Buitenbeentjes

, Aad van Nieuwkerk

Buitenbeentjes

Aad van Nieuwkerk ,

vreemde snuiters in de wereld van het strijkkwartet

De eerste Internationale Strijkkwartet Biënnale is achter de rug, maar het strijkkwartet gaat door. In een serie uitzendingen op NPO Radio 4 en op deze site dwalen we door de wereld van de 'klinkende filosofie' zoals dit genre kamermuziek wel genoemd is. Natuurlijk geldt vaak - net als voor veel eerbiedwaardige oude tradities - dat 'iets zo hoort' of dat iets anders bepaald 'not done' is. Maar in de afgelopen halve eeuw (of langer) hebben nogal wat kwartetten en componisten die regels enthousiast overboord gezet, samenwerking gezocht met totaal andere muzieksoorten, de mores mores geleerd en zich in het algemeen eens flink laten gaan. Met te gekke resultaten.

 

Kronos Quartet

Beroemdste aller buitenbeentjes is vermoedelijk het Kronos Quartet, opgericht door de Amerikaanse violist David Harrington in 1973. Tal van componisten schreven voor het Kronos Quartet (zoals bijvoorbeeld Louis Andriessen, zie verderop), en al vanaf het begin van hun bestaan onderscheidde het Kronos zich door een bepaald onconventionele aanpak, met lichteffecten tijdens concerten, speciaal ontworpen kostuums, en natuurlijk ook het spelen van muziek uit totaal andere tradities dan de klassieke. Denk aan niet-westerse muziek als in de composities van Franghiz Ali-Zadeh uit Azerbeidzjan of Osvaldo Golijov uit Argentinië, of Afrikaanse en Mexicaanse volksmuziek, en bewerkingen van Purple Haze van Jimi Hendrix en het toch licht kolderieke Dinner Music for a Pack of Hungry Cannibals van Raymond Scott. Een recent buitenbeentje - zij het niet voor de ruime begrippen van het Kronos Quartet! - is de samenwerking met de Amerikaanse kunstenaar Laurie Anderson, met wie deze maand de CD Landfall wordt uitgegeven, met daarop het gelijknamige 30-delige werk dat Anderson schreef naar aanleiding van haar ervaringen tijdens de verwoestende orkaan Sandy in 2012.

Brodsky Quartet

Het Brodsky Quartet bracht in 1993 een CD uit met popzanger Elvis Costello: The Juliet Letters. Costello omschreef het album als a song sequence for string quartet and voice and it has a title. It's a little bit different. It's not a rock opera. It's a new thing. En dat was het toen ook: een popzanger met een reeks liedjes (gebaseerd op denkbeeldige brieven) die door een keurig strijkkwartet begeleid wordt. Het Brodsky Quartet, opgericht in Engeland in 1972, speelde wel degelijk ook gedegen en meer traditionele strijkkwartet-repertoire, zoals Beethoven, Tsjaikovsky, Janáček en Bartók. De samenwerking met Costello kreeg een vervolg in samenwerkingsprojecten met bijvoorbeeld Björk, Sting, Paul McCartney en de Australische singer-songwriter Katie Noonan. Net als bijvoorbeeld het Ragazze Kwartet speelt het Brodsky Quartet waar mogelijk staand, en niet zittend. En dat de Brodsky's voor geen kleintje vervaard zijn bleek vorig jaar tijdens het Grachtenconcert, waarover NRC schreef: Spannend was de ogenschijnlijk losse improvisatie die de musici beoefenden waaruit opeens de openingsmaten van Aan de Amsterdamse grachten van Pieter Goemans opklonken, het traditionele afscheidslied.

