waar een podium is opgebouwd. Onze cameraploeg valt nauwelijks op tussen de vele camera’s en smartphones die de bijeenkomst vastleggen. Magyar staat voor de microfoon; een fitte veertiger met capuchontrui, scherpe kaaklijn en vastberaden blik. Uit zijn hoofd geeft hij een speech van minstens drie kwartier over onder meer armoede, Europa, propaganda en de misstanden onder Orbán. Af en toe applaudisseert de aanwezigen en scanderen ze de naam van zijn partij: ‘Tisza!’ Twee keer wordt een tegenstander afgevoerd die er iets doorheen roept. Veul hoopt Magyar na de speech op te vangen om een korte vraag te stellen, maar de politicus wordt belaagd door fans die een handtekening of selfie willen. Veul probeert zich ertussen te wurmen, maar helaas wordt Magyar dan door zijn medewerkers naar de auto begeleid. Er staat vanavond nog een bijeenkomst op het programma. Veul kan hem door het autoraam nog net een hotlineflyer geven.

Tweespalt

Het is al laat op de avond als we geradbraakt door de lange rit in de rammelende Kadett weer terugkeren in Boedapest. Maar het werk is nog niet gedaan: in een inmiddels uitgestorven tapasrestaurant zetten Veul en Kaas op papier wat ze tot nu toe hebben gefilmd en wat ze nog missen.

Vlnr: producer Aron Somody, Nicolaas Veul en zanger Marci Mehringer

En dat brengt ons weer terug in de muziekstudio met Marci Mehringer. Hij is opgegroeid tijdens het Orbánregime en heeft nooit iets anders gekend. Misschien verlangt hij juist daarom wel naar verandering. Hij vertelt dat het in deze tijd niet makkelijk is om jong te zijn in Hongarije. Er is geen werk, er is geen geld en er zijn geen carrièremogelijkheden. Zijn grootste zorg is dat veel jongeren vertrekken naar het buitenland. ‘Er wonen al meer dan 100.000 Hongaren in Londen. Mijn vader werkt in Duitsland en mijn zus wil dat ook,’ vertelt hij. Zelf wil hij het liefst in Hongarije blijven. ‘Misschien word ik ooit gedwongen om weg te gaan. Maar ik wil blijven en voel als artiest de verplichting om me uit te spreken.’ Zijn grootste frustratie is de tweespalt die is gezaaid. ‘Je bent vóór de ene partij en haat de andere. Maar mijn generatie is anders. Jongeren willen eenheid, verandering en liefde. Die boodschap wil ik ook uitdragen.’ Dan pakt hij zijn gitaar en begint te zingen. Veul glimlacht: een prachtige conclusie voor zijn documentaireserie.

Wat de conclusie voor de Hongaren zal zijn weten we binnenkort: op 12 april gaan ze naar de stembus en dan zal blijken of het Orbántijdperk blijft voortduren of dat er een frisse wind zal gaan waaien.