Vluchtauto-gedichten

Zomertips

'Deze bundel is een van de meest indrukwekkende en vernieuwende werken in de Nederlandse poëzie van afgelopen jaren.' Nikki Dekker, redacteur VPRO.nl/boeken tipt C. Buddingh'-prijswinnaar Maarten van der Graaff.

Zomerboeken zijn er om in te vluchten, en Maarten van der Graaffs Vluchtautogedichten is hét handboek voor mensen die hun poëzie graag met een flinke dosis avontuur nemen.

Deze bundel is een van de meest indrukwekkende en vernieuwende werken in de Nederlandse poëzie van afgelopen jaren. Dat vind ik niet alleen; Erik Lindner prees Maartens spitsvondige stem en lef; jonge dichters bewonderen zijn werk en zien hem (in ieder geval ten dele) als de stem van een jongere poëziegeneratie.

Maar dat is allemaal achterflaptekst. Hoe raad je een bundel aan die zo hard binnenkomt dat je ‘m in een keer doorleest en verstomd voor je uit staart? Sommige gedichten zingen in het luchtledige, maar Vluchtautogedichten spreekt je aan, schudt je flink door elkaar, terwijl het al die tijd een liedje zingt. Neem dit Gedicht uit Galicië:

We lopen een tocht waarin we niet geloven.
Een zwarte regen wil naar zee (die niet vol raakt, maar slikt
zonder te kauwen, zoals het toerisme duizenden per jaar eet.)

Het is moeilijk te zeggen hoe mooi alles is.


Flauw, ik weet het, maar het is moeilijk te zeggen hoe mooi deze bundel is. ‘Je moet gevaarlijk leven’, zegt de dichter. Deze zomer Vluchtautogedichten (her)lezen lijkt me een goed begin.