In een heel klein lezersbriefje heeft Stef Biemans gelezen dat de Galiciërs zich vergeten voelen door de rest van Spanje. Hij reist naar de Costa da Morte om uit te zoeken of dit ook echt zo is. In zijn brieven vraagt hij wat hij bij een bezoek aan Galicië absoluut niet over het hoofd mag zien.

mooi, maar niet zo mondig

Het is niet zo gek dat Galicië zich vaak niet gehoord voelt, want het doet daar ook niet erg z'n best voor. Dat zegt een kunstenaar die Stef ontmoet, en hij ziet wat die bedoelt als hij een protest tegen windmolens bijwoont. Het gaat er rustig en beschaafd aan toe, en vrijwel onopgemerkt. Van het centrale gezag moeten de Galiciërs weinig hebben, maar de kerk is hier nog heel belangrijk. Kustbewoners weten zich beschermd door de Maagd van de Boot, en dat is hard nodig aan de Costa da Morte, waar de zee geeft en neemt.

in het kort: Galicië

Galicië is een stuk Spanje dat ongeveer even groot als Nederland is en ten noorden van Portugal ligt. Het is een van de 17 autonome regio's in het land en met ruim 2,7 miljoen inwoners is het voor Spaanse begrippen best dichtbevolkt. Maar er mist iets: een dominante stad. De hoofdstad is Santiago de Compostela, het bekende bedevaartsoord waar nog geen honderdduizend mensen wonen.
Galicië wordt van de rest van Spanje gescheiden door bergen, die niet alleen het contact bemoeilijken, maar ook de wolken leegknjijpen die vanaf de Atlantische oceaan naar het oosten drijven. Het resultaat is dat Galicië natter en dus groener is dan de rest van het land.
Hoewel dictator Franco geprobeerd heeft ze de taal te doen vergeten, spreken de meeste inwoners van Galicië Galicisch, wat meer lijkt op Portugees dan op Spaans. Luister maar naar het lied Un canto a Galicia van Julio Iglesias, wiens vader uit Galicië kwam.
 

vijf Galicische ontmoetingen

‘Als Galicië vergeten wordt, komt dat door onszelf.’

Oscar houdt van leven in de luwte

Stef: ‘Oscar is een Galicische uitvinder die in alle stilte een acht meter lange forel heeft gebouwd waarop je kunt rondfietsen. Waar is dat goed voor, vroeg ik hem. “Geen idee”, zei hij. “Het was een bevlieging.” We hebben enorm met hem gelachen en allemaal een ritje gemaakt in de forel. Maar ik heb ook serieus met hem gepraat over de Galicische aard. Hij houdt zelf wel van leven in de luwte; hij vertelde me dat hij zijn forel op twitter had gezet, schrok van alle aandacht en toen zijn account maar snel weer gewist heeft. Geklaag dat Galicië een vergeten gebied zou zijn, vindt Oscar maar onzin. “Als Galicië vergeten wordt, komt dat door onszelf”, zei hij tegen me. Want als je niks doet om gezien te worden, en je altijd verzet tegen vernieuwing, maar nooit samen een vuist maakt, dan moet je niet raar opkijken als je wordt genegeerd.’

‘Ja, we zouden luidruchtiger moeten zijn, maar we zijn nou eenmaal vredelievend.’