Zapp4

Zapp4 is een band. Alleen niet een band met de gebruikelijke bezetting van gitaren en drums, maar een band met dezelfde bezetting als een strijkkwartet. Grooves, improvisatie, solo's, en geen seconde angst voor een behoorlijk 'heftig' geluid. De repertoirekeuze is navenant: het afgelopen jaar kwam een cd uit met muziek van de grunge-groep Nirvana, een paar jaar geleden maakte Zapp4 een album met muziek van Radiohead, met de ook al niet prudent klinkende titel We suck young blood. Op de podia werkte het kwartet samen met zulke uiteenlopende beroemdheden als Jan Bang (de Noorse producer en toetsenist) en Marc Ribot (de Amerikaanse gitarist die bekend is als 'de' gitarist van Elvis Costello, Tom Waits en componist John Zorn). Oene van Geel, Jasper le Clercq, Emile Visser en Jeffrey Bruinsma vormen Zapp4, en het zal geen verbazing wekken dat zij ook in heel andere muzikale kringen actief zijn.

Arditti String Quartet

Het Arditti String Quartet kwalificeerde zich in november 2016 als buitenbeentje tijdens November Music, door een optreden met componiste/performance-kunstenaar Jennifer Walshe. Voor het wereldberoemde Arditti Quartet maakte Walshe een transmediaal werk op het grensgebied van kamermuziek, performance, theater, video en tekstcollage. Everything is important bleek een doelbewust verwarrend informatiebombardement, waarin alles met alles samenhangt zonder dat zich uit het geheel een vastomlijnde betekenis laat destilleren. In overeenstemming met het gefragmenteerde en tegenstrijdige wereldbeeld dat ons vandaag de dag wordt voorgeschoteld door nieuwe media en internet creëert Walshe een rijkgeschakeerd mozaïek dat een waaier aan onverenigbare interpretaties uitlokt. Liefdesverklaring aan de aarde, lofzang op de mens, dystopische beschouwing op technologie, essay over gender-kwesties en geopolitiek.

John Cage

Buitenbeentje John Cage liet zich leiden door het toeval, of beter gezegd door de I-Tjing. Simpel gezegd: je laat het toeval bepalen wat er moet gebeuren. In een compositie, en/of in een uitvoering van een muziekstuk. Leo Samama schrijft er in zijn boek over het strijkkwartet dit over: Op de eerste pagina van de partituur staan enkele opmerkingen die veelzeggend zijn, zoals ‘speel zonder vibrato en met slechts een minimum aan gewicht op de stok’. Voorts heeft hij vastgesteld welke tonen uitgevoerd moeten worden en op welke snaar. Door de afwisseling van spelers en snaren ontstaat al dan niet een melodie of samenklank. De titels van de delen geven aan dat de componist liefst zo veel mogelijk op de achtergrond blijft: Flowing Along, Slowly Rocking, Nearly Stationary, Quodlibet. Dit gaat over het String Quartet in Four Parts; later schreef Cage nog twee werken voor strijkkwartet: de 30 Pieces for String Quartet (1983) en ‘Four’ (1989). Samama: Cage noemt het zelf een toevallig samenkomen van vier strijkers. [...] De musici repeteren afzonderlijk en komen tijdens de uitvoering bij elkaar in de concertzaal, maar dan zo dat zij ver van elkaar verwijderd zitten op plekken rondom het publiek. Het werk gaat dus niet alleen over de geestelijke ruimte [...] maar ook over de fysieke ruimte [...]. In ‘Four’ [...] zitten de spelers wel bij elkaar, maar hebben geen vastgestelde eigen partij. Zij kunnen uit elk van de vier partijen kiezen [...] Het resultaat van een dergelijke werkwijze is eens omschreven als verlichte anarchie.

Morton Feldman

De spaarzame noten in de latere strijkkwartetten van Anton Webern kwamen al eerder ter sprake in deze reeks in VPRO's Vrije Geluiden op NPO Radio 4 èn hier op de Vrije Geluiden website. De Amerikaanse componist Morton Feldman (1926-1987) wist de boel nog een stukje verder te reduceren, tot bijna niks zogezegd. Het strijkkwartet Structures uit 1951 bestaat uit onverwachte, zich herhalende akkoorden of patronen, als een tikkend klokje. Bovendien hield Feldman van zachte klanken die geheel en al voor zichzelf moeten spreken. Deze extreem uitgebeende manier van componeren op de rand van de stilte heeft Feldman voortgezet in 3 Pieces for String Quartet (1956), String Quartet I (1979) en String Quartet II (1983). Terwijl de vroege werken een relatief korte tijdsduur bestrijken, zijn de twee strijkkwartetten juist extreem lang. Het eerste kwartet heeft drie delen die bij elkaar ruim vijf kwartier in beslag nemen, het tweede kwartet bestaat uit 124 pagina’s partituur die bij elkaar ongeveer zes uur muziek bevatten.

