Mascottes van de Biafraanse oorlog

, Maarten van Bracht

De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen. In 1968 werden tien verzwakte Biafraanse kinderen naar Nederland gehaald.

Zondag 24 december in OVT

NPO Radio 1, 11.25 - 12.00 uur

Dat Biafra nog steeds wordt geassocieerd met hongersnood en arme kindertjes komt door de catastrofe die zich daar een halve eeuw geleden voltrok. Nadat de afvallige regio zich in 1967 had uitgeroepen tot onafhankelijke republiek, werd Biafra door Nigeria gebombardeerd en afgesloten van de buitenwereld. Tijdens de daaropvolgende hongersnood kwamen naar schatting tussen de een en drie miljoen Biafranen om. De Nederlandse regering beschouwde dit niet als genocide, maar als een burgeroorlog en schaarde zich achter Engeland dat Nigeria steunde – waar ook toen Shell actief was. Geen inmenging dus; de hulp aan Biafra was particulier initiatief.

De aangrijpende tv-beelden van uitgemergelde en stervende kinderen – een primeur voor Nederland – resulteerden in een geldinzamelingsactie op televisie die vier grote hulporganisaties dertien miljoen gulden opleverde. Terre des Hommes kreeg uiteindelijk een ton, waarmee overtocht en verblijf in Nederland van Biafraanse kinderen – de pas opgerichte hulporganisatie had ervaring opgedaan met Vietnamese kinderen – werd gefinancierd. Minstens vijftig Biafraantjes, was de bedoeling. Het werden er welgeteld tien, waarbij Justitie eiste dat ze na medische behandeling en lichamelijk herstel zouden terugkeren naar Nigeria.

Hoe het verder ging met die tien raakte daarna in het vergeetboek, tot Volkskrant-redacteur Marie Louise Schipper in 2002 een foto met daarop vijf van hen onder ogen kreeg en na veel omwegen eind oktober van dit jaar haar boek Goede bedoelingen. De onvoorziene gevolgen van internationale noodhulp verscheen. Ze achterhaalde zeven van de tien. Twee peuters die kort na aankomst in Nederland overleden, twee die naar Nigeria zijn teruggekeerd, twee die nog in Nederland wonen en één die een halfjaar na terugkeer overleed: Asuquo, die anderhalf jaar in het gezin van (schaatscoach) Henk Gemser verbleef. De jongen, die aan epilepsie leed, belandde in een weeshuis in Gabon. Gemser boog voor de druk van de Nederlandse en Nigeriaanse overheid om Asuquo te laten terugkeren, en lijdt daar nog steeds onder: ‘Ik had met hem moeten onderduiken,’ zei hij in Nieuws­uur. ‘Dat kind had niemand daar. Ik was in die tijd braaf en volgzaam en kon geen weerstand bieden aan hiërarchie. Ze hadden die jongen in Nederland moeten laten.’ Na de presentatie van het boek sprak hij zelfs van ‘geestelijke moord’.

De pleegvader van Sherry Jae ervoer minder druk en kreeg via een journalist belet bij een hoge ambtenaar op Buitenlandse Zaken: Sherry Jae mocht blijven, tenzij Nigeria alsnog moeilijk ging doen. ‘Excuus zou op z’n plaats zijn,’ zei ze in Nieuwsuur, ‘erkenning dat dingen goed fout zijn gegaan.’
Zo ontstaat vijftig jaar na dato het beeld dat goede bedoelingen hun keerzijde hebben, en dat alle betrokken partijen zich dat mogen aantrekken. Het onderwerp is onverminderd actueel, nu Rutte iii niets van een kinderpardon wil weten en geïntegreerde vluchtelingenkinderen die al jarenlang in Nederland verblijven naar het land van herkomst kunnen worden teruggestuurd.

Tekst: Maarten van Bracht

 

In zijn OVT-‘Het spoor terug’-documentaire Mascottes van de Biafraanse oorlog laat Gerard Leenders betrokkenen aan het woord, onder wie Sherry Jay, Marie Louise Schipper, journalist Hans Knoop, Henk Gemser en verschillende hulpverleners.

advertentie