Ruben Terlou: 'Ik zit behoorlijk kritisch in de wedstrijd'
VPRO Gids-interview met Ruben Terlou
Kort nadat zijn indrukwekkende drieluik over Myanmar is uitgezonden, neemt Ruben Terlou in Ruben langs de Zuid-Chinese Zee de kijker acht weken lang mee door dit geopolitieke mijnenveld. Daar onderzoekt hij wat deze machtsstrijd betekent voor de mensen ter plaatse. ‘Dit kun je het beste doen met kleine verhalen van gewone mensen.’
Van Myanmar naar de Zuid-Chinese Zee.
Ruben Terlou: ‘Ik kom net van een boot, want ik zat drie weken op de Indische Oceaan. De weken waarin een serie van mij wordt uitgezonden, zoals onlangs over Myanmar, zijn niet mijn favoriete periodes. Ik hoef niet per se in het middelpunt van de aandacht te staan. Al die reacties – vaak zijn ze wel positief, maar toch voelt het als… veel. En je bent ook niet altijd anoniem. Bovendien hou ik van vogels kijken, vooral zeevogels. Met een aantal wetenschappers uit Japan, Australië en Canada zaten we op een kleine zeilboot op het westelijk deel van de Indische Oceaan. Een enorm gebied van een paar duizend vierkante kilometer ter hoogte van Madagaskar, waar eilanden liggen als Réunion en Mauritius. Met acht personen, waarvan er twee bemanningsleden waren, een internationaal gezelschap. Het was erg heet en heel bijzonder. Ik heb dat vaker gedaan. Af en toe maken we een reis naar een gebied waar eigenlijk nog nooit vogelaars of soortgelijke expedities zijn geweest. Je zit alleen maar op de boot en kunt verder geen kant op. Je gaat niet aan land, want het zijn zeevogels.’
Die zijn vast moeilijk te spotten.
‘Klopt. En bovendien zijn er niet zo veel meer van de soorten waar men onderzoek naar doet. Je moet weten wanneer die vogels aan land komen. Ze hebben geleerd dat ze moeten oppassen voor mensen en zoeken rust en isolement. Als je weet waar een kolonie zit positioneer je je in die richting in de buurt van een eiland. Zeg op twintig zeemijlen afstand en dan heb je in de namiddag kans dat ze langskomen. En door visolie te druppelen creëer je een geurspoor.’
Lokken. Dat mag toch niet?
‘Dat mag wel. Ze hebben buisjes op hun snavel en kunnen iets op een enorme afstand ruiken. Dan kun je ze hopelijk fotograferen en wat meer over ze leren. Maar los van die vogels: op de oceaan zijn is een heel bijzondere ervaring. Daar zie je dat alles voortdurend verandert, al klinkt het misschien extreem saai: alleen maar zee en lucht.’
Nogal. Daar is juist het minste te zien.
‘Dat waag ik wel te betwisten. De lucht verandert voortdurend. Het licht verandert zelfs per seconde als je er goed naar kijkt.’
Als mensen je veel vertrouwen geven, moet je daar voorzichtig mee omspringen
Als fotograaf heb jij daar een beter oog voor.
‘Ja, en ik fotografeer het ook. De rimpels in de zee veranderen. Dus je gaat heel erg in het moment leven. Het is ook bijzonder om te zien hoe tijd en ruimte eigenlijk één worden. Zee en lucht, verder niks. Soms kun je nauwelijks zien waar het onderscheid zit: waar de zee ophoudt en de lucht begint. Fascinerend. Het helpt je ook om andere dingen anders te gaan bekijken. Met veel meer afstand. Dit jaar ben ik veertig geworden. Mijn moeder werd dit jaar ziek en door dat soort dingen ga je anders naar je leven kijken. Ik doe dit nu ongeveer elf jaar en heb zo'n tien series gemaakt, dus dat heb je dan al. Dat is er al. Met alles wat erbij hoort: de druk, het succes, de roem en de teleurstellingen. Alles. Dat hoeft niet meer. En als mensen om je heen ziek worden, word je er even aan herinnerd dat de tijd die je met elkaar kunt doorbrengen beperkt is. Dan ga je kritischer kijken: waarom doe ik eigenlijk wat ik doe? En waarom heb ik bepaalde dingen gedaan in dit leven? Jarenlang alleen maar gereisd, van project naar project naar project. En voordat je klaar bent met het ene project heb je het volgende weer ingediend, want je moet door. Er is budget. Mensen moeten doorbetaald worden. De druk houdt niet op. Terwijl je twee projecten aan het afronden bent, Myanmar en de Zuid-Chinese Zee, zit je alweer plannen te schrijven. En tegenwoordig worden die soms afgekeurd, dat had ik nog zelden meegemaakt. Zo verwend was ik wel.’
