De lezende schrijver: Philip Huff

Iris van der Valk ,

Een schrijver schrijft boeken, dat staat vast. Maar lezen schrijvers ook? VPRO Boeken fotografeert en interviewt lezende schrijvers op de plek waar zij het liefst boeken verslinden.

‘Hoe kun je nou schrijven maar niet lezen? Dat is net zoiets als dat je zou zeggen: ik hou wel van voetballen maar niet van trainen.’ En daarom leest schrijver Philip Huff wel twee tot drie uur per dag. Het liefst op een rustige plek, zonder afleiding. In de trein bijvoorbeeld, waar de beweging en het zachte geluid voor rust zorgen. ‘De omgeving moet je niet interessanter maken dan wat je aan het lezen bent.’

Op de foto leest Philip Cruijff! Van Jopie tot Johan omdat hij research doet naar Johan Cruijff. Eigenlijk net als vroeger, wanneer je een werkstuk moest maken met boeken uit de bibliotheek. ‘Al zolang als ik me kan herinneren vind ik documentatie heel leuk. Dan is het eigenlijk net een beetje alsof je met nerds om een tafel zit.’ Alleen nu bestelt hij de boeken gewoon op internet. ‘Ik ben heel hebberig als het om boeken gaat. Misschien omdat ik er dan in kan kliederen, of als een soort tastbare herinnering van waar ik ben geweest.’ Hij schrijft zijn boeken dan ook helemaal vol: ‘Ik vind het gewoon fijn om te doen alsof ik ook nog wat doe. Het is net als de Amerikaanse talkshow hosts, die hebben ook altijd een pen in de hand maar je ziet ze nooit wat schrijven.’

Naast non-fictie leest Philip ook veel romans. ‘Ik ben soms echt verliefd op een boek. Als ik Virginia Woolf lees dan is dat zó goed, dat ik zelf ook weer zin krijg om iets te maken. Dan denk ik ja godverdomme, dit wil ik ook!En als een boek écht goed is zijn het zelfs geen personages meer, maar mensen. ‘Die gaan in je hoofd zitten. Dan ga je je druk maken omdat die vrouw haar echtgenoot bedriegt, terwijl het allemaal gewoon verzonnen is.’ Daarom moet hij wel de tijd nemen om het te laten bezinken. ‘Het is anders net alsof je een leuk gesprek hebt gehad in de kroeg, en dan meteen in een ander gesprek duikt. Dan ben je in je hoofd nog bezig met die ander.’ 

'Ik ben soms echt verliefd op een boek. Als ik Virginia Woolf lees dan is dat zó goed, dat ik zelf ook weer zin krijg om iets te maken.'

Het fijne aan lezen is dan ook dat je ergens bent, en ergens niet bent. ‘Ik lees heel visueel, ik zie het dan helemaal voor me.’ Toen hij vroeger werd voorgelezen lag hij in bed, maar was hij eigenlijk in lilliputterland. ‘Mensen kunnen blijkbaar zo erg in een narratief opgaan, dat ze zich niet meer bewust zijn van overduidelijke lelijke dingen. Zoiets als een onesie kan bijvoorbeeld écht niet, maar als je helemaal in zo’n verhaal opgaat maakt het niet meer uit dat je zo’n ding aan hebt.’

Er níet zijn kan Philip heel goed, mits zijn omgeving niet interessanter is dan het boek. Als student kon hij zich slecht concentreren in de universiteitsbibliotheek omdat er te veel knappe meisjes zaten en hoe mensen in een koffietentje kunnen werken blijft voor hem een groot raadsel. Nu hij in New York woont leest hij graag in de metro, maar ook daar wordt hij regelmatig afgeleid door interessante mensen. Gelukkig is kijken ook een onderdeel van zijn werk.

Philip Huff schreef Dagen van Gras (2009), Niemand in de stad (2012) en Boek van de doden (2014). Begin dit jaar verscheen zijn boek Het verdriet van anderen over hoe het werk van bekende en minder bekende auteurs zijn wereldbeeld bepaalden. Hij betoogt dat het lezen van romans je empathische vermogens oefent, dat het je ontvankelijker maakt voor je omgeving, en dat het inzicht geeft in het verhaal van je eigen leven.