Te introvert, ja, dat vindt Yasmina ook wel

Stef: ‘Ik ging naar een demonstratie van een groep jonge Galiciërs die zeiden dat ze zich vergeten en bedrogen voelden, en Yasmina was hun woordvoerder. Het ging over windmolens. Heel Galicië wordt daarmee volgebouwd, vertelde ze, en het ergste is dat de energie die ze opwekken niet naar Galiciërs gaat, maar naar grote Spaanse bedrijven. Van al het geld dat dat oplevert, komt bijna niks terecht in de regio. “We worden gebruikt als een soort kolonie,” zei ze. En bovendien vond ze die windmolens een aanslag op de natuur. Ze eindigde de brief die ze voorlas heel strijdbaar, met “Wij zullen niet toestaan dat deze nog langer vernield zal worden”, maar ja, ze las ‘m netjes voor, glimlachte nog wat en toen ging de groep wat leuzen scanderen, maar vooral niet te hard. Niemand leek boos of opgewonden, het bleef allemaal ontzettend netjes en aangezien er verder bijna niemand in de buurt was, bleef het ook volkomen onopgemerkt. De motregen hielp misschien niet mee, maar er werd ook gewoon niet veel gedaan om aandacht te trekken.'

'Is de Galicische manier van protesteren niet een beetje te introvert, vroeg ik aan Yasmina. Ja, zei ze, dat is precies het probleem. Galiciërs denken zelf dat ze niet meer verdienen. Ze worden gezien als onwetende plattelanders, en dat zijn ze zelf ook gaan geloven. Als dit een Catalaans protest was, zouden jullie nu vuilnisbakken in brand steken ofzo, zei ik een beetje provocerend tegen haar. Of in elk geval meer lawaai maken, Ja, we zouden luidruchtiger moeten zijn, antwoordde ze, maar ja, we zijn nou eenmaal vredelievend.’

‘Ze wilden m’n hand eerst amputeren, maar ik heb de helft kunnen houden. Dankzij de maagd!’

Een halve hand, dankzij de Maagd van de boot

Stef: ‘Bij een kerk aan de Costa da Morte, waar de zee ontzettend gevaarlijk is, woonde ik een ritueel bij. Die kerk is gewijd aan de Maagd van de Boot, vertelde de 92-jarige priester me, want zij beschermt de zeelieden. Hij droeg haar beeld rond. Even later stonden we buiten op de rotsen, waar kerkgangers rode rozen in de woeste golven gooiden. Een van hen vertelde me dat hij al veel mensen aan de zee was kwijtgeraakt. Buren, familieleden, bevriende eendenmosselvangers. Even verderop had een boot schipbreuk geleden en daarbij waren zes doden gevallen.’

‘Zelf was hij ook gewond geraakt, zag ik. Zijn ene hand had nog maar één vinger. Maar dat kwam niet door de zee. Het was gebeurd op een feest ter ere van de Maagd van de Boot, vertelde hij. Er ontploften opeens allerlei vuurpijlen, en hij stond daar vlak naast. Dat heeft hem niet alleen zijn hand, maar ook een been gekost. Ik vroeg of de Maagd hem dan niet beschermd had, maar hij zei: ik was politieagent en ik stond daar om mensen weg te halen van het gevaar, dus daardoor zijn er minder slachtoffers gevallen. Hij zag dat als een geslaagde ingreep van de Maagd. Hij liet me ook zien wat ze nog meer aan de zee offeren: wie hoofdpijn heeft, geeft een hoofd, wie een zieke koe heeft, een koe, allemaal van was gemaakt. Zelf had hij natuurlijk een hand geofferd, en een been. Ik vroeg hem of dat had geholpen. Jazeker, zei hij. Ze wilden m’n hand eerst amputeren, maar ik heb de helft kunnen houden. Dankzij de maagd!’

Brieven aan de rest van Spanje: Vergeet me niet

kijk nu op NPO Start

In een heel klein lezersbriefje heeft Stef Biemans gelezen dat de Galiciërs zich vergeten voelen door de rest van Spanje. Hij reist naar de Costa da Morte om uit te zoeken of dit ook echt zo is. In zijn brieven vraagt hij wat hij bij een bezoek aan Galicië absoluut niet over het hoofd mag zien. Naast de mensen waarover je hierboven leest, ontmoet hij onder meer illegale eendenmosselvissers, dichters die hun favoriete Galicische woord toelichten en een man die zichzelf Galicisch militant noemt.