Maar nu is er Ruben langs de Zuid-Chinese Zee. Je hebt geen achternaam meer nodig.
‘Ja, vreselijk, maar iedereen doet dit momenteel: Danny in Arabistan, Hila voorbij de Taliban. Eigenlijk ben ik er heel erg op tegen, maar de redenering is dat het betere kijkcijfers oplevert. Deze serie, net als Ruben en de verborgen strijd van Myanmar, had eerst ook een andere titel, zonder Ruben.'
Je bent een merk geworden.
‘Nou ja. Maar goed, bij elkaar hebben bijna een half miljoen mensen naar een serie over Myanmar gekeken.’
Overschat Nederland alsjeblieft niet. We zijn een totaal nietszeggend landje. We hebben helemaal geen invloed
Dat is toch hartstikke goed?
‘Zo wordt niet door iedereen gedacht. Waarom doe je dingen? Dat is een belangrijke vraag. Kijk, ik was twee jaar geleden in m’n eentje in Myanmar en raakte oprecht onder de indruk van de verhalen die ik daar van jongeren hoorde. Die móésten verteld worden en daarom heb ik die serie gemaakt. Ik heb veel reacties gehad van Myanmarezen die geraakt waren door serie. Voor mij is het dan goed. Maar iedereen heeft zo zijn eigen belang. De VPRO, de NPO, dat vind ik lastig. Ik maak ook mijn eigen afwegingen en sta daar soms wat anders in. De tijden zijn veranderd.’
Tijden veranderen altijd.
‘Voor de VPRO is het nog belangrijker geworden dat programma’s scoren. Voorheen was dat minder het geval. Als het maar een goed programma was en het er op een of andere manier bovenuit stak. Provocerend, verdiepend, gedurfd of grappig. En ik ben niet altijd makkelijk om mee te werken, ik zit behoorlijk kritisch in de wedstrijd.’
Ben je minder aardig dan we denken?
‘Ik kom heel veel aardige mensen tegen. Dat krijg je ook van ze terug. Het is niet niks als mensen een verhaal met je willen en durven delen. Dat is iets heel groots en zou ik zelf niet zomaar doen. Als mensen je zo veel vertrouwen geven, moet je daar voorzichtig mee omspringen. Ik ben ervan overtuigd dat je abstracte ontwikkelingen het beste kunt laten zien met menselijkheid. Met kleine verhalen van gewone mensen. Dat is mijn visie op buitenlandjournalistiek. Minder op feiten en cijfers gericht en meer op emoties van mensen. Dat beklijft bij de kijkers. Ik geloof er ook niets van dat buitenlandjournalistiek steeds meer te maken moet hebben met Nederland, dat journalisten altijd een link met Nederland moeten zoeken. Overschat Nederland alsjeblieft niet. We zijn een totaal nietszeggend landje in de wereld. We hebben helemaal geen invloed. Ga toch weg. Totale onzin. Doe niet alsof. Ga er gewoon heen. Ga goeie verhalen maken. Punt uit.’
Ik vind improviseren heel prettig. Het plan loslaten, wachten en rondhangen tot er iets interessants gebeurt
Opmerkelijk dat je na zo’n reis op zee drie weken lang voor nog ruimer sop kiest.
‘Daar voel ik me vrij en kan ik goed de essentie van de dingen leren begrijpen door afstand te nemen. Bovendien is het observeren van onbekende zeevogels echt moeilijk. Je moet heel goed kijken. Wat zie ik? Welke soort is dit? Waar komt die vandaan? En dat moet allemaal heel snel. Constant moet je scherp en opmerkzaam zijn.’
Alsof je die uitdaging in je televisiewerk mist na al die reisseries.
‘Ik heb de afgelopen jaren wel moeten zoeken naar: waar zit voor mij... Blijf je doorgaan zoals je bezig bent of ga je dingen een beetje veranderen? En ik voel heel erg die drang om een andere rol te hebben met meer verantwoordelijkheid. Om misschien regie te doen of meer research. Kleiner werken, met meer autonomie. Maar het is helemaal niet zo eenvoudig om dat voor elkaar te krijgen. Reisseries zoals we die nu kennen worden gemaakt door een team van een bepaalde omvang, met verschillende rollen en een bepaalde toon. Maar hoe ontwikkel ik mezelf? Wat is daar de juiste vorm voor?’
