Modulaire synthesizers: twee tradities

, Iddo Havinga

de filosofie achter kabels, knoppen en knipperende lichtjes

Aankomende zondag is synthesizergrootheid Suzanne Ciani te gast in Vrije Geluiden. Ciani, inmiddels 71 jaar oud, is een pionier op het gebied van elektronische muziek, sound design en synthesizers. Naast haar composities werd ze beroemd als auteur van geluidseffecten voor reclames, films en zelfs flipperkasten. Een indrukwekkend cv dus, en onder de indruk ben je nog steeds als zij, gebogen over haar modulaire synthesizer, etherische en onaardse geluiden uit de machine tovert. Haar synthesizer is een Buchla, naar de vorig jaar overleden uitvinder Don Buchla. Zijn naam is minder beroemd  dan die van tegenhanger Robert Moog, wiens achternaam praktisch synoniem is komen te staan met de synthesizer en wiens geesteskinderen je veel vaker op het podium aantreft dan die van Buchla. Toch was Don Buchla minstens zo belangrijk in de ontstaansgeschiedenis van de synthesizer. Hoe zit dat? En waarom koos Ciani voor de Buchla? Dat verhaal begint met een klassieke oost-west-tegenstelling. 

Eastcoast versus westcoast: het doet denken aan de beruchte vete tussen Amerikaanse rappers in de jaren negentig. Maar in de synthesizerwereld staat die tegenstelling voor iets heel anders: twee verschillende filosofieën over hoe een synthesizer moet klinken. De hoofdrolspelers: Don Buchla uit South Gate, Californië en Robert Moog uit New York. Rond 1963 komen beiden praktisch tegelijkertijd met hun eerste commercieel verkrijgbare synthesizers op de proppen. Modulaire synthesizers, welteverstaan. Wat dat inhoudt? In het kort komt het er bij een modulair systeem op neer dat de synthesizer geen vast signaalpad heeft, maar dat de eigenaar zelf een combinatie maakt van losse modules. Iedere module heeft een eigen functie, die tot leven komt wanneer je ze met patchkabels met elkaar verbindt. Met een indrukwekkende kabelspaghetti als gevolg. 

Aan de oostkust van Moog gaat die klankopwekking volgens het subtractieve principe: de klank van een geluidsgolf wordt vooral gevormd door een filter, die frequenties van die golfvorm wegfiltert. Aan de westkust van Buchla doen ze het net ietsje anders: op zijn synthesizers staat niet het filteren van frequenties, maar juist het stapelen en onderling moduleren van golfvormen centraal. Als je dit als abracadabra in de oren klinkt: geen nood. Interessanter is uiteindelijk de achterliggende filosofie van beide synthesizertradities. De Moog-variant trekt al snel de aandacht van bands als The Beatles (Abbey Road (1969) is een van de eerste albums met een rol voor Moogs modulaire synthesizer), Simon & Garfunkel en The Monkees en blijkt naast het produceren van bliepjes en ruimtegeluiden zeer geschikt voor het imiteren van bestaande, akoestische instrumenten zoals een fluit of viool. Maar zo'n grote kast vol modules het podium op slepen, dat valt nog niet mee. Emerson, Lake & Palmer wagen het erop, maar Moogs synthesizer breekt pas echt door als hij in een variant verschijnt waar een toetsenbord aan vast zit: de MiniMoog. 

En daar ligt dus het fundamentele verschil tussen oost en west. Don Buchla moet namelijk helemaal niets hebben van toetsenborden. Hij vind ze 'dictatoriaal': waarom zou je een instrument maken dat in staat is de meest uitzinnige, nieuwe klanken op te wekken, om jezelf in het bespelen ervan vervolgens te limiteren tot iets traditioneels en beperkends als zwarte en witte toetsen? In tegenstelling tot Moog wil Buchla zijn synthesizer niet aanpassen aan een conventionele manier van muziek maken, maar juist een volledig vrije, nieuwe vorm van expressie creëren. Hij experimenteert met andere manieren van interactie met zijn instrument, van koperen touch plates tot modules die onvoorspelbaarheid en willekeur creëren in muzikale frasen. Hier ligt de verklaring van het feit dat Buchla voor het 'grote publiek' relatief onbekend is gebleven: op zijn instrumenten hoor je niet snel gillende synthsolo's zoals die van Keith Emerson. Wel hebben Buchla's instrumenten een grote aantrekkingskracht op meer experimenteel ingestelde muzikanten, zoals elektronischemuziekcomponist Morton Subotnick en een jonge vrouw die na haar studie aan het werk gaat als soldeerhulp in Buchla's werkplaats: Suzanne Ciani... 

 

Suzanne Ciani en Don Buchla worden niet meteen dikke vrienden. Na haar eerste werkdag wordt Ciani als gevolg van een soldeerfoutje zelfs ontslagen. Vastbesloten om Buchla's filosofie te onderzoeken komt ze de volgende dag gewoon terug en jaren later ontstaat er alsnog een vriendschap tussen de twee. Intussen bouwt Ciani een innige verhouding op met haar Buchla 200-synthesizersysteem. Een liefde die overigens niet zonder strubbelingen is. Nadat Ciani naar New York verhuist vormt reparatie van haar instrument een terugkerend probleem en als haar Buchla definitief kapot raakt, maakt ze uitstapjes naar andere synthesizers. Intussen zit Don Buchla niet stil en met de introductie van de Buchla 200E, een vernieuwd ontwerp, ziet Ciani rond eind vorige eeuw kans haar liefde voor het instrument te hernieuwen.

Op haar 71e staat Ciani weer volop in de aandacht. De laatste jaren is er een herwaardering van de modulaire synthesizer op gang gekomen en nieuwe generaties synthesizerfreaks vinden het reuze-interessant wat pionier Ciani allemaal uitspookt op haar Buchla. Wat eerst gezien werd als een onhandige oervorm van het instrument wordt nu ervaren als een welkome ontsnapping aan muziek maken met muisklikken. Het open karakter van de modular trekt steeds meer elektronische muzikanten aan. Buchla blijft voor de meesten van hen onbereikbaar, want die systemen zijn schaars en zeer kostbaar. Maar er zijn nieuwe mogelijkheden bijgekomen om met losse modules je eigen synthesizer te bouwen, waarvan het handzame en ietwat betaalbaardere Eurorack-formaat het meest succesvol is. Binnen deze standaard is het, anders dan bij een Moog en Buchla, mogelijk om modules van honderden verschillende fabrikanten te combineren tot één systeem. De mogelijkheden voor het bouwen van je eigen modular zijn daardoor praktisch eindeloos. En doordat fabrikanten de vrijheid hebben met verrassende en nieuwe combinaties van synthesetechnieken op de proppen te komen, vervaagt de scheidslijn tussen eastcoast en westcoast-traditie steeds meer.