Louis Andriessen

Een buitenbeentje kan je natuurlijk ook worden door de keuze van je inspiratie. Niet de natuur, niet innerlijke heftige gemoedsbewegingen, maar gewoon een totaal andere muzieksoort 'ombouwen' tot muziek voor strijkkwartet. Eigenlijk is dat wat Louis Andriessen deed toen hij in 1990 zijn Facing Death schreef. In Andriessens eigen toelichting lezen we: Toen ik de autobiografie van Miles Davis las kreeg ik ineens een idee voor het stuk dat ik in opdracht van het Kronos Quartet zou schrijven: de vroege bebop en dan speciaal de licks in het werk van Charlie Parker. Ik wilde het onmogelijke doen, want bebop is eigenlijk totaal niet geschikt voor strijkinstrumenten. Maar de bebop was een belangrijke invloed op mijn vroege muzikale ontwikkeling geweest en ik wilde per se iets doen met deze muziek uit mijn jeugd. De essentie van de muziek van Charlie Parker is het extreem hoge tempo. Parker had haast. Hij had letterlijk nog maar weinig tijd. Vandaar ook de titel van mijn werk. In het begin van Facing Death gebruik ik citaten uit improvisaties van Charlie Parker, en ik citeer ook één oorspronkelijke melodie, die van Ornithology.

Daniel Wohl

Daniel Wohl is geboren in Parijs maar woont in Los Angeles. Hij mixt elektronische met akoestische bronnen, en bereikt daarmee soms ongehoorde, en altijd verrassende effecten. Hij schreef recent bijvoorbeeld voor een ballet voor Sadler's Wells in Londen, voor het London Contemporary Orchestra en voor Slagwerk Den Haag (uitgevoerd tijdens ReWire). En hij schreef, ook niet alledaags, nieuwe arrangementen voor de filmmuziek van Blade Runner 2049. In 2016 verscheen de CD Holographic, en die werd onder meer bejubeld als 'aggressive and gorgeous'. Probeer het zelf, zou ik zeggen...

Quatuor Béla & Albert Marcoeur

Geniaal tekstdichter en muzikant Albert Marcoeur uit Frankrijk maakt al platen en voorstellingen sinds de jaren '70 van de vorige eeuw, aanvankelijk met zijn eigen band, de laatste paar jaar steeds met het Béla-strijkkwartet, het Quatuor Béla. Half gezongen, half gesproken teksten, en een rol voor de strijkers die veel verder gaat dan een begeleidinkje strijken. Prrt prrt zingen bijvoorbeeld, dat hoort er ook bij.

De tekening 'Strijkkwartet' hieronder is gemaakt door Christine Brandenburg, altvioliste, dirigente van diverse (amateur)orkesten en tegelijk steeds meer tekenaar. Ze maakt (muziek)illustraties, ansichtkaarten en portretten in opdracht. Een indruk van haar werk vind je op haar website.

Aad van Nieuwkerk

Heel, heel lang geleden heb ik een niet bijzonder succesvolle poging gedaan om te leren de cello te bespelen. Ooit hoopte ik mee te kunnen spelen in het prachtige strijkkwartet van Maurice Ravel. Misschien, wieweet, de wonderen zijn de wereld nog niet uit, komt het er nog eens van. In de tussentijd is gewoon lekker luisteren naar wat Leo Samama 'klinkende filosofie' noemt al een ongelooflijke verrijking van het aards bestaan. Try it!

advertentie