Hoe groter het project, hoe moeilijker te veranderen.
‘Zeker, en op zich is dat niet erg. Deze serie is met een groot team gemaakt en zeer geslaagd. Een jaar of drie, vier geleden ben ik letterlijk wakker geworden met het idee voor deze reeks en dacht ik ook te weten wát het moest worden. Wij zien het gebied rond de Zuid-Chinese Zee vooral als een backpackersbestemming, maar het is veel meer. Complex, met veel jonge landen waar van alles gebeurt. Ik dacht: stel je voor dat de Zuid-Chinese Zee een land zou zijn en je gaat langs de grenzen reizen. Dat is een interessant project. Zo is het begonnen. Mijn idee was juist een vrij avontuurlijke, brede serie [zie kader, red.] rond de zee. Daar zijn later, net als bij andere reisseries, allemaal goede mensen bij gekomen. Een heel team en dan kan dat initiële idee niet meer helemaal blijven bestaan. Dan wordt het wat anders.’
Omdat iedereen iets wil?
‘Ja, en iedereen wil natuurlijk ook zijn eigen talenten kunnen laten bloeien. Dat is ook goed, maar dan moet je accepteren dat het soms andere kanten opgaat.’
Het wordt minder van Ruben Terlou.
‘Dat is misschien maar goed ook, want het is juist prachtig geworden. Editor J.P. Luisterburg en researcher Frederique Melman hebben waanzinnig werk geleverd, net als de camera en regie.’
Heb jij op reis nog wel instructies nodig?
‘Het is niet meer zoals in het begin. Meestal denk ik te snappen hoe het werkt. Ik weet waar ik moet staan en dat ik vaak open moet staan. Ik ben ook fotograaf, ik kan beeldend denken en begrijp wat de cameraman ziet. Ik weet wat hij wil draaien en welke lens hij op zijn camera heeft zitten, dus dan heb je niet zo heel veel woorden meer nodig. Het is soms wel lastig dat ik in de loop der jaren sterkere ideeën heb ontwikkeld.’
Waarom?
Het gevaar kan ook zijn dat je zelf niet meer ziet wat je beter kunt doen. En ik vind improviseren wel heel prettig. Het plan loslaten, rondhangen en wachten tot er iets interessants gebeurt.’
Wat er om me heen gebeurt laat mij niet onberoerd. Freelancers en collega’s worstelen en maken zich zorgen
Je eigen ding doen?
‘Eigenlijk wel. Meer tijd nemen om bijzondere mensen te vinden en ze te volgen. Al zit je soms ook in situaties waar je zonder research niks hebt. Dat is altijd een spanningsveld.’
Wil je eigenlijk altijd ergens naartoe of ergens vandaan?
‘Dat ergens vandaan willen heb ik wel gehad. Nu ik wil vooral ergens naartoe. Deze zomer ben ik vier maanden lang niet weggeweest. Voor mij is dat echt heel lang. Toen zat ik in de montage van Myanmar. In Amsterdam, in de zomer, lekker op de fiets. Ik heb de tijd van mijn leven gehad. Toen dacht ik ook: ja zie je, ik kan het wel.’
Wat wordt je volgende serie?
‘Voor het eerst in elf jaar tijd weet ik het niet. Ik vind het fijn dat mijn werk een internationaal karakter heeft en ik kan nog steeds dingen maken, maar waarom kon ik dat tot nu toe op zo’n goede en prettige manier? Omdat ik veel mensen om me heen had die heel goed waren en passie hadden. Omdat er genoeg geld en tijd was en omdat ideeën vrij eenvoudig werden goedgekeurd. Dat draagt er allemaal aan bij dat iedereen zich goed voelt. Maar als het hele mechanisme overal iets te strak wordt aangedraaid komt de flow tot stilstand. Daar zitten we nu in.’
Met als gevolg dat series minder goed worden.
‘Dat zou kunnen. Of dat het je te veel gaat kosten. In mentaal opzicht. Wat er om me heen gebeurt laat mij niet onberoerd. Freelancers en collega’s worstelen en maken zich zorgen. Voor alle duidelijkheid: ik klaag niet en er is nog steeds veel vrijheid. Ik ben veertig, de wereld is groot en het leven is hopelijk nog lang.’